Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Samuel Lee: 'Ik wil niet in een hokje zitten'

Samuel Lee: 'Ik wil niet in een hokje zitten'

Een goede show, mensen die in de Geest vielen, genezingen en veel aandacht voor zijn persoon: jarenlang vond Samuel Lee dat belangrijk. God bracht verandering via een portret van moeder Teresa.

Aan de muur van het kantoor van Samuel Lee, voorganger van een middelgrote migrantenkerk in Amsterdam-Zuidoost, hangen nogal wat portretten van beroemdheden. Martin Luther King, Gandhi en moeder Teresa zelfs twee keer. “Die wil ik altijd kunnen zien,” verklaart de pinkster-voorman. Op zijn bureau staat een brokje van de Berlijnse muur en een replica van de Cyrus cilinder – volgens Samuel Lee een van de eerste versie van de rechten van de mens. Het is duidelijk: voor Samuel Lee gaat geloven helemaal samen met sociale gerechtigheid.

Naïef

“Ik maak me grote zorgen over de verharding in deze wereld. Groepen lijken steeds meer tegenover elkaar te staan,” zegt Lee. Verschillende bevolkingsgroepen en overtuigingen bij elkaar brengen, is een belangrijk motief in zijn leven. Het komt telkens terug: Lee staat het liefst tussen de partijen om verbinding te zoeken.

Zelfs zijn naam is een mengsel van culturen. Samuel komt uit de Bijbel: “Toen ik christen werd, wilde ik een ook een christelijke naam. Naïef als ik was, zei ik tegen God: “Ik sla mijn bijbeltje open, en de eerste naam die ik tegenkom wordt het. Toen ik mijn bijbel opendeed, kwam ik bij Samuels roeping door God. Dus Samuel werd het.” Vanwege veiligheidsredenen wil hij zijn eerste naam en waar hij precies vandaan komt, een Arabisch land, niet prijsgeven.

Opium

Lee groeit op in een welvarende, liberale familie. Religie speelt er geen grote rol, maar al jong raakt hij geïnteresseerd in de persoon Jezus. “Op de markt hingen posters van profeten. Daar zaten posters van Jezus aan het kruis tussen. Een integrerend persoon, vond ik: wie was die man? Waarom hing hij daar?” Die nieuwsgierigheid wordt verder gevoed als hij naar een orthodox-christelijke school gaat. De verhalen over Jezus wekken zijn nieuwsgierigheid. “Ik vond Hem heel interessant. Hij leek anders dan andere profeten.”

Als tiener verdwijnt die nieuwsgierigheid naar de achtergrond. “Ik vond mezelf in die tijd erg slim en politiek bewust. Daarom las ik boeken van Lenin en Marx. Ze maakten me rebels. Als er een God is, waarom laat Hij dan al die ellende toe? ‘Godsdienst is opium voor het volk’, zei ik heel stoer, al had ik geen idee waar ik het over had.”

Patatje met

Aan de welvarende tijd komt een einde als er onrust ontstaat in het Midden-Oosten. Het gezin van Lee vertrekt naar Nederland als hij zo’n 15 jaar oud is. Ze belanden in de Bijlmer. “Ik had nog nooit in een flat gewoon – wij waren gewend aan grote huizen. Nu woonden we in een klein appartementje. Achteraf ben ik daar blij mee; ik kan nu meeleven met mensen die weinig geld hebben.”

Nederland is even wennen. “Ik voelde me anders: zwart haar, enorm veel puistjes. Echt racisme heb ik niet ervaren. Wel onbegrip. Dan vroeg iemand of mijn vader vroeger ezels of geiten had. ‘Mijn vader had een BMW’, zei ik dan.” Ook zijn eerste patatje met mayonaise maakt veel indruk. “Wat zou ik graag hetzelfde gevoel opnieuw beleven; voor het eerst een patatje mét eten! Het was de mooiste ervaring uit mijn eerste tijd. Die smaak zal ik nooit vergeten. In die tijd droeg ik altijd een gulden bij me – zodat ik bij de FEBO een patatje mayo kon halen.”

Schreeuwen en spugen

Van geloof moet hij dan nog niets hebben. Zelfs niet als hij verliefd wordt op een christelijk meisje. Hij ontmoet haar op de galerij van de flat waar hij woont. “Ik zag telkens een Aziatisch meisje langskomen, dat lief lachte.” Ondanks bezwaren van zijn schoonfamilie trouwen ze, en, om zijn vrouw ter wille te zijn, zelfs in de kerk. “Ik vond het vreselijk om daar te zijn. De voorganger schreeuwde en spuugde, hij was heel gepassioneerd. Dat irriteerde me verschrikkelijk.” Lachend: “Nu schreeuw en spuug ik zelf ook als ik voorga. Daar houdt men in mijn kerk nu eenmaal van.”

