Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Tijs is verslingerd aan malende benen

Tijs is verslingerd aan malende benen

Wat is dat toch, die koorts die om zich heen grijpt als ‘het koers is’? Wat maakt wielrennen zo bijzonder? Zaterdag 4 juli begint de Tour de France, met dit jaar een Nederlandse start in Utrecht. EO-presentator én wielerfanaat Tijs van den Brink legt uit waarom hij zo verslingerd is aan malende benen.

"Ik kan de dag van mijn ‘bekering’ tot de racefiets heel precies aanduiden: 8 mei 2010, de dag van de start van de Giro, de Ronde van Italië, in Amsterdam. Met drie mannen uit de straat had ik me opgegeven voor een toertocht van 90 kilometer in de omgeving van Utrecht, de plaats waar de tweede etappe van de Giro finishte (en waar dit jaar de Tour begint).

Een racefiets had ik nog niet, die leende ik van een aangetrouwde neef. Het was niet echt mooi weer, de hele dag dreigde het te gaan regenen. Maar wat was het een heerlijke dag! We hielden het vol, 90 kilometer lang, hadden het gezellig en voelden ons beresterk. Toen we aan het einde van de dag een passerend groepje niet konden bijhouden, gaven we de in Haastrecht genuttigde slagroom (op de appeltaart) de schuld. Thuis stonden onze vrouwen en kinderen op ons te wachten, met slingers, pasta en feestmutsen.

Geen bevlieging

Een hobby was geboren. De aanschaf van een eigen racefiets volgde snel. Nog wel van aluminium (‘echte’ wielrenners rijden op fietsen van carbon), want als calvinist moest ik natuurlijk aan mezelf bewijzen dat het geen bevlieging was.

Inmiddels zijn we ruim vijf jaar verder en van een bevlieging blijkt geen sprake: vorig jaar reed ik zo’n 6000 kilometer op de racefiets en als ik zo meteen, halverwege het schrijven dit artikel, een rondje mag fietsen van mezelf, passeer ik dit jaar de 3000-kilometergrens (na in totaal 107 uur en 9 minuten op de fiets, meldt wielrennerswebsite Strava mij). En ja, ik heb dit jaar een fiets van carbon gekocht…

Strak pakje

u mag ik dus aan u uitleggen waarom. Waarom hijsen steeds meer mannen (en vrouwen) zich in zo’n strak pakje om daarna uren met de benen te malen? Waarom reed ik vorig jaar met twee EO-collega’s de toerversie van de Amstel Gold Race en wilden er dit jaar maar liefst elf collega’s mee? Waarom worden wij wielrenners chagrijnig als het te lang regent, als het dagenlang glad is of als we te druk zijn om te fietsen? Waarom schaam ik me er nog maar nauwelijks voor om op familie-verjaardagen op respectabele afstand van mijn woonplaats, in mijn fietspakkie binnen te komen lopen?

Wetenschappers zullen zeggen: endorfine, een stofje dat vrijkomt bij lichamelijke inspanning (en verliefdheid, trouwens). Het zorgt voor een prettig gevoel en minder pijn. Het is vast waar. Er is natuurlijk veel meer over te zeggen. Maar: ik mag nu eerst een rondje fietsen.

Zo. Volgens mijn fietscomputer 55,58 kilometer gefietst over de Utrechtse heuvelrug in 1 uur en 44 minuten, (gemiddelde snelheid van 31,96 kilometer per uur). Hartslag rond de 160 (hartslagzone 2 in mijn geval) en zo’n 350 hoogtemeters.

Persoonlijk record

Joepie! Dat is een persoonlijk record op dit parcours! Fietsen is, als je zin hebt, het gevecht met jezelf aangaan. Ik word na 5 jaar nog steeds sneller, ondanks dat ik fysiek mijn allersterkste jaren gehad hoor te hebben.

En ja, het was ook nu weer om allerlei andere redenen fijn. Omdat je fietsen buiten doet en het fijn is om buiten te zijn. Omdat het gezond is en je er slanker van wordt (ik ben structureel 5 kilo lichter dan voor mei 2010). Omdat je je veel meer dan in de auto verwondert over de schoonheid van de schepping (ik herken tegenwoordig een buizerd! Eh, soms). Omdat je beter slaapt. Omdat je kunt fietsen wanneer het jou uitkomt. Omdat het helpt tegen stress. En zo kan ik nog even doorgaan.

Tourkoorts

Daarin ligt trouwens ook de verklaring voor de Tourkoorts, die Nederland op dit moment overvalt. Als je zelf een beetje weet wat lijden op de fiets is, kijk je met des te meer interesse naar ‘lijden op niveau’. Niets zo leuk als wielrenners op tv een heuvel zien bedwingen waarop jij de dag ervoor tijdens een toertocht nog helemaal kapot ging. En de andere helft van het land vindt het sowieso leuk om, zittend op de campingstoel met een biertje in de hand, naar zwetende mannen op de fiets te kijken (‘Ik houd van hard werken. Ik vind het heerlijk om te zien’).

Overigens kijken ‘echte’ wielerliefhebbers met gemengde gevoelens naar de Tourkoorts. Al die types die je nooit over fietsen hoort en nu ineens met hun snufferd vooraan staan in Utrecht… Net voetbalsupporters die nooit voetbal kijken, maar tijdens het WK ineens hun huis oranje verven. Nepfans…

Schaafwonden doen pijn

Zitten er dan helemaal geen nadelen aan mijn hobby? Zeker wel. Ik ben tot nu elk jaar wel een keer gevallen. De eerste keer bij een stoplicht, omdat ik de toeclips niet op tijd los kreeg (je schoen zit aan je pedaal vast bij een racefiets), de jaren daarna steeds als het nat was. En het moet gezegd: schaafwonden doen pijn en liggen zo drie weken lang open. En natuurlijk kost fietsen tijd. En geld. Maar minder dan roken, veel drinken en gokken…

Echtscheiding

Tot slot een bericht voor uw partner, die zich afvraagt waarom u zich inmiddels al 3 minuten en 46 seconden verdiept in een artikel over wielrennen en erbij kijkt alsof zij (of hij) bang is dat zij/hij u kwijtraakt: echtscheidingen komen onder wielrenners naar verluidt minder vaak voor dan onder niet-wielrenners…

Tekst: Tijs van den Brink

Beeld: Ruben Timman

Bron: Visie 2015, nr. 29-30