Cees Dekker: 'Evolutie of schepping is niet de kern'

Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Van Pesach naar Pasen

Interview met dr. G.H. Cohen Stuart

Van Pesach naar Pasen

Sinds de exodus uit Egypte hebben de Joden jaar in jaar uit Pesach (Pascha) gevierd. Beslissende gebeurtenissen in Jezus’ leven vonden plaats rond dit aloude feest. Daarmee is Pasen onlosmakelijk verbonden met de Joodse Pesachtraditie, al heeft de kerk hier – zwak uitgedrukt – niet altijd oog voor gehad.

Rond Pasen was het bepaald niet allemaal pais en vree in de Vroege Kerk. In de tweede eeuw na Christus heeft zelfs een heuse paasstrijd gewoed. Tussen de kerken in het Oosten (Klein-Azië en Syrië) en het Westen bestond grote verdeeldheid over de vraag op welke datum het feest gevierd moest worden.

Feller

In aansluiting op het Joodse Pesach vierden de kerkgemeenschappen in het Oosten Pasen elk jaar op de veertiende dag Nisan, op welke dag van de week die ook mocht vallen. Maar in Rome koos men expres voor een andere datum, om ook op dit punt de band met het jodendom door te snijden. Daar ontstond een nieuw feest, dat was bestemd voor christenen van niet-Joodse afkomst: het latere paasfeest, dat altijd op zondag werd gevierd.
De discussies tussen bisschoppen uit beide kampen werden steeds feller. Uiteindelijk bepaalde het concilie van Nicea (325 na Christus) dat overal op dezelfde datum Pasen moest worden gevierd, en wel op de eerste zondag na de 14e van de eerste Joodse vastenmand Nisan. Dit is de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Daarmee was het paaspleit beslecht. De kerken in het Oosten werden in het ongelijk gesteld. Hiermee was de band tussen Pesach en Pasen officieel doorgesneden (zie kader).

Ondragelijke gedachte

De Nederlandse theoloog dr. G.H. Cohen Stuart (1938) was onder meer twaalf jaar adviseur van de Nederlandse Hervormde Kerk te Jeruzalem en is auteur van het fascinerende boek Joodse Feesten en vasten. Een reis over de zee van de Talmoed naar de wereld van het Nieuwe Testament (Uitgeverij Ten Have, 2003). Daarin belicht hij de verschillende Joodse feestdagen, waaronder Pesach.
Dr. Cohen Stuart betreurt het dat de Vroege Kerk besloot om de band tussen Pesach en Pasen te verbreken. “Het is overigens wel te begrijpen,” licht hij toe. “Destijds werd de paasdatum ieder jaar opnieuw vastgesteld door het sanhedrin. De kerk was al bezig zich los te maken van het jodendom. Zou zij zich houden aan de door het sanhedrin vastgestelde paasdatum, dan zou dit impliciet betekenen dat zij het sanhedrin als een hogere autoriteit beschouwde dan haar eigen bisschoppen. Dat was voor de zich ontwikkelende christelijke kerk een ondragelijke gedachte. Er waren in het Oosten groeperingen die zich hielden aan de Joodse paasdagen, maar hun stem is uiteindelijk overschreeuwd door het Westen. Zij zijn zelfs als ketters vervolgd.”

Intimiteit

Op uitnodiging van Joodse vrienden woonde dr. Cohen Stuart in 1965 de eerste sederavond - de avond waarmee de viering van Pesach begint - in zijn leven bij. Wat is hem van dat moment, inmiddels ruim veertig jaar geleden, vooral bijgebleven? “De combinatie van de intimiteit – ik was als buitenstaander te gast in een Joods gezin – en de speciale liturgie van de sederavond, de Hagadda, die mij nog altijd fascineert.”
Pesach is, zoals bijna alle Joodse feesten, een echt gezinsfeest. Volgens Cohen Stuart is dat een kenmerkend verschil tussen jodendom en christendom. “In de kerk ligt de nadruk bijna altijd op wat er in de dienst gebeurt, terwijl in het jodendom het accent meestal valt op wat je thuis – als gezin – doet.”

