Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Toos Heemskerk: 'Zet me alsjeblieft niet op een voetstuk'

Toos Heemskerk: 'Zet me alsjeblieft niet op een voetstuk'

Soep en salade. Dat zijn de wapens die Toos Heemskerk gebruikt om slachtoffers van mensenhandel een nieuwe toekomst te geven. “De wereld is vaak een puinhoop. Maar in die puinhoop gebeuren gelukkig mooie dingen.”

Ze moest eerst even grondig nadenken of ze wel wilde meewerken aan het interview. En op de cover hoeft Toos Heemskerk (51) al helemaal niet. “Zet me alsjeblieft niet op een voetstuk.” Het tekent haar: een nuchtere, harde werker die het liefst in stilte haar werk doet: slachtoffers van mensenhandel een nieuwe toekomst geven.

Vertrouwd terrein

Op maandag houdt ze kantoor op de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam. Hartje Wallen. Voor Toos is deze omgeving vertrouwd terrein; als ze over de Amsterdamse grachten loopt, groet ze regelmatig een van de dames achter de ramen. Dit jaar werkt ze twintig jaar in deze omgeving. “Choquerend,” vond ze haar eerste kennismaking met de Wallen. “Ik was een jonge meid van rond de 30, en vond het verschrikkelijk wat hier gebeurde. Meisjes die jonger waren dan ik, boden zichzelf te koop aan. Ik vroeg me af of Nederland wel wist wat hier eigenlijk plaatsvond. En waarom Nederland hier nou zo trots op is.”

Ervaring rijker

De weg die haar naar deze plek leidde, is lang en begint op de plek waar haar wieg stond: de kleine stad Arapoti in Brazilië. Het gezin Schep, zoals haar meisjesnaam luidt, is een paar maanden daarvoor naar het veelbelovende Brazilië geëmigreerd om een nieuwe start te maken; vader Schep was boer en wilde zijn vijf zonen en twee dochters een nieuwe toekomst geven. Lang blijft het gezin er niet. Anderhalf jaar na de geboorte van Toos keren ze terug – een ervaring rijker, een illusie armer.

“Mijn hele leven heb ik gehoord dat ik in Brazilië geboren ben. Ik heb nota bene een Braziliaans paspoort. Altijd leefde het verlangen om een keer terug te keren – niet zozeer om de Nederlandse kolonie te zien waar ik geboren was, maar om het land te ontdekken en te werken onder straatkinderen.” Daarom pakt Toos na het afronden van de opleiding verpleegkunde haar koffers en reist naar Brazilië. Ze leert er de taal – een vaardigheid die haar later op de Wallen zal brengen. Maar de reis verandert iets diepers.

Lijmsnuivende kinderen

“De ellende in Brazilië raakte me ontzettend diep,” herinnert Toos zich. “Ik kende de straatkinderen van televisie. Maar hun leven zelf zien en ervaren was iets totaal anders; onwerkelijk. Ik zag kinderen spelen onder bruggen, slapen onder kranten. Er woonden toen 7 miljoen kinderen op straat; het verschil tussen arm en rijk was enorm. Vooral de onverschilligheid die ik zag, raakte me diep. Rijke mensen liepen langs lijmsnuivende kinderen, en het deed hen niets. Verschrikkelijk om te zien. Hoe kun je zo met elkaar omgaan?”

Maar het is niet alleen de ellende die haar raakt. Het jaar in Brazilië is ook een keerpunt in het geloof van Toos. “Hoewel het christendom me met de paplepel is ingegoten, deed het me weinig. Ik snapte niets van het Evangelie. Het woord ‘zonde’ zei me weinig en alles met het kruis vond ik maar moeilijk te begrijpen. Ik was toch al een sociaal mens? Wat was er meer nodig? Maar dat veranderde in Brazilië. Daar werd ik geconfronteerd met het kwaad in de wereld. Ik zag hoe kinderen zich prostitueerden, hoe jonge meisjes en jongens lijm snoven. Dat confronteerde mij met de gebrokenheid van deze wereld. Waar wilde ik bij horen? En hoe zit het met mij? Ik herkende de fouten en zondigheid van die mensen in mijn eigen hart. Ik had net zo goed de Here Jezus in mijn hart nodig, hoe lief en sociaal ik ook leek. Op een avond ging ik mee de straat op, met een team dat het Evangelie uitlegde aan straatkinderen. Ik zat tussen die kinderen en dacht: ‘Ik ben net zo! Ik heb nooit een keuze voor God gemaakt!’”

