sluiten
 
Wachtwoord vergeten?
Weblog Ferdinand Bijzet
september 2010
zomadiwodovrza
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 1 2

Zal de volgende generatie het nog weten?

“10 …, kwam na hen een ander geslacht op, dat de HERE niet kende, noch het werk, dat Hij voor Israël gedaan had.” (Richteren 2:10b NGB’51)
 
Deze tekst spookt nu al bijna een week door mijn hoofd. Na Jozua en zijn tijdgenoten komt een generatie die de HERE niet kende en ook niet wat Hij had gedaan. De tekst werd nog een keer op scherp gezet toen op vrijdag 27 augustus jl. onze zoon Luuk geboren werd. De volgende generatie, zal hij God nog wel (willen) kennen?
 
God heeft mij buitengewoon gezegend aangezien ik van nature niet pessimistisch ben. Daarboven op ben ik gezegend met het geloof dat God een Soeverein Vorst is die zich niet laat leiden door wat mensen vinden, maar die alles doet conform Zijn Raadsbesluit. En toch kan ik mij niet aan wat neerslachtigheid onttrekken als ik naar Nederland kijk. Ik verwonder mij hoe lang het nog gaat duren voordat een Christen een echte asielzoeker is geworden.
 
En als u denkt dat dit alleen voor de grote mensen is, dan vergist u zich. Ook de kleine kinderen worden in sterke mate beïnvloed door deze duisternis. Om een klein voorbeeldje te noemen. Afgelopen zaterdag zat ik samen met mijn dochter (onze oudste van 3,5) een ‘onschuldig’ filmpje van Moffel en Pier te kijken. Op een gegeven moment kwam er een sprookje over een prins waarvan moeders vond dat hij nu toch maar eens moest trouwen. Na 3 prinsessen afgewezen te hebben, kwam er een vierde prinses (de mooiste tot dan toe) samen met haar broer de prins. In mijn onschuldigheid ging ik ervan uit dat zij dan wel de gelukkige moest zijn. Echter de prins ging trouwen met haar broer en hij en de prins leefden nog lang en gelukkig als koning en koning.. Happy end?
 
Genoeg geklaagd… nu over naar Gods werkelijkheid dat biedt veel meer perspectief dan al die Nederlandse duisternis. Er is veel te zeggen en misschien dat ik de komende bijdragen hier nog op door ga, ik weet het nog. Maar hoe dan ook, ik wil hiermee beginnen. Allereerst, wij als ouders hebben door God een belangrijke plaats gekregen in de opvoeding van de volgende generatie. God gebruikt ons om de kleine kinderhartjes rijp te maken voor het evangelie. Dit is een opdracht die je bijvoorbeeld hier kunt vinden:
5 Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. 6 Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, 7 gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. (Deuteronomium 6:5-7 NBG’51)
 
De eerste vraag die je jezelf als ouder ook moet gaan afvragen, hoe zit het met mijn geloof? Hoe serieus neem ik God en neem ik zelf de boodschap ter harte dat ik altijd met God doorbreng, elk facet van mijn leven? Wie vindt de zoveelste TV-serie niet belangrijker dan het lezen, doorleven en beleven van Gods Woord? Wie heeft overal tijd voor, behalve om te bidden?
 
Onderzoek daar je leven eerst maar eens naar en kijk in hoeverre God echt de belangrijkste plaats in jouw leven heeft als Ouder zijnde.
 
Morgen ga ik verder!
 
Heb je vragen of opmerkingen, mail ze dan naar: pzijlstra@settingcaptivesfree.nl
 
Jullie zijn geliefd,
 
Petrus Zijlstra
teamlid – SettingCaptivesFree.nl
Geplaatst op dinsdag 31 augustus 2010 om 12:46 uur in Bijbelstudies | 0 reacties

Ben jij een Kaleb?

“14 De nakomelingen van Jozef kwamen zich bij Jozua beklagen. ‘Waarom,’ vroegen ze, ‘hebt u voor ons het lot maar één keer geworpen en ons slechts het gebied van één stam toebedeeld? Wij zijn toch met zeer velen, omdat de HEER ons tot nu toe altijd heeft gezegend?’” (Jozua 17:14 NBV)
 
Het land Kanaän was voor een groot deel veroverd. Delen ervan werden nog bezet door haar oorspronkelijke bewoners, maar het grootste gedeelte was nu land voor de Israëlieten. De verdeling van het land tussen de verschillende stammen kon nu beginnen. Tijdens deze verdeling, kwamen de twee stammen die voortkwamen uit Jozef, Manasse en Efraïm, klagend bij Jozua. Hun deel was hun te klein en zij vonden dat zij oneerlijk behandeld werden nu zij als twee stammen het met één deel moeten doen.
 
