zaterdag 7 januari 2006 om 11:15De Stichting Herziening Statenvertaling werkt op initiatief van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond aan een herziening van de Statenvertaling. Met deze herziening wordt beoogd de huidige en komende generatie bij de Statenvertaling te bewaren. Daarom is er naar gestreefd om door hertaling de verstaanbaarheid van de Statenvertaling te vergroten. Andries Knevel praat met de secretaris van het bestuur, drs. Izak Kole en vertaalkundige dr. Reinier de Blois.
Statenvertaling
Ds. B.J. van Vreeswijk is voorzitter van de stichting Herziening Statenvertaling, een initiatief van de Gereformeerde Bond. „Het besluit tot de herziening van de Statenvertaling is begin vorig jaar genomen. Toen is er gezocht naar medewerkers en is de stichting officieel opgericht.
Binnen de kerken was al veel langer het besef dat er een steeds grotere kloof ontstond tussen de Statenvertaling en de huidige spreek- en leestaal. In de jaren zeventig is er een interkerkelijk initiatief geweest op basis van consensus. De meest terughoudende deelnemer drukte zijn stempel op het resultaat: de zogenaamde Tukkerbijbel (1977), waarvan we achteraf zeggen dat het te mager is geweest. Het waren maar kleine aanpassingen.
Na een aantal jaren van verwerking heeft dat geleid tot de gedachte aan een nieuwe opzet. Er zijn studies gedaan en dat heeft geleid tot dit initiatief.“
Ds. Van Vreeswijk denkt niet dat het gestimuleerd is door de NBV. „De behoefte was er al. Ik kan me voorstellen dat er eerst gewacht is op de eerste proeven van de NBV. Daar zijn bezwaren op gekomen. Wil je in de rechterflank van de gereformeerde gezindte enig draagvlak vinden, dan is toch de Statenvertaling een groot goed. De NBV is voluit een nieuwe vertaling. En dat is voor velen een stap te ver. Maar ook ons initiatief is voor sommigen al een stap te ver.“
In de kerken worden doorgaans twee vertalingen gebruikt: de Statenvertaling en de NBG-vertaling van 1951. De kans bestaat dus dat het er straks drie of vier zullen worden. Maar ds. Van Vreeswijk verwacht niet dat het zo ver zal komen.
„In eerste instantie mikken we niet op het gebruik in de kerk, maar op het persoonlijk gebruik en gebruik voor school en catechese. Daar is het voor bedoeld. Een kleine groep zal zeker de oude Statenvertaling blijven gebruiken, de NBG-vertaling zal eruit raken en daarvoor in de plaats zal de NBV of de Herziene Statenvertaling kunnen komen.“
Verschil
De voorzitter is enthousiast over de eerste resultaten, die echt heel anders zijn dan de huidige Statenvertaling. „We hebben direct al gezegd dat het meer moet worden dan tweede naamvallen wegpoetsen, deelwoorden ontkoppelen en lange zinnen splitsen. Als je bezig bent, merk je dat je in de spanning terecht komt tussen enerzijds het hertalen van puur de Statenvertaling in een nieuw jasje en anderzijds de aanzet tot een verbeterde vertaling. De heer L.M.P. Scholten van de Gereformeerde Bijbelstichting heeft ons al verweten dat het beter een nieuwe vertaling genoemd kan worden. Wij vinden van niet. Het is een herziening van de Statenvertaling. Als ik de NBV naast gedeelten van ons leg, is dat wezenlijk anders.“
De verschillen zijn inderdaad duidelijk. De NBV is een wetenschappelijk en literair verantwoorde bijbelvertaling in modern Nederlands, de herziene Statenvertaling is eveneens in hedendaags Nederlands, maar veel meer theologisch geïnspireerd.
Zo’n veertig mensen – classici, theologen en neerlandici – zijn pro Deo met het hertalen bezig en zullen zeker vijf jaar nodig hebben. Hun periodieke resultaten worden door een resonansgroep bekeken, een meeleesgroep bestaande uit andere theologen en neerlandici, los van de vertaalgroepen. Zij geven commentaar en er volgt overleg om tot overeenstemming te komen. Blijvende verschillen worden door het bestuur beslecht. En het bestuur doet uiteindelijk ook de eindcheck.
„Prachtig werk,“ vindt Van Vreeswijk, „maar het kost enorm veel tijd. We zijn vorig jaar begonnen en we hopen volgend jaar juni met een deeluitgave te komen om vast iets te laten zien en vertrouwen te wekken. We ervaren ook duidelijke interesse vanuit evangelische kringen. De NBG-vertaling van ‘51 was natuurlijk al verouderd toen die verscheen.“
Toch zijn er mensen, zoals Scholten van de GBS, die koste wat het kost blijven vasthouden aan de originele Statenvertaling en jongeren daarmee willen opvoeden. Van Vreeswijk vindt dat niet realistisch. „Dan wordt er iets gesuggereerd wat op het grondvlak niet is waar te maken. Ik constateer al jaren dat mijn catechisanten er niets meer van begrijpen. Daar hoef ik geen onderzoek naar te doen.“

