Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Zes BN'ers in de voetsporen van Jezus

Zes BN'ers in de voetsporen van Jezus

In het nieuwe EO-programma 'De Sterren van Bethlehem' treden zes bekende Nederlanders in de voetsporen van Jezus. Zij maken de reis van Nazareth naar Bethlehem en doen onderweg plaatsen aan die een belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van Jezus. Wat betekent Kerst voor hen en welk gevoel brengt reizen door Israël boven?

In 'De Sterren van Bethlehem' gaat presentator Bert van Leeuwen met een bijzonder reisgezelschap naar Israël en de Palestijnse gebieden. In een land vol geloof en strijd treden zes bekende Nederlanders letterlijk in de voetsporen van Jezus. Schrijver Kluun, presentatrice Dione de Graaff, actrice Victoria Koblenko, cabaretier Roué Verveer, televisiemaker Filemon Wesselink en journaliste Wouke van Scherrenburg gaan samen op zoek naar de basis van het wereldwijd gevierde kerstfeest. Een roadmovie in vier delen over verwachting en belofte, naastenliefde en trouw en over geloven in God, jezelf en wonderen. En daarbovenuit schittert het licht van Kerst.

Dag 1

De reis begint in Nazareth, gaat via de Kliffen van Arbel naar de Berg der Zaligsprekingen en eindigt aan de oever van het Meer van Galilea. De meesten zijn voor de eerste keer in Israël. De één gelovig, de ander niet, sommigen met Bijbelkennis, anderen zonder.

“Ik zou zelf nooit een reis maken langs plekken die in de Bijbel voorkomen,” zegt Kluun eerlijk. “Maar de samenstelling van de groep vond ik zo gevarieerd en interessant, dat ik graag mee wilde. Bovendien: of je nu wel of niet gelooft dat het allemaal echt gebeurd is, het gaat ergens over. Of er herinneringen aan de Bijbelverhalen van vroeger naar boven kwamen? Ja, continu.”

Hoewel Dione voorheen nooit aan dit soort programma’s meedeed, zei ze toch ja. “Omdat de EO mij heel graag wilde hebben, ondanks dat ik niet gelovig ben. Dat vond ik leuk. Ik ben niet christelijk opgevoed, maar ben aardig thuis in de Bijbel. Ik had m’n kinderbijbel meegenomen op reis, dat was vroeger mijn lievelingsboek. Ik dacht: ‘Het zal me toch niet gebeuren dat ik straks word overhoord en dat ik het niet weet.’”

Wouke was eveneens voor het eerst in Israël. Vooraf was ze vooral erg nieuwsgierig hoe het zou zijn “met zo’n club heidenen in zo’n land”. “We waren met z’n zessen, van wie er één gelovig is. Dat vond ik dapper van de EO. Ik ben opgegroeid in een christelijke omgeving, maar ik geloof niet in God of Jezus. Toch spraken bijvoorbeeld de straatjes van Nazareth tot de verbeelding, omdat ik wel geloof dat Jezus daar heeft gelopen.”
 
Al was Roué de enige christen in het gezelschap, hij was erg gecharmeerd van de groep. “Iedereen had respect voor elkaar. Ik heb me nooit beledigd of gekwetst gevoeld, en ik had ook respect voor hen. Natuurlijk werden er grappen over het geloof gemaakt, maar als een grap goed is, moet ik ook lachen.”

“Ik wilde heel graag een keer het land zien,” vertelt Filemon. “Ik ben een nieuwsjunk. Als je dan nooit in Israël bent geweest, is het moeilijk om je iets voor te stellen bij het conflict dat daar woedt. Omdat het een EO-programma is, verwachtte ik wel diepgang en inhoud. En dat was ook zeker het geval.”

Dag 2

De dag begint op een boot op het Meer van Galilea, en eindigt via de Palestijnse gebieden op de Westbank, de Jordaanrivier, de vallei van de Barmhartige Samaritaan en een bezoek aan de Berg der Verzoeking, in Jericho. De groep discussieert met elkaar over de storm in het leven, maar ook over verleidingen, het schrijnende conflict in het land, de prachtige natuur en de waterproblematiek.