Bizarre verhalen

Daar, in Brazilië, maakt Toos die keus. “Ik werd niet direct een ander mens, maar er kwam wel een geestelijke dimensie bij. Zo kreeg ik een enorme honger naar het Woord van God, de Bijbel. Dat was voor mij altijd een heel moeilijk boek, vol bizarre verhalen. Maar na mijn besluit werd het een levend boek dat me geweldig boeide. Zo erg, dat ik na mijn jaar Brazilië naar een Bijbelschool ben gegaan, en daarna twee jaar in Israël heb gewoond. Gewoon omdat ik wilde begrijpen wat de Bijbel inhoudt.” Ook naar buiten toe verandert er iets.

“Er groeide een passie. Ik ontdekte hoe rijk gezegend ik was, en hoeveel ik te geven had. Er was zoveel liefde die ik kon uitdelen. Niet omdat anderen zielig zijn, maar omdat het fijn is om iets te kunnen betekenen voor een ander. Als het geloof voor mij zoveel betekende, hoe mooi kan het dan voor een ander zijn!”

Haar ogen glimmen. De woorden buitelen over elkaar heen, het enthousiasme voor God is duidelijk springlevend. “Ik maakte mijn keus 28 jaar geleden, en nog altijd is het geloof in de Here Jezus een vaste grond onder mijn voeten.”

Is er in die 28 jaar niets veranderd?

“O ja, heel veel. Als je net tot geloof bent gekomen, denk je dat je God wel snapt. Als je maar bepaalde dingen doet, zal Hij dat wel zegenen. Alsof God zich door jou laat leiden. Maar in die twintig jaar heb ik geleerd dat dingen helemaal niet maakbaar zijn. Het leven van mensen die ik tegenkom, is soms vreselijk, zonder dat het goed komt. Je leert hoogstens met de moeilijkheden leven.

Ik heb er dan ook veel moeite mee als mensen zich gedragen alsof ze God in hun broekzak hebben. Die mensen zou ik willen uitnodigen om eens een kijkje te nemen in de echte wereld. Ga maar eens met je voeten in de modder staan. En luister naar het échte verhaal, zonder simplistisch te reageren. Dan begrijp je dat er geen makkelijke antwoorden zijn. Ik begeleid nu een vrouw die uit de mensenhandel is gestapt. Haar pooier is razend. Ze zal de rest van haar leven achterom moeten kijken. Dat komt niet zomaar goed, ook niet als ze God aanneemt.”

Gebroken van hart

In de modder, daar staat ze het liefst. Met beide voeten. Dat dit in de rosse buurt zou zijn, had ze vooraf niet voor mogelijk gehouden. “Omdat ik Portugees sprak, werd ik door het Scharlaken Koord gevraagd om bij hen te komen werken. In die tijd werkten er veel Zuid-Amerikaanse vrouwen op de Wallen. Ik vond het verschrikkelijk om daar terecht te komen en vroeg me af of dat wel mijn plek was. ‘Heer, ik weet het niet. Laat U het maar weten of ik hier moet zijn,’ bad ik. Ik wilde het liefst zo ver mogelijk weg blijven van deze wereld. Toen werd ik bepaald bij Jesaja 61, over het brengen van een blijde boodschap aan mensen die gebroken zijn van hart, aan gevangenen en gebondenen. Ik zag dit als een bevestiging. En zo leerde ik langzaam hoe het er hier aan toegaat.”

Op de Wallen komt ze die gebrokenen van hart, gevangenen en gebondenen tegen. Jonge meisjes die in de val zijn gelokt door een loverboy. Vrouwen die uit de prostitutie willen stappen, maar niet weten hoe. Hun verhalen raken Toos. Zestien jaar lang werkt ze bij het Scharlaken Koord; ze maakt een voorlichtingsprogramma over loverboys en helpt prostituees die uit de prostitutie willen stappen. Ze kijkt terug op een heel mooie periode.

Kralen rijgen

Alles verandert als Toos twee Hongaarse meisjes ontmoet, die achter een raam staan. “Ze vroegen hulp, maar spraken geen Engels, Duits of Nederlands. Ik belde een kennis die Hongaars sprak. Hij tolkte via de telefoon, en zo raakten we in gesprek. Het bleek dat die meisjes de volgende dag verkocht zouden worden; de een ging naar Alkmaar, de ander naar Duitsland. Ik heb hen toen laten weghalen door de politie, want ze wilden echt niet verkocht worden. Ze waren heel erg bang.