Het leven van Lee neemt een dramatische wending tijdens zijn huwelijksreis. Als hij op een nacht wakker ligt in het Spaanse hotel waar het kersverse echtpaar verblijft, krijgt hij een visioen. Hij hoort Jezus in het Engels zeggen: ‘Weet je niet wie Ik ben? Ik ben jouw Heer, Jezus Christus! Ik sta aan de deur van jouw leven.” Een bizarre ontmoeting voor de rationele socioloog. “Ik was doodsbang, want het zette mijn intellect buitenspel. Dit kon ik niet verklaren. Ik probeerde het wel – ik kneep mezelf om te zien of ik niet sliep. Maar het was écht!”

Het zet zijn leven op zijn kop. De wetenschap, die voor Lee de enige logische verklaring geeft voor het leven, blijkt hier niet bij te kunnen. De sceptische socioloog wordt een bevlogen gelovige, die het verhaal van zijn ontmoeting met God niet voor zich kan houden. Hij vertelt aan iedereen die het wil horen wat er is gebeurd, en al snel verzamelt een groepje gelovigen zich om hem heen. Het blijkt de geboorte van een gemeente.

Peper in je preek

Aanvankelijk heeft Samuel Lee helemaal geen plannen om een kerk te beginnen. Hij is enthousiast over God en geniet van zijn Bijbelstudiegroep. Een Aziatische zendeling leidt de boel en coacht hem. “Hij vertelde me op een dag dat hij naar Litouwen geroepen werd. ‘Nu moet jij het overnemen,’ zei hij. Daar had ik helemaal geen zin in; ik vond het eng en zag het mezelf niet doen. Later kreeg ik sterk de ervaring dat het een roeping van God was.”

De Bijbelstudiegroep groeit, en betrekt een stinkend, lek garagegebouwtje. “Toen kwamen de Afrikanen,” vertelt Lee. “Ze vonden het best leuk, maar tijdens de preek hadden ze moeite hun ogen open te houden. Ze zeiden: ‘Pastor, je bent een goede man, maar we vallen in slaap. Stop wat peper in je preken.’ Dat trok ik me aan. Ik ontdekte andere predikanten – Tony Campolo bijvoorbeeld. Ik hoorde hem en dacht: ‘Hé, een blanke socioloog en predikant die preekt als een zwarte!’ Dus begon ik met imiteren. En zo ontwikkelde ik een preekstijl. In eerste instantie voelde het onnatuurlijk, maar later heb ik het mij eigen gemaakt.”

Het typeert Samuel Lee. “Ik probeer zo veel mogelijk mensen te bereiken door een te zijn met hen. Als ik in mijn Pinksterkerk sta, schreeuw ik en zweet ik. Maar als ik voor een groep gereformeerden spreek, ben ik een bedaarde spreker. Het gaat zelfs zo ver dat ik, in gesprek met mensen, hun accent overneem. Ik heb het daar een tijdje heel moeilijk mee gehad – als ik me zo aanpas, wie ben ik dan zelf? Tot ik me herinnerde wat Paulus zei: ‘Ik ben voor de Joden een Jood geworden, voor de Grieken een Griek.’ Zo wil ik ook zoveel mogelijk meebewegen om mensen te bereiken. Zelf zit ik niet graag in een hokje, maar ik wil me wel aanpassen aan een hokje, als dat anderen helpt."

Tatoeages

Hokjes: Samuel Lee moet er niets van hebben. “Ik probeer me zo min mogelijk aan te trekken van vooroordelen en mensen niet te beoordelen op hun uiterlijk. Natuurlijk ben ook ik daar niet helemaal vrij van, zoals niemand op deze planeet. Als ik een kale man met tatoeages zie, loop ik ook liever een blokje om – dat zal dan wel een racistische skinhead zijn. Maar op zo’n moment corrigeer ik mezelf en probeer ik door het uiterlijk heen te kijken.”

Hij herhaalt het keer op keer: als je elkaar leert kennen, verdwijnt de verharding. “Ik ben bang dat verschillende geloofsgroepen in de wereld steeds verder van elkaar verwijderd raken. Kijk naar het nieuws! Overal ter wereld verhardt het debat, of komt er zelfs oorlog. Ik maak me daar grote zorgen over. Vooral nu, ik kan boos zijn op moslims en hen allemaal over kam scheren. Maar dan herinner ik mijzelf aan het feit dat ook moslims slachtoffers zijn van het fundamentalisme en de gruweldaden die in de naam van Islam worden gedaan. Dan kies ik ervoor om niet bitter te zijn, maar te vergeven.” 

Wat is volgens u de grootste oorzaak voor de harde houding richting andere groepen?

“Onbegrip. Daarom is onderwijs zo ontzettend belangrijk. We moeten meer onderwijzen; niet alleen kennis verwerven over de Bijbel, maar ook over andere religies en overtuigingen, zonder onze eigen Christelijke identiteit of doctrines te verwaarlozen. Mensen die geen idee hebben hoe anderen denken, gaan veroordelen. Dan ontstaat er irritatie, onbegrip en conflict. Je ziet het overal op de wereld, waar religies elkaar bestrijden.