Filemon: “Vooral het verhaal van de barmhartige Samaritaan sprong er voor mij uit. Een bekend verhaal – ik ben christelijk opgevoed – maar ik had me de omgeving heel anders voorgesteld. Het blijkt een van de mooiste gebieden in Israël te zijn, terwijl ik een droge dorre weg voor ogen had. Zelf geloof ik niet, dus ik heb weinig met bijvoorbeeld het Meer van Galilea of de Jordaan. Jezus zegt me natuurlijk wel wat, maar meer als fenomeen.”

“Het verhaal van die visvangst vind ik een wonderbaarlijk verhaal,” laat Dione weten. “We gingen zelf ook vissen, dus ik dacht: ‘Het zou toch wat zijn als ik nu dat net naar boven haal en het helemaal vol zit!’ Veel van die verhalen zullen echt gebeurd zijn, dat geloof ik wel.” Ook de wonderen? “Nou, dat vind ik dan weer moeilijk. Maar ik denk wel dat iemand als Jezus bestaan heeft.”

“Wat ik heel mooi vond om te merken,” vertelt Kluun, “was dat als de camera’s stopten met draaien, de gesprekken doorgingen. Over verzoeking, vergeving; thema’s die iets losmaken. Juist omdat we met zo’n mooie mix van mensen waren, hadden we goede gesprekken, met veel humor. We waren het soms helemaal niet met elkaar eens, maar dat is juist boeiend.”

Roué: “We gingen naar Jericho. Moet je nagaan: Jericho! Dat ken ik alleen uit de Bijbel. Nooit gedacht dat ik daar nog eens zou zijn, en de boom zou zien waarin Zacheüs is geklommen. Indrukwekkend.”

“Van de Berg der Verzoeking wist ik niets,” bekent Wouke. “Dat verhaal kende ik niet. Maar bij de Jordaan kwam het verhaal van Johannes de Doper boven, die daar gedoopt is.”

Dag 3

In Jericho staat de groep stil bij de Boom van Zacheüs en via het mysterieuze Mar Saba klooster trekt ze dwars door de Judea-woestijn om te slapen bij bedoeïenen. Uiteindelijk eindigt de reis in Neve Shalom of Wahat al-Salam, een dorp waar Israëli's en Palestijnen samen wonen. In deze zogenoemde Oase van Vrede is een sprankje hoop te vinden.

“Het mooiste plekje van de reis? De woestijn.” Wouke is er nog van onder de indruk. “Daar hebben we op een berg een tijd zitten genieten van het prachtige uitzicht. Het enige wat we hoorden, was de wind. Toen dacht ik: ‘Zet mij hier maar een week neer. Zo indrukwekkend.”

Ook Filemon was onder de indruk van de woestijn. “Zo stil en sereen. En ’s avonds met een drankje en muziekje bij een vuurtje zitten.”

Kluun: “We zaten die dag bij een soort kamikaze-chauffeur in de auto. Toen zei ik tegen Roué: ‘Voor jou is het makkelijk: jij komt straks in het hiernamaals, maar wij willen wel graag het einde van de dag halen.’ Haha, er was veel ruimte voor humor, maar wel met respect voor elkaar.”

Toen familie en vrienden van Roué hoorden dat hij in de woestijn had geslapen, was dat reden voor grote hilariteit. Want de cabaretier staat er om bekend dat hij het liefst in een hotel met minimaal vier sterren slaapt. “Ik had nog nooit in een slaapzak geslapen.”

Dag 4

Het laatste deel van de reis begint in de heilige stad Jeruzalem. Via de herdersvelden van Beit Sahor eindigen de zes reizigers net als Jozef en Maria in Bethlehem. Tijdens een feestelijk kerstdiner in een klooster praten ze eerlijk en vrijuit met elkaar over de heilige stad, de waarheid, de schijnvrijheid in het land en blikken zij terug op een bijzondere en unieke reis.

