Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Schilder Henk Helmantel: 'Ik verspil mijn tijd niet aan middelmatigheid'

Schilder Henk Helmantel: 'Ik verspil mijn tijd niet aan middelmatigheid'

De geur van een pruim, de compositie van een Rembrandt of de vorm van een oud glas: van schoonheid kan kunstschilder Henk Helmantel lyrisch worden. Dan zit hij rechtop en gaat hij sneller praten. “Ik heb de neiging te overdrijven. Of noem het intensiteit.”

Geduldig poseert Henk Helmantel (70) voor een foto met een van de tientallen bezoekers aan zijn museum. Op deze zonnige dag is het druk bij het atelier en de expositieruimte van de Weem. Tientallen dagjesmensen zitten ontspannen in de ruime tuin of bezoeken de expositie. “Jaarlijks verwelkomen wij tienduizend bezoekers,” vertelt hij. “Normaal gesproken ben ik daar zelf niet heel druk mee, maar mijn vrouw is een paar dagen weg.”

Romeins glas

Als hij even later voorgaat naar zijn atelier voor een snelle kop koffie, voelt de rust als een warme deken. Los van de nieuwsgierige blikken die af en toe – neus tegen de ruit – naar binnen worden geworpen, is er weinig te merken van de drukte buiten. Op een tafeltje liggen wat katoenen zakken en gedroogde vruchten; ernaast staat een paneel op een oude trap, waar de voorwerpen vorm krijgen in een stilleven. De houten vloer is bespikkeld met verf. Het is niet moeilijk je in deze omgeving een aantal eeuwen terug in de tijd te wanen.

Ook in de woonkamer lijkt alles eeuwen van gebruik achter de rug te hebben, op de breedbeeldtelevisie na. “Butsen en krassen maken een voorwerp interessanter. Ik vind dat dingen door gebruik een meerwaarde krijgen,” verklaart Helmantel zijn liefde voor doorleefde meubels en gebruiksvoorwerpen. “Als ze net uit de winkel komen, kunnen ze best mooi van vorm zijn, maar sfeer moet door de tijd gevormd worden.”

Parel

Op zijn schilderijen komen die voorwerpen terug. De stillevens en kerkinterieurs van Helmantel brengen tienduizenden euro’s op. Het geheim van die schilderijen?

“Dat ligt in aandacht,” verklaart hij. “Een geweldige aandacht en verwondering voor schepping, kleding, architectuur en voorwerpen. Dat betekent voortdurend selecteren, want er is heel veel wat mijn aandacht niet waard is en het beste heeft des te meer nodig. Als ik onderweg ben, bijvoorbeeld, komt er van alles langs. Nederland is een rommeltje. Dan rijd ik langs vijf boerderijen die verkeerd verbouwd zijn, en staat er ineens een parel in het landschap. Dáár stop ik voor. Ik wil mijn tijd niet verspillen aan middelmatigheid. Als je ook alle middelmaat aandacht geeft, ben je moe voordat je aan hoogtepunten toe bent.”

Snoepen van stilleven

Helmantel werd begin dit jaar zeventig. De verwondering is hij na al die jaren nog niet kwijt. “Misschien verwonder ik me wel intenser en bewuster dan ooit. Het is een grondhouding die ik velen toewens. Verwonder je over wat je ziet! Het maakt het leven zoveel rijker!”

Als kwekerszoon kreeg hij de aandacht voor de natuur al jong mee. “Mijn ouders leerden ons goed naar de natuur kijken. Hoe staan de bloesems erbij? Hoe rijp is het fruit? Ook de werkzaamheden – druiven krenten, appels plukken, peren plukken – deden we met volle attentie. Die bezigheden zijn voor mij ook sterk met geuren verbonden. Als ik sommige aroma’s ruik, waan ik me terug in mijn jeugd. De heerlijkste geur vind ik die van pruimen, met name de Reine Claude-pruim. Als die rijp is, weet je niet wat je meemaakt. Ik heb ze vaak geschilderd, en dikwijls kon ik niet afblijven van de achterkant van mijn stilleven. Ik snoepte dan nog even van een pruim. Zo fantastisch. Tjonge, denk ik dan, die pruimen zijn zó lekker, die hebben recht op mijn volle aandacht. En het stimuleert mij ze zo te schilderen, dat ze écht pruim worden op het doek.”

Koekblik

Tijdens zijn jeugd proefde Helmantel ook voor het eerst van de schilderkunst: op het koekblik van zijn ouders. Er stonden vijf schilderijen van Vermeer op. “Ik heb die koekjestrommel eindeloos vaak bekeken.” Zijn eerste blik op échte schilderkunst werpt Helmantel als hij vijftien is. Hij gaat op bezoek bij zijn voormalig predikant, die de kunstliefde van Helmantel wil aanmoedigen. Vanuit Wormerveer, de nieuwe standplaats van de dominee, bezoekt Helmantel het Rijksmuseum. “Dat was een ervaring van de bovenste plank. Sindsdien ben ik verschrikkelijk vaak in het Rijksmuseum geweest, ik denk wel honderdvijftig keer. En iedere keer ben ik geraakt door de beste schilderijen. Vooral Rembrandt en Vermeer treffen me diep. Hun meesterschap in uitdrukking, verfbehandeling, compositiegevoel en sfeer; dat is van een ongekend niveau.”