Toen ik hen een tijdje later opzocht in het opvangcentrum, waren ze kralen aan het rijgen en aan het tekenen. Een van die meisjes had een tekening voor me gemaakt. Heel aandoenlijk. Maar mijn dochter van 6 had het beter gedaan. Toen dacht ik: ‘Je bent nu gered van de mensenhandelaar, maar waar kom je terecht? Waar moet jij naartoe? Je komt weer in dezelfde armoede als waarvoor je gevlucht bent.’”

Deze ervaring stimuleert Toos om een groot onderzoek naar Hongaarse meisjes op de Wallen te doen. Ze interviewt er 85 en reist af naar de stad waar de meesten van hen vandaan komen. “Er is daar zoveel armoede en zo weinig perspectief. Veel van die vrouwen hebben geen opleiding en geen werkervaring. Er zijn nauwelijks bedrijven of scholen waar ze een vak kunnen leren. Pas als zo’n vrouw een opleiding heeft, kan ze de stap naar het bedrijfsleven maken.” Toos raakte in conflict met zichzelf. Ze ging al jaren de straat op, maar had deze dames uiteindelijk weinig te bieden. “Want waar kwamen ze terecht als ze uit de prostitutie stapten?”

Centrum voor mensenhandel

Juist in die tijd ontmoet Toos David Batstone, directeur en oprichter van hulpverleningsorganisatie Not For Sale. Zijn leven veranderde totaal toen er brand uitbrak in zijn favoriete restaurant in India. Op zolder bleken tientallen kinderen te zitten; het restaurant was een centrum voor mensenhandel. Als hoogleraar handel en ethiek zag hij dat de meeste organisaties die zich met deze problematiek bezighouden, draaien op giften en zich richten op hulpverlening. Daarnaast zag hij dat het bedrijfsleven niet betrokken was bij deze strijd, terwijl mensenhandel veelal ook een economisch probleem is.

“Er was een enorme klik tussen ons en ik werd gevraagd om een afdeling van Not For Sale op te zetten in Nederland. Daar werd ik direct enthousiast over. Als eerste organiseerden we een tweedaagse bijeenkomst, waarvoor allerlei mensen uit het bedrijfsleven waren uitgenodigd, om na te denken over de vraag hoe we een economische impuls in Oost-Europa konden bewerken. Biologische groenten bleken een gewild product te zijn, en de directeur van de Hema wilde wel soep van die groente verkopen.”

Dat was het begin van een mooie samenwerking. Hema verkoopt inmiddels vier soepen, gemaakt van Oost-Europese groente. De winst gaat gedeeltelijk naar Not For Sale, en de soep wordt gemaakt door ex-slachtoffers van mensenhandel, uit een Amsterdams opvangcentrum. Deze week opent Not For Sale bovendien een restaurant in Amsterdam-Zuid, waar deze vrouwen een echte opleiding krijgen. “Het is fantastisch om te zien hoe trots zij zijn als ze een diploma in handen krijgen. Je geeft ze hun waardigheid terug. Ik hoop dat dit project groeit en aanslaat. Dan willen we graag ook zulke centra openen in Oost-Europa.”

Soep met een verhaal

Ook op de Wallen is Not For Sale actief: in een voormalig bordeel zit een winkel. “Hoe bijzonder dat daar geen vrouwen te koop zijn, maar producten met een verhaal; bijvoorbeeld onze soep. Er trekken hier zo’n 10.000 toeristen per dag voorbij. Als ze iets kopen in onze winkel, helpen ze mee in de strijd tegen mensenhandel. En dat op deze plek. Prachtig toch?”

Je houdt kantoor op de Wallen, je winkel zit op de Wallen. Toch ben je heel voorzichtig met het koppelen van mensenhandel aan de prostitutie hier.

“Ja, niet iedere sekswerker hier is slachtoffer van mensenhandel, en als een vrouw uit Oost-Europa komt, betekent dat niet dat ze hier onvrijwillig is. Dat ligt ontzettend gevoelig. Als ik dat suggereer, krijgt ik onmiddellijk vrouwen op de stoep die roepen: ‘Ik zit hier vrijwillig!’ Bovendien: we kennen ook verhalen van slavernij uit de champignon- en aspergeteelt. Maar het ís een probleem in de seksindustrie – en dan heb ik het niet alleen over de ramen, maar ook over clubs en de escortwereld. Van de vijftig vrouwen die in het opvanghuis zitten waar we mee samenwerken, komen er drie uit de economische sector, de rest uit de seksindustrie.”

