Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Songwriter Han Kooreneef: Dominee in een kerk voor iedereen

Songwriter Han Kooreneef: Dominee in een kerk voor iedereen

Liedjesschrijver Han Kooreneef is een gevoelige man. Eentje die van vlinders houdt. Een man die zijn auto langs de weg zet als de lucht zó bijzonder is, dat het weleens de wederkomst kan inluiden. ‘Misschien heb ik wel een religieuzer vak dan een predikant.’

Dat Han Kooreneef (51) een diepe denker is, blijkt vooral na afloop van het interview. Zijn volgende afspraak heeft net afgebeld, dus hij heeft de tijd. Veel van zijn gedachten over het leven zitten verpakt in liedjes. Hij laat Op een dag horen, een lied dat hij schreef voor Ruth Jacott, over het verlangen naar een tijd dat alles beter wordt. “Dat herkent iedereen, maar veel mensen haken af als je in het tweede couplet over Jezus begint, daar hebben ze niks mee. Dan zouden ze mijn boodschap missen.”

Dan klinkt de ballad Omdat U in mij gelooft door de speakers. Het is zijn enige expliciet christelijke liedje, over twijfel en tegelijk de zekerheid dat God ons vasthoudt. Han schreef het in opdracht van bisdom Den Bosch, dat 450 jaar bestond. Met een gebaar van ‘ik kan het ook niet helpen’: “Hier krijg ik altijd natte ogen van. Het geeft in drie minuten het hele spectrum van mijn geloofsbeleving weer: van die paar momenten dat ik bang ben dat ik mezelf voor de gek houd, tot ‘natuurlijk niet, ik vóel het!’.”

Familieheld Bach

Voelen. Het woord zal nog vaak klinken deze ochtend in Hans landelijk gelegen, gehuurde muziekstudio in Sint Michielsgestel. Hier componeert hij, min of meer noodgedwongen. Thuis, in Rosmalen, kan hij zich moeilijk concentreren te midden van zijn drie kinderen. “Daarbij ben ik hopeloos verliefd op m’n vak. Voorheen dook ik thuis geregeld ’s avonds nog de studio in. Voor je het weet word je een soort perpetuum mobile, dan houdt het nooit meer op. Nu ben ik vanaf het avondeten weer helemaal onderdeel van het gezin.”

Han is inmiddels negentien jaar getrouwd met Georgette. “We zijn passionele mensen, dus het kan ongelooflijk botsen; van Ik leef niet meer voor jou tot Zij,” refereert Han aan twee Borsato-hits van zijn hand. “Getrouwd zijn is niet makkelijk. Ons geheim? Doorzetten. Ik geef niet snel op.” In zijn werkruimte – met een bijbel en stiltedagboek in de kast – staan een digitale piano, een iMac, geluidsboxen en een basgitaar met maar twee snaren. Bassen kan Han maar op één snaar. Meer is ook niet nodig voor het opnemen van zijn demo’s. De viool is het enige instrument waarop hij les in heeft gehad.

“Bij ons thuis was muziek maken zoiets als ademhalen. Bach was onze familieheld. Met hem had ik graag iets willen schrijven! Als je zulke muziek kunt maken, moet je echt een ‘hotline with heaven’ hebben gehad. Bij de Matthäus Passion houd ik het nooit droog. Tot mijn twaalfde hield ik alleen maar van klassieke muziek. Nu gebruik ik soms nog klassieke elementen in mijn muziek, met Bachiaanse sus4-akkoorden bijvoorbeeld. Noten kan ik alleen maar langzaam lezen, noteren lukt mij al helemaal niet. Ik heb nooit interesse gehad in de theorie; muziek schrijven is bij mij een organisch proces. Ik begin gewoon.”

Waar voldoet een goed liedje aan?

“Je moet de echtheid ervan voelen: alsof je de tekst en muziek als een zalfje over je gevoel smeert. Het leuke van een oppervlakkige hit als Dromen Zijn Bedrog is, dat mensen naar me toekomen en zeggen: ‘Heb jij dat geschreven? Ik heb mijn vrouw versierd op dat nummer!’ Er zijn ook liedjes waarvan luisteraars aangeven dat ze daar tijdens hun echtscheiding veel aan gehad hebben. Het moet dus iets met je doen.”

Bij Han zelf is de gevoelige snaar nooit ver weg. “Ik voel zóveel... Wat betreft werk is dat ideaal, want ik kan me in iedereen verplaatsen, maar privé is dat nog weleens lastig. Op een feest met dertig man kan de veelheid aan gevoelsprikkels me overweldigen. Geloof me, als ik een knop had, zou ik dat gevoel echt weleens uitzetten.”