Hun klacht was wat bijzonder, want in de voorafgaande verzen, (Jozua 17:11-13) wordt melding gemaakt van een streek van Bet-San die ook toebehoorden aan Manasse. Zij klaagden hier over tegen Jozua, door te zeggen: ‘Ook dan is het bergland niet groot genoeg voor ons. En in de laagvlakte wonen de Kanaänieten. Die hebben allemaal ijzeren strijdwagens, zowel die uit Bet-San en de dorpen eromheen als die in de vallei van Jizreël.’
 
Aha! Zij zeggen dat de reden was dat dit land te klein was, maar het lijkt er verdacht veel op dat de ware reden was dat zij zich niet meester konden maken van het land. Ze klagen dat deze bewoners ijzeren strijdwagens hadden. Met andere woorden, Jozua deze volken zijn gewoon te sterk.. Jozua komt met een antwoord wat bijna een beetje spottend overkomt. Zijn antwoord is deze: 18 U hebt toch bergen? En die bergen hebben toch bossen? Rooi die dan eerst! Dan krijgt u ook de uitlopers van het gebergte. En op den duur zult u ook de Kanaänieten kunnen verdrijven, ook al hebben die ijzeren strijdwagens en zijn ze sterk.’ (Jozua 17:18 NBV)
 
Uiteindelijk doen de nakomelingen van Jozef helemaal niets. Uit Rechteren 1:27 blijkt dat zij de streek van Bet-San niet tot hun eigen kunnen maken. Alleen in hun sterkste dagen onderwerpen zij deze volken en verplichten hen tot herendienst. Maar verdrijven doen zij hen niet.
 
Dit is een voorbeeld van onggeloof en wat onggeloof kan aanrichten. De nakomelingen van Jozef klaagden, zagen alleen maar problemen en geloofden niet in God en wat Hij al gedaan had voor hen en ook voor de rest van het volk. Zij lieten zich bang maken door omstandigheden, de wereld en al het grote geweld wat daarin omging.
 
Wie kent dit niet? Dagen dat alle problemen zich lijken op te stapelen. In je huwelijk heerst al dagen, weken of maanden een intense en ongezonde spanning. Je werk loopt totaal niet en je loopt alleen maar meer vast. Je bent thuis niet te genieten voor jouw vrouw en kinderen. Je bent alleen maar chagrijnig. De dag is te lang omdat je je problemen ziet en de nacht is te lang omdat je over jouw problemen piekert. En in al deze omstandigheden komt jouw (oude) verslavingsvriendje ook nog eens op bezoek en hij neemt ook nog wat verleidingen mee die bijna onweerstaanbaar zijn. Het lijkt op een neerwaartse spiraal die je ogenschijnlijk niet kunt doorbreken. Jouw vijanden lijken veel op de vijanden in dit deel uit Jozua: sterke mannen in ijzeren strijdwagens..
 
Hoe doorbreek je dit nu? Laten we een stukje teruggaan in Jozua en lezen wat de oude Kaleb zegt: ‘10 ik ben thans nog even sterk als toen Mozes mij uitzond; de kracht, die ik nu bezit is dezelfde als die ik toen had, kracht om te strijden en om uit en in te gaan. 12 Geef mij daarom dit bergland, waarvan de HERE te dien dage gesproken heeft, want gij zelf hebt toen gehoord, dat daar Enakieten zijn met grote, versterkte steden; wellicht zal de HERE met mij zijn en zal ik hen verdrijven, zoals de HERE gesproken heeft.’ (Jozua 14:10-12 NBV)
 
Zie je het verschil? Kaleb kijkt naar God en vertrouwt volledig op Hem. Hij kijkt terug op wat God al had gedaan, namelijk hem al 45 jaar trouw bewaart en hem zijn kracht laten behouden zodat hij op zijn 85e nog steeds dezelfde kracht had als op zijn 40e. En dan heel ironisch zegt Kaleb, wellicht zal de HERE met mij zijn…
 