Het is een gigantisch probleem met diepe wortels, waar grote machten achter zitten. Wat kun je daar in de praktijk tegen doen?

“Het is inderdaad complexe en grote problematiek, die heel veel kanten heeft: sociaal, psychologisch, geestelijk, economisch. Er zijn zat organisaties die het sociale, het geestelijke of het psychologische aspect aanpakken. Allemaal belangrijk. Maar wat ik zo verfrissend aan Not For Sale vind, is dat ze aan de economische kant werken. Als je niets aan de armoede in Oost-Europa doet, blijven wanhopige vrouwen zoeken naar nieuwe kansen. Die kunnen zo de slavernij inrollen. Daarom willen wij arme gebieden in Oost-Europa een impuls geven, bijvoorbeeld door er biologische groente te kopen. Hier geven we slachtoffers van mensenhandel een nieuwe kans door hen soep en salade te laten maken. Zo leren ze een vak en werken ze in een gezonde, veilige omgeving. We delen ook soep en salade uit aan de vrouwen op de Wallen. Die krijgen zo ook nog eens een gezonde maaltijd binnen.”

Waar put je hoop uit?

“Uit de verhalen van vrouwen die eindelijk een zelfstandig bestaan hebben opgebouwd en uit de klauwen van mensenhandelaren zijn gered. Ik denk aan die vrouw die terug is naar Indonesië, en daar nu haar eigen eettentje heeft. Of aan drie vrouwen die een vaste baan hebben gekregen.”

Het zijn maar kleine druppeltjes op een enorme, gloeiende plaat. Overweldigt de problematiek
je nooit?


“Vroeger lag ik wakker van de heftige verhalen die ik hoorde. Dat gebeurt niet meer. Ik heb geleerd mijn gevoel om te zetten in iets positiefs: energie om er wat aan te doen. Als ik niet hoef toe te kijken, maar kan meewerken, overweldigt het me niet. Met hele kleine stapjes creëren we hoop in de duisternis. De wereld is vaak een puinhoop, zeker. Maar in die puinhoop gebeuren gelukkig mooie dingen. En als je mag uitdelen van wat je hebt, leef je het meest zinvolle leven.”

Not For Sale is een niet-christelijke organisatie. Mis je het geestelijke aspect van het werk?

“Zelf heb ik ook lange tijd gedacht dat je ‘christelijk werk’ alleen in een christelijke organisatie kunt doen. Want daar spreken we dezelfde taal en denken we hetzelfde. Maar ik draag nu net zo goed bij aan Gods bedoeling. Want God heeft een verschrikkelijk grote hekel aan uitbuiting en onrecht. We hebben niet de luxe om te denken dat we alleen als christenen kunnen strijden tegen dit enorme probleem. Dat moeten we met zoveel mogelijk mensen samen doen, christelijk of niet. Ik doe dit vanuit mijn passie, maar laat ze maar moeilijke vragen stellen over mijn geloof. Dat houdt mij scherp en echt.”

Verschrikkelijke dingen meegemaakt

“Als je een vrouw perspectief geeft, gebeurt er iets prachtigs,” vertelt Toos met een glimlach. “Sommige vrouwen hebben zulke verschrikkelijke dingen meegemaakt. Dat krijg je echt niet in een paar dagen hersteld. Maar zodra ze zelf kunnen bouwen aan een eigen toekomst, merk je dat ze hun verleden beter een plek kunnen geven. Je geeft ze iets wat ze nooit gehad hebben: kansen. Voor ons is het heel normaal om die te hebben – ik kan mijn dochters laten studeren wat ze willen. Maar voor de meeste vrouwen in de wereld is zoiets heel bijzonder.”

Even later: “Daarom geef ik interviews. Zelf hoef ik absoluut geen aandacht. Maar als ik op deze manier mensen kan bewegen mee te vechten tegen moderne slavernij – bijvoorbeeld door ze vriend te laten worden van Not for Sale – doe ik dat graag. Want niemand zou te koop moeten staan.”

Website: Wearenotforsale.nl


Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Jacqueline de Haas
Bron: Visie 2015, nr. 33/34