Heilige Geest waait rond

Kooreneef bracht zelf in 1996 een album uit en één single, maar zo succesvol als zijn liedjes voor anderen, werd zijn eigen werk nooit. Vreemd? “Ik heb de fout gemaakt muziek te schrijven waar ik zelf van houd, met Pink Floyd-achtige elementen en zo, maar die niet bij mijn baritonstem past. Stond ik daar bij Koffietijd in een verkeerd pak te playbacken.”

Dus ging Han verder met waarin hij goed is: gevoelige pianoliedjes schrijven die een ander mag vertolken. Hij hoeft niet zo nodig bewierookt te worden. “Bij persoonlijke liedjes als Wereldreis van Liesbeth List of Speeltuin van Marco Borsato zou ik het wel erg vinden als ze worden afgebrand; die liggen zó dichtbij mij dat het bijna een persoonlijke belediging zou zijn. Maar dat is nooit gebeurd.”

Na 25 jaar tekstschrijven, kan Han nog steeds niet duiden hoe inspiratie werkt. “Soms word ik wakker boven m’n eigen werk – alsof ik er zelf even niet bij was – en denk ik: heb ík dit net gemaakt? Alsof ik als instrument gebruikt word. Ik geloof ook dat ik als ‘creator’ – co-creator eigenlijk – misschien wel een religieuzer vak heb dan een predikant. De Heilige Geest waait hier geregeld rond. Het blijft toch een wonder dat ik met een dode piano, gitaar en computer aan het einde van de dag iets levends heb gemaakt. Thuis aan de muur hangt een crucifix en op de vleugel staat een borstbeeldje van mijn grote held Johan Sebastian Bach; op die inspiratiemomenten gaat er naar beiden een kushand, in de juiste volgorde. Daarom ben ik niet snel trots op mijn werk; het gaat slechts door mij heen.

Ik kan me soms zo klein voelen tegenover God. Tegelijkertijd ben ik niet gewend mijn handen omhoog te gooien en dat te zeggen, vandaar dat ik daar ook geen liedjes over schrijf. Maar God is de alfa en de omega.”

Als je ergens vol van bent, schrijf je er toch over?
“Tja... Het is zoals muziek altijd iets is geweest als ademen, een vanzelfsprekendheid. Er is een voortdurende verbinding, die wordt bevestigd door het idee dat ik tijdens het schrijven niet alleen in deze kamer zit.
Eigenlijk maak ik gospel light. Dat elk jaar een liedje van mij in The Passion zit, bewijst volgens mij dat de boodschap overkomt. Daarnaast: als je wilt dat iedereen Marxist wordt, heeft het weinig zin om linkse liedjes te spelen op bijeenkomsten van linkse partijen. Die voelen en weten het al.”

Je hebt last van zendingsdrang, zei je ooit. Ze noemen je weleens ‘Dominee Kooreneef ’. Wat is je boodschap?
“Ik wilde zelfs dominee worden. Dat is gelukt, maar dan van een kerk waar iedereen naar binnen mag. Mijn boodschap? Dat het om universele liefde moet draaien; we zijn hier allemaal met een reden. Ik denk aan de liefde uit 1 Korintiërs 13, waarin de liefde belangrijker is dan geloof en hoop. Ik wil liefdevolle teksten op mensen afsturen; wishful singing, eigenlijk. ‘Liefde aan kale, witte muren hangen’, zoals ik in Wereldreis schrijf. Dan maak je de wereld mooier."

Durf te twijfelen

Han werd geboren als oudste zoon van gereformeerde ouders. Opwekkingsliedjes kent hij niet, Blijf mij nabij uit het ‘rode boekje’ vindt hij daarentegen prachtig. “Ik ben gedoopt, maar niet met de knoet de kerk ingeslagen. Als kind vond ik het Oude Testament gewéldig, met de zee die splitste en de Egyptenaren die erin verdronken. Net goed!

Mijn vrouw en kinderen zijn ook gedoopt en ik ben lid van een Hervormde Kerk, maar we gaan bijna nooit. Mijn vrouw en kinderen zijn dat ook niet gewend, en ik ga niet alleen. Ik kijk wel elke zondag Hour of Power. Ik vind Bobby Schuller een fantastische predikant. Hij legt de grondtekst uit en vertelt hoe het leven er in de tijd van de Bijbel uitzag. Dat is nieuw voor me.” Mensen die zich tot een club met eigen dogma’s en geboden rekenen, hebben de neiging anderen te veroordelen, meent Han. “Met de Bijbel in de hand op de stoel van God gaat zitten, daar houd ik niet van. Een vertaald boek laat nu eenmaal ruimte voor interpretatie. Dogma’s zijn vaak mooi, maar ik beschouw ze als glaswerk, waar een vingerafdruk op komt zodra je het vastpakt.”