Nu, jaren later, heeft u zelf ook etsen van Rembrandt in huis. Blijft die verwondering? “Absoluut. Rembrandt is onwaarschijnlijk getalenteerd. Zó goed. Niet alleen de ets, maar ook de boodschap die erin verteld wordt, is helemaal raak. Hij is dé vertolker van de Bijbelse boodschap, in de meest essentiële vorm. Niemand heeft het ooit beter gedaan. Hij idealiseert niet, maar plaatst de boodschap midden in de samenleving. Je ontmoet die mensen echt in de etsen en schilderijen. Kijk bijvoorbeeld eens naar het schilderij van de verloren zoon, dat in de Hermitage in Sint Petersburg hangt. Als je dat ziet, is het alsof je zelf bij die ontmoeting bent. Je voelt dat je welkom bent als sloeber, die terugkeert naar de Vader. Dat komt dichtbij, want zo voel ik me zelf ook wel eens. Wie ben ik nu helemaal? Maar ik weet dat ik altijd mag terugkeren naar de Vader.”

Niet te bont

Het geloof in die Vader is een rode draad in Helmantels leven. Hij groeide op in een gereformeerd gezin, en heeft het geloof nooit losgelaten. Ook niet toen hij het veilige gezin verruilde voor de kunstaca­ demie. “Minerva in Groningen was begin jaren ‘60 niet echt de plek waar het geloof tot bloei kwam. Toch voelde ik me er zeer thuis. Ik ging graag het gesprek aan met medestudenten en leraren om het geloof op de kaart te zetten. Een leraar heeft me zelfs eens gewaarschuwd dat ik het niet te bont moest maken; ik kon daar niet gaan evangeliseren, vond hij. Daar heb ik me overigens weinig van aangetrokken.”

Nog steeds getuigt Helmantel graag van zijn geloof. “Beroepsmatig ben ik natuur­ lijk geen evangelist. Maar ieder christen is geroepen hoog op te geven van zijn geloof, en ik doe dat ook. Niet in de laatste plaats door mijn schilderijen. Ik geloof dat de schepping getuigt van Gods grootheid. Daarmee getuigen mijn schilderijen ook van God; of het nu gaat om een groente­ stilleven, een landschap of een portret: het getuigt allemaal van Gods scheppings­ kracht.”

Het geloof is uit het gehoor, zegt Paulus. Ervaart u dat ook zo als schilder?

Na even nadenken: “Ja, toch wel. Je hoeft geen christen te zijn om je te verwonderen over de schepping. Als het Woord van God niet aan de verwondering toegevoegd wordt, blijft die schepping op zichzelf staan. En dat woord is zó betekenisvol. Zoals het Johannes-evangelie begint: dat is een symfonie in volle pracht: ‘In den beginne was het woord, en het woord was God.’ Ik kan me daar mateloos over verwonderen. Of zoals het begin van Genesis zich aan ons openbaart. Daar ben ik diep van onder de indruk. En vanuit die waarheid kijk ik naar de schepping. Die blijft me verbazen. Kijk om je heen! Zie hoe alles functioneert. Dat is toch wonderbaarlijk! Dat wijst op een zeer groot Schepper.”

U heeft een zeer positieve kijk op de schepping. Ziet u ook de donkere kant van het leven?

“Ik ben mij er zeer van bewust dat er ook een andere kant is, hoewel ik persoonlijk behoed ben voor heel dramatische gebeurtenissen. Maar ik neem kennis van de ellende, lees de kranten en kijk het Journaal. Bovendien ben ik 37 jaar begrafenisondernemer geweest – ik leidde begrafenissen in de kerk hiernaast. Maar al die ellende heeft niet het laatste woord. Ik leef sterk met het besef dat we op weg zijn naar het Koninkrijk van God, waarin God zelf alles zal herstellen. Dat wil echter niet zeggen dat het nu allemaal niets is, en straks pas goed. Daar moet je voor oppassen. We leven nu al in de schepping van God. Een aangetaste schepping, maar nog steeds Zijn schepping! Dat kunnen we zien, voelen, ruiken, tasten. Het goede is nu al aanwezig, en straks komt het nog beter en voller. Dan zal de volheid van Gods Koninkrijk ons versteld doen staan! Vanuit die belofte leef ik.”

Neiging tot overdrijven

Wanneer Helmantel over zijn geloof praat, gaat dat met dezelfde passie als waarmee hij over Rembrandt of Vermeer praat. Al snel vallen er woorden als ‘prachtig’ en ‘fantastisch’. “Ik heb de neiging te overdrijven,” glimlacht hij half-verontschuldigend. “Of noem het intensiteit. Ik probeer het leven zo vol mogelijk te leven – dat verdient het.”

Leven in een klein, Gronings dorpje, is dat spannend? “We beleven op kleine schaal heel veel avonturen,” vindt Helmantel. “Ons leven heeft iets spectaculairs. Het vak dat ik uitvoer, de bezoekers die langskomen, kunstbeschouwingen, de plek waar we wonen: we worden voortdurend verrast. Soms zoveel dat je er bijna in omkomt. Wij hebben een heel rijk leven.”

‘Wij’ duidt ook op zijn vrouw Babs, met wie hij bijna 45 jaar samen is. “Ik blijf me erover verwonderen dat ik me zo lang verbonden kan voelen met één persoon – in beginsel toch min of meer een vreemde. Dat is bijzonder! Maar nog steeds heb ik de behoefte bij haar te blijven. Dat ebt niet weg. Het is een geschenk.”


Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Eljee
Bron: Visie 2015, nr. 25/26