Dit is zeker niet bedoelt als twijfel aan de kant van Kaleb, maar meer als een milde spot. Hij wist het zeker, God zou zijn vijanden verdrijven! En dat kwam ook uit: 13 Aan Kaleb echter, de zoon van Jefunne, gaf hij een deel in het midden der Judeeërs, namelijk Kirjat-Arba, overeenkomstig het bevel des HEREN aan Jozua; Arba was de vader van Enak. Dit is Hebron. 14 En Kaleb verdreef vandaar de drie Enakieten: Sesai, Achiman en Talmai, zonen van Enak. 15 Vandaar trok hij op tegen de inwoners van Debir. De naam van Debir was tevoren Kirjat-Sefer. 16 Toen zeide Kaleb: Wie Kirjat-Sefer slaat en het inneemt, die geef ik mijn dochter Aksa tot vrouw. 17 Otniël nu, de zoon van Kenaz, de broeder van Kaleb, nam het in; en hij gaf hem zijn dochter Aksa tot vrouw (Jozua 15:13-17 NBG’51).
 
Laten we leren van Kaleb. Hij kijkt in zijn komende problemen alleen maar op God en niet op wat hem staat te wachten. Tegelijkertijd weet hij heel goed wat hem te wachten staat, maar toch raakt hij hierdoor niet van slag, maar vertrouwt hij op God dat Hij zal maken dat het goed gaat worden.
 
Als jouw problemen groter lijken dan jouzelf, zeg dan tegen jezelf dat je niet langer meer aan jouw problemen wilt denken, maar in eerste plaats wilt kijken naar Christus. Luister minder naar jezelf maar praat meer tegen jezelf! Zeg met deze schrijver: 6 Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt. (Psalm 42:6 NBV).
 
Sluit jezelf niet op, maar laat God weten wat jou kwelt, laat jouw vrouw of man weten wat erin je omgaat, spreek er over met een broeder of zuster in de kerk en bidt samen zodat je weer het juiste perspectief krijgt! En als het ongeloof in jou blijft hangen, belijdt dit dan ook als zonde aan God. God is niet te klein voor jouw problemen. Het echte probleem is dat jij te klein denkt over God en jouw problemen ten diepste zelf wilt oplossen, in plaats van deze bij het Kruis van Christus neer te leggen en ze daar ook te laten.
 
Hij belooft het immers: 4 Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! 5 Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. (Filippenzen 4:4-7 NBG'51)
 
Heb je vragen of opmerkingen, mail ze dan naar: pzijlstra@settingcaptivesfree.nl
 
Jullie zijn geliefd,
Petrus Zijlstra
 
teamlid – SettingCaptivesFree.nl
Geplaatst op maandag 23 augustus 2010 om 13:15 uur in Bijbelstudies | 0 reacties

Bovennatuurlijk, van dood naar levend…

11 Toen hun vijanden de pas van Bet-Choron afvluchtten, wierp de HEER vanuit de hemel grote hagelstenen op hen, tot aan Azeka toe. Er stierven meer soldaten door die hagelstenen dan door de zwaarden van de Israëlieten. 12 Want op die dag, de dag dat de HEER de Amorieten aan Israël overleverde, had Jozua gebeden tot de HEER. In aanwezigheid van Israël sprak hij: ‘Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon.’ 13 En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israël zijn vijanden had afgestraft. Dit staat opgetekend in het Boek van de oprechte. De zon bleef een volle dag boven aan de hemel staan voordat ze onderging. 14 Het is voor noch na die dag ooit voorgekomen dat de HEER op die manier gehoor gaf aan de bede van een mens, maar de HEER streed dan ook voor Israël. (Jozua 10:11-14 NBV)
 
Jozua is in een strijd verwikkeld met vijf koningen van het zuidelijke Kanaän. God had Jozua beloofd dat Jozua de strijd zou winnen (Jozua 10:8). Jozua trekt er moedig op uit en verslaat de 5 koningen. Na afloop van de hoofdstrijd ontstaat een achtervolging door het leger van Israël, waarbij God zelf hagelstenen laat regenen waardoor het grootste gedeelte van het leger sneuvelt. Vervolgens verhoort God het gebed van Jozua en geeft hen extra tijd om de achtervolging te kunnen voortzetten en de vijand bijna volledig uit te roeien.
 
Wat God hier doet is tot twee keer toe boven de natuur gaan staan. In eerste instantie door hagel te laten vallen waaraan mensen dood gaan. Dat moeten hele heftige hagelstenen zijn geweest. Ten tweede op het gebed van Jozua laat God de zon stilstaan. Beide keren gaat God rechtstreeks in tegen de natuurwetten. Daarin zie je dat God de schepper is van de natuur en haar kan gebruiken waar en wanneer Hij dat wil.
 