De tweede oorzaak is gebrek aan contact. Als we met elkaar in gesprek gaan, kunnen we de samenleving veranderen. Dan is er geen ruimte meer voor veroordeling. Als ik dat tegen andere christenen zeg, proef ik vaak angst: straks raak ik mijn eigen identiteit kwijt. Maar dat geloof ik niet. Je hoeft daar niet bang voor te zijn als je zelf weet wie je bent. Dan is er geen ruimte voor is- lamofobie of haat, maar voor ontmoeting. Daar ben ik zelf het levende bewijs van.”

Heeft u regelmatig contact met andere religies?

“Ik heb joodse en islamitische vrienden. Als ik met hen praat, doe ik dat niet om hen te overtuigen – dan is het niet gelijkwaardig. Ik doe het zodat we elkaar een beetje beter kunnen begrijpen. Aan discussiëren heb je niets – ik omhels liever een moslim. Dan bouw ik een brug in plaats van een muur. De rest laat ik aan de Heilige Geest over. Hij overtuigt, dat hoef ik niet te doen.”

Maar moeten we niet waarschuwen voor het gevaar van bijvoorbeeld de Islam?

“Jezus heeft nooit andere religies aangevallen! Wat hij wél aanviel, was hypocrisie en liefdeloosheid binnen zijn eigen geloof. Als we daar een voorbeeld aan zouden nemen, en beginnen met het aanvallen van hypocrisie in onze eigen kring, zou de wereld veel beter worden. Natuurlijk word ik verdrietig en boos als ik zie hoe mensen onthoofd worden. En ik kan, net als ieder ander, geen begrip opbrengen voor de zogenaamde jihad. Maar ik probeer de ander niet als vijand te zien. Hebzucht en vooroordelen zijn mijn vijanden. Die moet ik overwinnen, en daarbij begin ik bij mezelf en mijn eigen kerk."

Arrogant

Als Samuel Lee hierover praat, wordt de dominee in hem wakker. Hij praat vol vuur, zijn ogen glimmen en zijn handen bewegen. “Te lang heb ik dit thema laten liggen,” vertelt hij. “De eerste jaren dat ik een gemeente leidde, ging het daar niet over. Ik ging helemaal op in de show en in de aandacht. Ik zag mezelf als Gods gezalfde. Dat liep uit de hand. Ik werd arrogant, en wat er op het podium gebeurde werd steeds belangrijker. Het moest allemaal mooi en goed zijn en ook wat ik zei, werd eenzijdig. Er was veel nadruk op uiterlijkheden: genezing, vallen in de geest. En achter de schermen werd het heel erg hiërarchisch. Mijn wil moest gebeuren. Begrijp mij niet verkeerd, ik geloof nog altijd in genezing en het geraakt worden door de Heilige Geest, maar ik geloof niet in de show.”

Die houding kenterde rond 2007. “Ik zat in mijn kantoor en zag het portret van moeder Teresa. Het was alsof ik een stem hoorde: je moet meer zijn zoals zij. Ga niet voor de grote en spectaculaire effecten, maar kies ervoor te dienen. De organisatie van mijn gemeente was toen opgezet als een piramide, waarvan ik aan het hoofd stond. Maar ik besefte me: een piramide is een graf. Nu zijn we meer een cirkel: samen aan tafel. Ik gebruik nu ook veel minder mijn eigen naam. Ik heb het liever over Jezus.”

De gemeente moest even wennen aan de nieuwe koers van Samuel Lee. “Pas kwam er nog een gemeentelid naar me toe. Die zei: ‘Dominee, ik bid dat we hard mogen groeien! Ik bid om een groter gebouw!’ Ik antwoordde: ‘Hoe weet je zo zeker dat ik dat wil?’ Die keek wel even op zijn neus.”

U zegt dat u meer aandacht heeft voor sociale gerechtigheid. Hoe ziet dat er concreet uit?
“Een thema waarmee we bezig zijn, is het helpen van immigranten zonder documenten. Ik zie dat als mijn roeping. Wereldwijd zijn er zo’n 50 miljoen ongedocumenteerde migranten. Dat is een heel volk van mensen die geen papieren hebben, en daarom ook over weinig rechten beschikken. Veel van hen zijn christen. Ze wonen, ook in Amsterdam, vaak met een grote groep in een klein appartement en worstelen om te overleven. Wij proberen hen te helpen. Ook als de wet dat niet toestaat.

Je kunt wel zeggen: ‘We moeten de wet volgen, je kunt die illegale mensen niet zomaar helpen.’ Maar gerechtigheid van God staat boven alle soorten wetten die wij maken. Als ik iemand zie die lijdt, help ik hem, wat de wet ook zegt. In de Hitler-tijd was het ook goed om je niet altijd aan de wet te houden.”

Vindt u het huidige asielbeleid te vergelijken met de wetgeving in die tijd?
“Nee, zeker niet – dat gaat te ver. Ik begrijp dat overheden soms hard moeten zijn. Zij moeten zorgen voor veiligheid en bescherming. Maar van mijn medechristenen verwacht ik iets anders. Wij worden geroepen om onze naaste lief te hebben!”


Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Miss Jack
Bron: Visie 2014, nr. 45