Ben je één van de weinige christenen in jouw omgeving?
“Ik kom weinig mensen tegen die niets geloven. Het is ook niet zo dat ik in een wereld van lucht en leegte werk, dan zou ik knettergek worden. Er zitten veel ‘iets-ers’ tussen, die mijn geloof gewoon respecteren. Hoewel iemand ooit over mijn geloof zei: ‘Dat valt me van je tegen, ik dacht dat jij een intelligente gast was.’
Ik heb altijd al geweten dat wij hier niet zomaar zijn. Ik durf te twijfelen, maar ben geen dag ongelovig geweest. Als er geen Bedenker achter dit leven zit, dan hoeft het van mij niet.”
 

De dood als vinger in de rug

Over de dood gesproken. In een liedje schreef je: ‘Als de dood niet zou bestaan, zou ik bang zijn voor het leven’.
“...zou ik alles ondergaan zonder dromen, zonder streven, en ik zou zwerven door de tijd met alleen de zekerheid dat ik elke dag voor eeuwig op zou staan.”

Onthoud je al je teksten?
“Nee, maar deze wel, omdat ‘ie dicht bij me staat. Veel mensen zijn als de dood om over de dood te zingen. Dit was bedoeld als een loflied, de dood als vinger in de rug: dit kan je laatste dag zijn, dus laten we actie ondernemen. Ik moet er niet aan denken dat ik voor eeuwig rond moet lopen in deze wereld, waar ellende en egoïsme toenemen en de samenhang steeds minder wordt. We zijn niet volmaakt op de wereld gezet – met een reden, die ik nog niet weet. Ik las ooit dat onze ziel in het licht wordt geboren, en dat we door het donker heen moeten om dat te kunnen bevatten. Misschien verklaart dat de dalen waar we doorheen moeten.”

Han vreest de dood van dierbaren, maar voor zijn eigen dood is hij niet bang – behalve dan dat hij zijn kinderen vaderloos zou achterlaten. “Ik geloof heilig dat ik na dit leven God mag aanschouwen. Daar verlang ik soms naar, als ik naar de ongelooflijke rotzooi in deze wereld kijk. Misschien zijn de mensen die hier weg mogen wel de mazzelaars.”

Wat mooi is, is breekbaar

“Ik snap dat mensen niet in God geloven als ze de puinzooi om zich heen zien. Een schilder laat toch ook niet toe dat iemand op zijn schilderij inhakt? Ik denk erg veel over dit soort dingen na. Tegelijkertijd wil ik het loslaten, want ik ga er hier nooit achter komen.

Maar ik heb vaak genoeg dingen meegemaakt die geen toeval kunnen zijn. Toen mijn vader in 1991 op zijn 66e aan kanker overleed, luidde de annoncetekst: Terwijl de eerste herfstbladeren vielen, veranderde de rups in een vlinder en zo ontsteeg de ziel zijn geleende lichaam. Vlinders vind ik de mooiste schepsels die er zijn: een fantastische combinatie van schoonheid en ultieme breekbaarheid. De meeste écht mooie dingen zijn per definitie breekbaar, zoals zo’n vlinder, of liefde. Ongrijpbare dingen vaak. Maar goed: een paar jaar na mijn vaders dood zit ik in een kerk. Ook al vriest het buiten, toch vliegt er een vlinder rond die vijf minuten lang op mijn revers komt zitten. Schiet mij lek, maar dat is geen toeval. Ik zag dat als signaal van boven: het gaat goed met hem.

Het ergste wat me kan overkomen, is dat God niet blijkt te bestaan. Maar dan nog heb ik steun en inspiratie uit mijn geloof gehaald en er liefde door ervaren. Nee, Jezus zal hier nooit in levende lijve binnenlopen en zeggen: ‘Jongens, mooi gesprek, fijn dat jullie in mij geloven’. Nee, het blijft ‘geloven’.”


Tekst: Wilfred Hermans
Beeld: Jacqueline de Haas
Bron: Visie 2015, nr. 2


Beluister hier het lied 'Omdat U in mij gelooft', geschreven door Han Kooreneef.