Wat opvalt is dat in vers 14 staat dat de HEER na Jozua niet weer op eenzelfde manier het gebed van een mens heeft verhoord. God verhoorde het gebed van Jozua wat geweldig machtig is en na Jozua heeft zich zoiets niet weer voorgedaan of toch wel?
 
Ik wil graag nu onze aandacht vestigen op twee andere bovennatuurlijk verschijnsels. Ten eerste die van de geboorte, dood en opstanding van Christus. Tegen de natuurwetten in laat God Christus geboren worden zonder dat er gemeenschap is geweest tussen een man en een vrouw. Tegen de natuurwetten in doet God Christus opstaan uit de dood (1 Tessalonicenzen 1:10). Met beide bovennatuurlijke ingrepen laat God ook nu zien hoe ongelofelijk krachtig Zijn macht is en dat deze door niets of niemand beperkt wordt.
 
Een tweede bovennatuurlijk verschijnsel wordt hier beschreven: Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5 heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. (Efeze 2:4-5 NBV)
 
Wat hier gebeurd is ook bovennatuurlijk. Wij waren dood, geestelijk dood wel te verstaan. Maar God heeft in Zijn grote barmhartigheid een bovennatuurlijk wonder verricht door ons weer levend te maken. Hoe? Door een even groot bovennatuurlijk wonder, door de dood en opstanding van Zijn Zoon Jezus Christus!
 
God is het ook die ervoor heeft gekozen om Zijn kinderen te redden door het bovennatuurlijk tot stand te brengen. Hij stuurt Zijn Zoon Jezus Christus naar een wereld die Hem niet wilde kennen. Hij stuurde Hem met maar één doel, te sterven voor Zijn kinderen zodat er weer verzoening mogelijk was en Zijn kinderen overgingen van de dood naar het leven. Kan het nog bovennatuurlijker?
 
Elke keer opnieuw als een kind van God gaat geloven, is er een bovennatuurlijk wonder wat tot stand komt. Elke keer opnieuw mogen we God dan ook loven voor wat Hij tot stand heeft gebracht en elke keer opnieuw mogen wij verwonderd zijn van deze grote genade!
 
Heb je vragen of opmerkingen, mail ze dan naar: pzijlstra@settingcaptivesfree.nl

Jullie zijn geliefd,

Petrus Zijlstra
teamlid – SettingCaptivesFree.nl
Geplaatst op vrijdag 20 augustus 2010 om 13:35 uur in Bijbelstudies | 0 reacties

1 voor allen, allen voor 1?

“1 De Israëlieten vergrepen zich evenwel aan het gebannene, doordat Achan, de zoon van Karmi, de zoon van Zabdi, de zoon van Zerach, uit de stam Juda, iets wegnam van het gebannene. Toen ontbrandde de toorn des HEREN tegen de Israëlieten.” (Jozua 7:1 NGB’51)
 
God had Jozua bevolen dat de stad Jericho, de eerste stad die vernietigd werd in het land Kanaän, volledig voor Hem was. De hele stad met haar bewoners moest worden verdelgd en alles wat in de stad aan buit aanwezig was, was voor God en zou in Zijn schatten worden opgeslagen. De Israëliet Achan schond dit bevel en liet begeerte toe in zijn hart toen hij over de puinhopen van Jericho liep. Hij zag een mooie mantel, zilver en goud en hij kon het niet laten, maar nam het mee naar huis en verstopte het in de grond onder zijn tent.
 
Het bijzondere is, dat de zonde van Achan toegerekend werd aan het hele volk Israel. Sterker nog in het bovenstaande Bijbelgedeelte wordt het volk Israël neergezet als degene die zondigt. Zij hebben zich vergrepen, ook al was hun lid Achan die zich echt vergreep. Het volk Israël ondervindt ook de consequenties van hun zonde. Zij worden verslagen bij de volgende stad, Ai en 36 mannen moeten het met de dood bekopen.
 
In dit gedeelte zit een directe link tussen het leven in zonde van één lid van de gemeenschap (Achan) en de gevolgen voor het volk. God rekent de zonde van één lid toe aan de hele gemeenschap en de gevolgen zijn ook voor de hele gemeenschap. Tegelijkertijd is het opvallend dat Jozua uiteindelijk Achan ter verantwoording roept en dat Achan dan zonde belijdt. Het gevolg is dat God het volk vergeeft en ook weer bij staat.
 
