Theoloog Tom Wright: 'Zonder vragen kom je nergens'

Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

‘Uw functie vervalt’

‘Uw functie vervalt’

„Ik ben 52 jaar oud en kan het op de arbeidsmarkt wel schudden.“ De reactie van iemand die onlangs zijn ontslag kreeg aangezegd. Hij is een van de ongeveer 400.000 werklozen in Nederland. De werkloosheid in Nederland blijft stijgen. Maar de meeste werklozen praten er liever niet over.

De heer E. Wubs uit Onstwedde was facilitair medewerker bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in Ter Apel. Hij werd een tijdje geleden plotseling geconfronteerd met een bondige mededeling van zijn bazen: ‘Uw functie vervalt rond Kerst.’
„Mijn eerste reactie was dat ik dat al eerder had meegemaakt. Bij Defensie, mijn vorige werkgever, ben ik ook wegbezuinigd. En je kunt er niets aan doen, want de minister heeft minder geld te besteden.“ In het geval van Wubs was het afnemende aantal asielzoekers de reden voor zijn vertrek. De nieuwe Vreemdelingenwet werd namelijk strenger en wilde geld besparen. Hij kwam thuis te zitten.

Verplichte sollicitatie
„Je voelt je als een vuilniszak die bij de weg gezet wordt. Ik had een vast contract, maar wat betekent dat?“
Wubs probeert niet in het gat te vallen dat werkloosheid vaak veroorzaakt. „Ik sta op dezelfde tijd op als toen ik nog werkte. Ik wil het werkritme vasthouden. Dus om half zeven uit bed en om tien uur koffie.“
Tijd om in een gat te vallen, lijkt hem ook te ontbreken. Zo schrijft hij verplicht vier sollicitatiebrieven per maand. „Als je dat niet doet, word je gekort op je uitkering.“ Niet alle brieven die bij hem de deur uitgaan, sluiten precies aan op zijn vorige banen. Maar ondanks zijn leeftijd blijft hij optimistisch. „Ik probeer me ertussen te wurmen,“ zegt hij monter. En dat valt niet mee, gezien de reactie bij sollicitaties. „Vaak is het: ‘U bent 52 jaar meneer, wat wilt u nu eigenlijk?’ Nou ja, ze zeggen het wat diplomatieker, maar daar komt het wel op neer.“ Johan Bakker van christennetwerk GMV ziet in de praktijk dat mensen op verschillende manieren met hun ontslag omgaan. „Je ziet mensen die er ondersteboven van zijn, maar ik zie ook dat anderen de schouders eronder zetten.“ Vooral bij de jongere garde geldt dat laatste.

De heer Wubs wilde graag praten over zijn werkloosheid. Zo’n twintig eerder benaderde ontslagen personen wilden liever niet meewerken aan een interview. Waarom niet? Martien van der Zwan van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) merkt dat veel mensen er moeite mee hebben om er voor uit te komen dat ze werkloos zijn. Werk is in onze samenleving erg belangrijk. Mensen ontlenen er hun maatschappelijke status aan.
„Als je ergens op een receptie bent en je spreekt met onbekende mensen, dan is de vraag al snel: ‘Wat doe je?’ in plaats van: ‘Wie ben je?’ Men neemt automatisch aan dat je werk hebt. Zulke momenten kunnen heel pijnlijk zijn.“ Johan Bakker vermoedt dat de oudere generatie vaak niet begrijpt waarom iemand werkloos is. „Ze komen uit een tijd toen er nog een overspannen arbeidsmarkt bestond.“

Reorganisatie
Bij christennetwerk GMV is het merkbaar druk door de vele ontslagen, merkt Bakker op. „Bij de helpdesk komen momenteel veel vragen binnen over ontslag of dreigend ontslag.“
Ook de RMU heeft het er druk mee. Hoewel Van der Zwan geen cijfers paraat heeft, kan hij zeker stellen dat ontslag door reorganisatie op nummer één staat. „In de beginperiode zag je dat de klappen vooral vielen in de ICT en bij adviesbureaus, maar nu gaat het doorsijpelen naar andere branches. Het is over de hele linie raak. Een paar jaar terug kregen we bij onze vacaturebank veel verzoeken van werkgevers om personeel. Nu zijn de rollen omgekeerd en krijgt de RMU geregeld aanvragen van een werkzoekende.

