Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Schrijfster Esther Kaper: 'Ik ben ook waardevol als ik even niets kan'

Schrijfster Esther Kaper: 'Ik ben ook waardevol als ik even niets kan'

Het valt niet altijd mee om als moeder, echtgenote en carrièrevrouw alle ballen in de lucht te houden. Met vallen en opstaan vond schrijfster Esther Kaper (31) de balans, al vergeet ze soms nog voor zichzelf te zorgen. "Dan moet ik mezelf streng toespreken: 'Nu ga je deze afspraak afzeggen en uitrusten.'"

"Een paar weken geleden gingen we naar de kerk. Ik had alles ingepakt en voor iedereen eten meegenomen. Pas toen we in de auto zaten, kwam ik erachter dat ik niets voor mezelf had geregeld. Dit zullen veel moeders herkennen: je zorgt voor iedereen, maar vergeet jezelf. Dat houd je misschien even vol, maar ik weet uit ervaring dat het niet lang goed gaat," vertelt Esther aan de keukentafel. Op de bank speelt oudste zoon Abel (3) met de iPad en zijn broertje Juda (4 maanden) ligt in zijn wipstoeltje rond te kijken, naast Esther op de grond. Vader Job is naar zijn werk. “Ik had natuurlijk oppas kunnen regelen, maar op woensdag en vrijdag ben ik thuis bij de kinderen. Dan wil ik er echt voor ze zijn. En het gaat zo prima, toch?”

Spetterend leven

Vorig jaar verscheen Esthers tweede boek, Mama’s eerste stapjes, waarin ze vertelt hoe haar leven op z’n kop kwam te staan door de geboorte van haar eerste kind. “Voor Abel geboren werd, werkte ik veertig uur per week als redacteur bij een tv-producent, zong ik in de band van onze gemeente, sprak ik ’s avonds vaak af met vrienden en deed ik veel leuke dingen met Job. Ik wilde niets missen. Nu ik moeder ben, is het anders. Ik werk drie dagen en daarnaast ben ik thuis om luiers te verschonen, flesjes te geven en te stofzuigen. Dat is best een overgang! Eerst heb je – voor je gevoel – een spetterend leven en opeens word je teruggeworpen op de normale dagelijkse dingen. Die moest ik echt leren waarderen. Toen Abel net geboren was, wilde ik alles blijven doen. Veertig uur werk in drie dagen proppen, mijn familie en vrienden regelmatig zien, op stap met Job, lezingen geven over mijn boek en voor Abel zorgen. Dat lukte gewoon niet. Je energie is een keer op.”

Verplicht niets doen

“Natuurlijk moet je uitrusten van een bevalling, maar ik vond dat onzin,” vertelt Esther, als ze een slok koffie neemt. “Ik wilde doorgaan! Omdat ik zo druk voor Abel aan het zorgen was, vergat ik vaak te eten. En als hij sliep, ging ik het huishouden doen in plaats van rusten. Vanwege mijn lage weerstand, had ik in die periode vaak buikgriep. De kilo’s vlogen eraf.” Een half jaar na Abels geboorte, in april 2012, stortte Esther volledig in. Tijdens een weekendje weg met vrienden, kreeg ze meer dan veertig graden koorts. “Ik voelde me zo beroerd, dat we naar de huisartsenpost zijn gegaan. Onderweg kreeg ik een hyperventilatieaanval. Overal voelde ik tintelingen, spanning en pijn. Ik dacht: ‘Dit is een hartaanval. Ik ga dood.’ Dat was gelukkig niet zo. Langzaam werd ik rustig. Na veel onderzoeken bleek dat de ziekte van Pfeiffer die ik als jonge twintiger had gehad, opnieuw actief was. Ik moest verplicht op bed liggen en niets doen.”

Je lichaam zei letterlijk: ‘Nu is het genoeg.’

“Als je stress hebt, geeft je lichaam altijd signalen. Het begint bijvoorbeeld met hoofdpijn, buikpijn of slaapproblemen. Als je die maandenlang blijft negeren, schakelt je lijf uiteindelijk vanzelf uit. Dat is pittig. Ik heb van die periode geleerd dat ik ook waardevol ben als ik niets kan. Je bent niet gelijk afgeschreven als je even niet meekunt. Ik luister nu een stuk beter naar de signalen, maar het blijft een zwakke plek. Als ik me niet lekker voel, denk ik soms nog: ‘Hup! Een paracetamol erin en gaan.’ ”

Zou je fulltime moeder willen zijn?