“Jeruzalem sprong er voor mij echt uit,” zegt Roué. “In de oude stad van Jeruzalem heb je een route met de veertien staties (de Via Dolorosa, red.). Die beelden raakten me. Niet dat ik op m’n knieën ging en moest huilen, zo ben ik niet, maar het zette me wel even stil. Bethlehem was ook een aparte beleving. Tot twee maanden geleden bestond die plaats voor mij uit een overvolle herberg en een stal. Meer niet.” Hij schiet in de lach. “Maar het is een stad, met Starbucks en KFC!”

Kluun: “Als ik die orthodoxe Joden bij de Klaagmuur zie bidden, verbaas ik me echt. Ik heb daar drie kwartier in m’n eentje naar staan kijken. Dat religie zulke bizarre rituelen mee kan brengen, fascineert me enorm.” Toch was ook Bethlehem een plaats waar Kluun diep onder de indruk raakte. Hij ontmoette er een 35-jarige man
die onder meer kerststalletjes van hout verkocht. Eén zo’n stalletje emotioneerde hem. “Er stond een muur, met aan de andere kant van die muur de drie wijzen. Die symboliek was zo mooi. Want als die muur er had gestaan in de tijd dat Jezus was geboren, hadden de wijzen hun cadeaus niet eens kunnen brengen! Daar raakten het Bijbelverhaal en de actuele situatie elkaar. Dat is dus de wereld van nu.”

Wouke vond Bethlehem juist “verschrikkelijk plastic”. Zelf vond ze de Damascuspoort indrukwekkend. “Je weet dat Jezus, Die ik echt een prachtige rebel vond – wars van corruptie, vriendjespolitiek, onderdrukking en schijnheiligheid – daar de tollenaars heeft weggejaagd. Dat ontroerde mij.”

Dione: “Bethlehem vond ik verschrikkelijk. Net een kermis: bussen vol toeristen en allemaal winkels. Terwijl we nog geen uur daarvoor op een plek waren waar je zo terug in de tijd ging. Dat maakte indruk. In dat klooster heb ik m’n kerstmaal al gehad voor dit jaar. Grappig: ‘Merry Christmas’ – zo vroeg in het jaar. Daar zal ik tijdens de kerstdagen wel even aan denken.”

Drie weken later

Kluun: “Er zijn niet veel reizen die nog zoveel met je doen op deze leeftijd. Zes personen die zo van elkaar verschillen: zet ze bij elkaar en ze groeien naar elkaar toe. Mooi om mee te maken. We hebben nog steeds een Whatsapp-groepje, dat we ‘Jezus leeft’ hebben genoemd. Met een knipoog dan he?!”

Wouke: “Het was een ongelooflijk indrukwekkende reis. Vooral de actualiteit maakte het tot een verbluffende week. Op zo’n smalle strook land komen de wereldproblemen bij elkaar. Maar ondanks dat gewicht hebben we veel plezier gehad en gelachen. Ik geloof dat ik nu pas een beetje ben afgekickt.”

Roué: “Ik vond het mooi om te zien hoe de deelnemers, die allemaal best uitgesproken waren, aan het eind veel genuanceerder waren en meer begrip hadden voor elkaar.”

Dione: “Ik houd van praten over problemen in de wereld en dat hebben we veel gedaan. Daarom was de groep ook zo fijn. Ze liggen me inmiddels best na aan het hart, eerlijk gezegd. Maar gaat het ooit goed komen tussen de Joden en de moslims?”

Filemon: “De hopeloosheid heeft mij het meest getroffen, het conflict tussen de Joden en de Palestijnen. Het mooie was dat je de reis kon beleven zoals je zelf wilde. Ik had nergens het gevoel dat ik een richting op geduwd werd.”


Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Wijtse Valkema
Bron: Visie 2014, nr. 49