Dat signaal klopt met de informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat berekende in mei dat de werkloze beroepsbevolking in de periode van februari tot april 2003 gemiddeld 392.000 personen telde. Dat aantal ligt ruim 100.000 hoger dan een jaar eerder. De stagnerende economie is de belangrijkste verklaring voor deze groei, maar ook het arbeidsaanbod neemt nog altijd toe.

De mensen in de directe omgeving van Wubs reageren soms vrij ontactisch op zijn ‘thuiszijn’. „Oude vutters vragen: ‘Heb je nog geen werk?’ En weg zijn ze weer. Anderen vragen zich af: zou die man wel wíllen werken? Ik vind dat heel naar.“
Gelukkig kreeg hij ook positieve reacties, met name complimenten voor zijn tuinierkunsten, een van de dingen waar hij nu veel tijd voor heeft.

Financieel drama
Financieel valt er ook vaak een gat. Martien van der Zwan weet dat vooral jonge gezinnen met één kostwinner financiële drama’s meemaken. „Zware hypotheken, hoge lasten. Soms moet het huis verkocht worden.“ Die zorg heeft ook RMU-lid Wubs. Na een jaar gaat hij naar 70 procent van zijn laatstverdiende inkomen. Als de inkomsten nog verder dalen, overweegt hij zijn juist aangeschafte woning te verlaten. „Erg jammer, want ik zit hier zo mooi.“

Wubs verliest de moed niet. „Als je je vertrouwen verliest, is het afgelopen. Wij denken wel eens dat we alles in de hand hebben, maar zo is het gelukkig niet.“ Dat besef houdt de Groninger op de been. Hij vindt de zondag een verademing in zijn ‘werkweek’. „Als ik thuiskom uit de kerk, ben ik weer bijgetankt.“
Vanuit de christelijke gemeente zou er wel meer aandacht moeten zijn voor werklozen, aldus Wubs. In de gebeden worden de vele werklozen ook nogal eens vergeten.

Echt belangrijk
Hoewel opstandigheid in een crisissituatie menselijk is, kent RMU-voorlichter Van der Zwan in zijn omgeving mensen die biddend bezig zijn met hun werkloosheid. „Als gevolg van hun werkloosheid zien ze wat echt belangrijk is in het leven, namelijk de relatie met God. Het is verfrissend voor jezelf om met zo iemand eens door te spreken als je zelf helemaal door je werk bezet bent.“
De RMU besteedt volgens Van der Zwan veel aandacht aan de sociaal-emotionele kant. Soms levert dat vreugdevolle momenten op. Aan twee kanten, want regelmatig wordt een forse taart op het RMU-kantoor bezorgd door een tevreden klant.

Vakcollega Bakker wijst ook op die sociaal-emotionele kant van het werk. „We hebben ook predikanten in ons cliëntenbestand. Als die een conflict met de kerkenraad hebben, zijn dat vaak pijnlijke zaken. Je bent dan bijna maatschappelijk werker.“

Beide organisaties opereren anders bij reorganisaties en ontslagen dan bijvoorbeeld de FNV, ‘s lands grootste vakbond. Bakker: „We stappen niet direct naar de rechter, maar proberen er samen uit te komen.“
Van der Zwan is blij dat veel bedrijven uit de RMU-achterban van tevoren aankondigen dat het minder gaat en maatregelen treffen voor hun werknemers. Een duidelijk standpunt van de RMU is ook dat in zwaar economisch weer als nu, werk boven inkomen gaat. „We vinden het heel mooi als werknemers bereid zijn tot loonmatiging om de continuïteit van het bedrijf te waarborgen en te voorkomen dat hun collega’s een andere baan moeten zoeken.“
Bakker: „Wij vinden dat in deze tijd de sterkste schouders dan de zwaarste lasten moeten dragen. Wat dat betreft, wachten we af wat het kabinetsbeleid gaat uitwerken op het werkloosheidscijfer. Maar in de huidige economische situatie moet de broekriem bij iedereen wat strakker.“

Niels Eckhardt

Volgende week in Visie een gesprek met een werkloze jongere.Werkloosheid in Nederland
De werkloosheid neemt in de komende periode naar de verwachting van het CBS sterk toe. Van 3,9 procent van de beroepsbevolking in 2002 naar 5,25 procent in 2003 en 6,25 procent in 2004. Dat betekent dat in 2004 bijna een half miljoen mensen thuis zitten zonder werk. Opmerkelijk is dat onder jongeren (tussen 15 en 24 jaar) het werkloosheidspercentage met 10 procent, bijna dubbel zo hoog is als het gemiddelde percentage.