“Ik zou dat niet kunnen. Dit onderwerp ligt bij veel mensen gevoelig, omdat iedereen andere keuzes maakt. Zelf wil ik niet stoppen met werken. Mijn werk is een deel van mijn identiteit. Ik merkte het al tijdens mijn zwangerschapsverlof. In het begin vermaak ik me prima, maar na een tijdje lijkt het alsof de helft van mijn hoofd uit staat. De ene helft zorgt, is met de kinderen bezig. De andere helft wil uitdaging en met mooie televisieprogramma’s als De Kist en Adieu God? mensen inspireren. Dat zit in mij. Ik kan die helft tijdelijk uitschakelen, maar als ik zou stoppen, weet ik zeker dat ik depressief zou worden.”

Smoorverliefd

Als kind had Esther een specifieke droom: directiesecretaresse bij een omroep worden. Ze hield van schrijven en televisie vond ze interessant. “Opgroeiend in de buurt van Hilversum, fietste ik iedere dag langs de omroepen. Dat trok me enorm aan,” herinnert ze zich. “Van het beroep journalist had ik nog nooit gehoord. Tot een decaan tegen me zei dat ik journalistiek moest gaan studeren, zodat ik mijn eigen verhalen kon vertellen. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor.”

Dankzij dit advies vond Esther niet alleen de baan, maar uiteindelijk zelfs de man van haar dromen. Ze leerde Job op haar 22e kennen toen ze bij een televisieproducent ging werken. “Job werkte daar als video-editor en vond mij meteen leuk. Ik lette niet op hem, een nieuwe baan was al spannend genoeg. Job heeft mij echt veroverd. Hij kwam steeds vaker even bij mijn bureau staan om te kletsen. We leerden elkaar langzaam kennen en op een gegeven moment vroeg hij me mee uit. Dat was gezellig, maar ik werd pas later smoorverliefd. Ik was onderweg naar een festival waar we samen heen zouden gaan en uit het niets werd ik enorm zenuwachtig om hem te zien. Vlakbij het festival kwam Job me tegemoet lopen met een rode roos. Hij was ook nerveus, dus hij gaf mij de bloem en zei verder niets. Super ongemakkelijk! Zo liepen we samen het festival over. Op den duur werd het zo oncomfortabel, dat ik zei: ‘Wat lief dat je die roos hebt gegeven.’ En toen durfde hij eindelijk te vertellen: ‘Die roos is een symbool van wat ik voor je voel. Ik hoop dat het wederzijds is.’ Vanaf dat moment liepen we hand in hand verder en was het aan.”

Waar viel je op bij hem?

“Het grappige is, dat ik vroeger altijd viel op populaire jongens. Stoere types met een grote mond die graag in het middelpunt van de belangstelling staan. Job is precies het tegenovergestelde. Ik vind het fijn dat hij niet op een overdreven manier de aandacht zoekt. Hij is rustig, introvert en volledig zichzelf.” Lachend: “En ik viel trouwens ook op zijn armen. Hij heeft mannelijke, stoere armen met mooie handen.”

In je boeken vertel je openhartig over allerlei thema’s, ook over jullie seksuele relatie. Overleg je alles vooraf met Job?

“Ja, alles wat ik naar de uitgever stuur, gaat eerst langs hem. Natuurlijk maak ik zelf bewuste keuzes in wat ik wel of niet schrijf, maar ik zou het vervelend vinden als iets de wereld ingeslingerd wordt waarvan Job denkt: ‘Pardon?!’”

Open over seks

In haar eerste boek, Hot Issues, pleit Esther voor meer openheid over seksualiteit onder christenen. “We creëren met elkaar een sfeer waarin het ontzettend erg is als je fouten maakt op seksueel gebied. Ik denk dat veel christenen er daarom krampachtig mee omgaan. Daten vinden we bijvoorbeeld moeilijk, want: is dit dan meteen degene met wie je moet trouwen? Of kijk je dat een tijdje aan? En mag je zoenen op zo’n avond? We zijn zo bang voor seks! Dat snap ik, want seksuele gevoelens zijn sterke emoties. Ze kunnen je overweldigen. We waarschuwen elkaar voor van alles, maar delen niet waar we mee zitten. Ik geloof dat seksualiteit een normaal deel van ons leven is. Of je nu single bent of een partner hebt: iedereen heeft ermee te maken. Met mijn boek wilde ik dit bespreekbaar maken. Ik schrijf bijvoorbeeld dat ik worstelde met zelfbevrediging. Jongeren vonden het bijzonder dat ik dat durfde te delen, maar als ik vroeg of ik dan de enige was, moesten ze toch toegeven dat bijna iedereen ermee te maken heeft.”