In uw boek ‘Joodse feesten en vasten’ benadrukt u dat kennis en begrip van Pesach onmisbaar zijn voor een goed begrip van het Nieuwe Testament en het ontstaan van de christelijke liturgie. Waarom is dat zo?
“Om drie redenen,” reageert hij. “Om te beginnen is het Heilig Avondmaal ingesteld op de sederavond. Het Heilig Avondmaal heeft z’n wortels dus in de viering van de verlossing uit Egypte. Dat is de Joodse setting waarin Jezus Zijn bekende inzettingswoorden heeft gesproken. Het Heilig Avondmaal is en blijft het centrale punt in de christelijke liturgie. De tweede reden is dat de doop door Paulus in Romeinen 6 duidelijk is verbonden aan de doortocht door de Schelfzee, die altijd op de laatste dag van het Pesachfeest wordt herdacht. Het derde belangrijke punt is de profetenlezing op de sjabbat tijdens het Pesachfeest. Dan wordt Ezechiël 37:1-14 gelezen: het visioen van het dal van dorre doodsbeenderen die tot leven worden gewekt. Naar dit beeld van de opstanding verwijst Matteüs (27:51-53, red.). Kortom: drie kernpunten uit het christendom – Avondmaal, doop en opstanding – hebben stuk voor stuk een relatie met Pesach.”

Hoe beoordeelt u, in het licht van wat u weet over Pesach, het gebruik om op Goede Vrijdag Avondmaal te vieren?
“Ik heb er zelf nooit een probleem van gemaakt. Een gevaar is wel dat hierdoor teveel de nadruk komt te liggen op de dood, terwijl in feite het Avondmaal zoals Jezus het gevierd heeft, het vieren is van de opstanding vóór de kruisiging. Zoals de Israëlieten de uittocht vierden terwijl ze nog in Egypte zaten, vieren wij in het Avondmaal de overwinning van het leven op de dood. Dat is een mooie parallel tussen Pesach en Pasen.”

U noemde het al: op de sjabbat halverwege het feest wordt sinds oude tijden Ezechiël 37 gelezen, het visioen van de opstanding. Wat heeft die verbondenheid tussen Pesach en de opstanding voor ons als christenen te zeggen?
“Dat de opstanding een veel minder geïsoleerd begrip is dan wij vaak denken. De opstanding heeft óók te maken met het herstel van Israël. De opstanding van Christus staat niet los van de toekomst van Israël. Hoe dat precies zit, weet ik ook niet, maar het heeft met elkaar te maken. Het herstel van Israël heeft omgekeerd misschien ook weer te maken met de opstanding van Christus, al moet u me niet naar alle ins en outs vragen: dat wordt speculatie en daar ben ik huiverig voor.”
U schrijft ergens: “Het paaslam zou je Gods offergave voor Israël kunnen noemen. Daarop zinspeelt Jezus als Hij aan het laatste avondmaal zegt: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.” Wat bedoelt u daar precies mee?
“Bijna alle offers zijn offers die wij aan God brengen, waarmee wij onszelf als het ware symbolisch in Gods dienst stellen. In Exodus lees je echter dat God het paaslam geeft opdat de eerstgeborenen zullen overleven. Het gehele, op vuur gebraden paaslam werd in de paasnacht gegeten. Het is een levenreddend teken van God voor de mens. Jezus’ woorden sluiten daarop aan: het gaat niet om wat wij aan God geven, maar om wat Hij aan ons heeft. Hij geeft Zélf dit offer.”

Als christenen staan wij rond Pasen stil bij de opstanding van Jezus. Is uw kennis van Pesach van invloed op de manier waarop u nu zelf Pasen viert?
“Ja. Ik ben gaan beseffen dat opstanding niet beperkt blijft tot Jezus; zij heeft óók te maken met de toekomst van Israël en dus met de toekomst van de wereld. Discussies over de manier waarop Jezus’ opstanding plaatsvond, zijn niet onbelangrijk. Maar vanuit de Joodse traditie leer je opstanding tevens zien als een manier waarop je tegen het leven aankijkt. Het leven lijkt wel eindig, maar wat het einde lijkt, is niet het einde. Daarnaast heeft die toekomst alles te maken met deze aarde; het is niet alleen een toekomst in de hemel. Dat zijn we in de kerk nog wel eens vergeten!”

Mede n.a.v. ‘Joodse feesten en vasten. Een reis over de zee van de Talmoed naar de wereld van het Nieuwe Testament.’ Dr. G.H. Cohen Stuart, Uitgeverij Ten Have (Baarn), 4e druk, 2006. ISBN90-259-5356-5.

‘De opstanding van Christus staat niet los van de toekomst van Israël’

‘Het paaslam zou je Gods offergave voor Israël kunnen noemen’