Zonder nu zomaar dezelfde lijn door te trekken naar onze tijd en de gevolgen van zonden van één kerklid of meerdere kerkleden, vraag ik wel aandacht voor een aantal zaken. Dit zijn zaken waar ik heel persoonlijk mee worstel en ik moeite heb met hoe kerkleden en kerken omgaan met bepaalde situaties.
 
Ik zal kort een aantal zaken noemen:
1) Nemen wij als kerkleden onze verantwoordelijkheid en belijden wij elk persoonlijk ook voor de hele kerk haar zonden? Met andere woorden durven wij ook schuld te belijden voor zonden die niet direct door onszelf gedaan zijn? Om een paar voorbeelden te nomen: belijdt u/jij ook dat er binnen de kerkmuren echtscheiding steeds vaker voorkomt, dat er meer en meer mensen verslaafd zijn aan wat dan ook? Ik trek daar een vergelijk met wat Nehemia doet voor zijn volk (Nehemia 1:6) en ook Daniël (Daniel 9:5-6).
 
2) Is er het besef binnen de kerk dat ook bij haar individuele leden wel degelijk nog sprake kan zijn van niet wedergeboren zijn en het leven in zonde?
 
3) Leeft het besef binnen de kerk ook echt dat als één lid van de kerk vastzit in zonde dat de hele kerk dan lijdt (1 Korintiërs 12:26)?
 
4) Mijden wij hen die in zonden leven en praten wij over hen of spreken wij ook echt met hen en nemen alle geduld om hen terecht te wijzen en te vermanen vanuit de liefde van Christus (2 Timotëus 3:16)?
 
5) Vangen wij onze kerkleden op die worstelen met hun leven hetzij door zonde (verslavingen), hetzij door geestelijke depressies, eenzaamheid, waanbeelden of verwijzen wij hen naar de (wereldse) hulpverlening buiten de kerk?
 
6) Zijn wij als kerkleden open naar elkaar ook als het gaat om zonde belijden? Of houden wij dit maar liever voor onszelf?
 
7) Zou het zo kunnen zijn dat als een kerk meer en meer tekenen vertoont van een lauwe kerk, dat er sprake kan zijn van één of meerdere zonden in het leven van haar leden? En wat doet een kerk hiermee?
 
Kerkzijn zoals God daarover spreekt, is bedoelt als een huwelijk (Efeze 5:22-33). Er is sprake van een eenheid tussen Christus en Zijn kerk. Deze kerk is met haar hele leven, dus ook alle individuele levens, verbonden aan Christus en door Zijn kostbare bloed zijn wij verbonden met God.
 
Als dit besef echt doordringt, dan is kerk niet iets voor zondags maar voor het hele leven. Dan is kerk een levende gemeenschap waarin wij het voelen als een ander kerklid worstelt of struikelt en dat wij ook gemeenschappelijk ons verantwoordelijk voelen tegenover God en tegenover elkaar ook als het gaat om een zonde die wij niet direct zelf hebben begaan, maar die door een medebroeder of -zuster is begaan.
 
Dan stappen wij af van onze zondige houding dat wij onze eigen boontjes moeten doppen en dat wij vooral een ander niet lastig moeten vallen. En ook andersom, dan staan wij open voor onze broeder en zuster die naar ons toekomt en belijdt dat hij/zij zowaar zondaar is en hij/zij jou vraagt om hem/haar te helpen.
 
Dit alles vraagt om een belijdenis van schuld, te beginnen bij mijzelf, naar God toe en een ernstig zoeken van Hem om Zijn kerk te veranderen van binnenuit.
 
Ik wens jou als lezer een goed gebed toe voor de komende tijd...!
 
Heb je vragen of opmerkingen, mail ze dan naar: pzijlstra@settingcaptivesfree.nl
 
Jullie zijn geliefd,
 
Petrus Zijlstra
teamlid – SettingCaptivesFree.nl
Geplaatst op donderdag 19 augustus 2010 om 13:51 uur in Bijbelstudies | 0 reacties
pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 volgende

Over mij

In mijn dagelijkse leven werk ik veel met mannen en vrouwen die verslaafd zijn aan seks. Samen zoeken we een weg naar herstel. Vaak vallen deze mannen en vrouwen na een periode weer terug. Het is belangrijk om scherp te blijven. Deze weblog wil daar een bijdrage aan leveren!

RSS-feed
STER Reclame
[ advertentie ]