Heb je spijt gehad van die openheid?

“Nee. Ik vind het wel lastig dat je niet in de hand hebt hoe mensen het interpreteren. Ik wilde bijvoorbeeld niet dat mensen mij als een heilig boontje zouden zien omdat ik geen seks heb gehad voor het huwelijk. En ik vond het spannend dat mijn familie en vrienden het zouden lezen. Mijn ouders reageerden positief, al zei mijn moeder: ‘Je bent wel heel erg open over alles.’”

Overtreffende trap van intimiteit

Seksualiteit is voor Esther een belangrijk onderdeel van het huwelijk. “Als je getrouwd bent, deel je alles met elkaar. Ook je seksualiteit. Het is de meest intieme manier om aan de ander te laten merken: ik hou van je en ik ben gek op je. Als Job en ik het druk hebben en daardoor minder vrijen, voel ik op den duur een bepaalde afstand. Je kunt wel met elkaar praten, maar die lichamelijke uiting van ‘wij horen bij elkaar’, hoort er absoluut bij. Met vrienden kan ik alles delen, maar mijn seksualiteit deel ik alleen met Job. Emotioneel en fysiek met elkaar verbonden zijn, is de overtreffende trap van intimiteit. Dat we er twee kinderen door hebben gekregen, maakt het extra wonderlijk.”

Aardse beslommeringen

“Weet je dat ik me nog nooit zo dichtbij God voelde als tijdens mijn eerste zwangerschap?” vervolgt Esther. “Ik merkte dat er iets in mijn lichaam gaande was, waarop ik zelf geen invloed had. Gedurende al die maanden dat je kindje groeit, voel je leven in je buik. Dat is iets bovennatuurlijks! En toen Abel in mijn armen lag, dacht ik: ‘Je bent een nieuw mens. Waar kom jij vandaan?’ De wetenschap dat God alles heeft geschapen, vind ik soms zo abstract, maar als je een kind geboren ziet worden, is Hij voor je ogen aan het scheppen.”

Geloof speelt een belangrijke rol in de levens van Esther en Job, al vindt Esther het soms moeilijk er tijd voor te maken. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik midden in deze tropenjaren weinig tijd en rust in mijn hoofd heb om te bidden en in de bijbel te lezen. Paulus zegt iets als: je kunt beter alleen blijven, anders word je opgeslokt door alle aardse beslommeringen. Hij heeft gelijk. Vooral met kleine kinderen ben je de hele dag aan het hollen. Toen Abel geboren was, voelde ik me daar enorm schuldig over. Ik weet nog dat ik onder de douche stond te huilen en opeens de gedachte kreeg: ‘Wat jij nu doet, voor je kind zorgen, dát vraag Ik van jou.’ Vanaf dat moment ervoer ik Zijn rust. Ik hoef voor Hem niet te presteren. Hij snapt dat deze fase er is, en het is Zijn opdracht dat ik goed voor mijn kinderen zorg. Door dit besef viel er een last van me af. God begrijpt het!”

Heiliger dan je bent

“Maar,” zegt Esther na een paar seconden stilte, “dit blijft wel een dingetje. Want wat doe je zodra je wel even tijd hebt? Als ik een momentje niets te doen heb, pak ik mijn telefoon om te facebooken. Terwijl ik dan ook stil kan worden of kan bidden. Als ik zing, heb ik voor mijn gevoel een rechtstreeks lijntje naar Boven. Maar in het dagelijks leven vind ik tijd met God doorbrengen lastig. Ik weet dat er mensen zijn die nu denken: ‘O, Esther heeft geen stille tijd. Dat is niet goed!’ Het is verleidelijk om je als christen net wat heiliger voor te doen dan je bent, ook in interviews of in een boek. Een boek schrijven duurt een jaar. In die tijd kan ik schaven wat ik wil, door anekdotes op te leuken of alles net wat vromer neer te zetten. Maar ik probeer altijd eerlijk te zijn. Ik wil schrijven over het leven zoals het is.”


Tekst: Femke Taale
Beeld: Willem Jan de Bruin
Bron: Visie 2015, nr. 21