'De Da Vinci Code' bevat veel quasi-intellectuele prietpraat

zondag 11 juli 2004 om 22:37

‘Dan Brown geeft in deze thriller een hoop religieuze, intellectuele of quasi-intellectuele prietpraat ten beste en gezien de oplagecijfers van het boek – die mijn eigen boeken nooit zullen halen – slikt men dat kennelijk voor zoete koek. Dat zegt zeker wat van de lezers, ja.’ Drs. Pieter van Kampen (foto) is duidelijk over het godsdienstige gehalte van ‘De Da Vinci Code’: prietpraat. Vandaag zet ik met hem en met EA-directeur Arnold van Heusden het gesprek over deze veel verkochte thriller voort.

Vorige week zondag was vooral de geloofwaardigheid van de plot onderwerp van ons gesprek. Nu wil ik met mijn gasten dieper afsteken en de religieuze component van het boek bespreken. Die zit er overduidelijk in en die stemt niet gelukkig.

Iedereen die zo goed mogelijk een boodschap wil communiceren, denkt daar eerst goed over na. Hoe doe ik dat…?
Voor Dan Brown, de auteur van ‘De Da Vinci Code’, was wellicht deze vraag erg belangrijk: Hoe breek ik zo effectief mogelijk het christelijk geloof van mensen af? Je kunt dan een theologisch pamflet of essay schrijven, maar dat werkt allang niet meer. Hij kwam met een steengoede oplossing: Schrijf een flitsende, spannende roman, een boek met heel veel vaart en laat daarin de stukjes informatie vallen die je wilt communiceren.
Het enige wat je hoeft te doen is een personage ontwikkelen met een knappe kop en een personage dat open staat voor zijn wijze lessen. Dan Brown bedacht Robert Langdon – ook al hoofdpersoon in zijn vorige thriller ‘Het Bernini Mysterie – en voegde daar als knappe kop een typische Engelse landlord aan toe, Sir Leigh Teabing. Sophie Neveu is de ontvankelijke studente geworden, het eerste adres van de ‘quasi-intellectuele prietpraat’ (Pieter van Kampen) die hij over haar heen ook over de lezers uitstrooit.

Om een idee te geven van de wijze van doceren in de thriller, geef ik twee citaten.

Citaat 1
(Wat vooraf ging: Robert Langdon en Sophie Neveu hebben een kistje in handen gekregen, waarin de vermoorde opa van Sophie aanwijzingen moet hebben verstopt over de vindplaats van de Graal. En de Graal is niet de kelk waarmee Jezus het laatste avondmaal heeft bediend, maar een symbool. Het symbool van wat Jezus werkelijk wilde met de kerk: het hooghouden van de vruchtbaarheid. De kelk staat voor de baarmoeder
Het tweetal is weer eens ternauwernood ontsnapt aan de politie en vindt midden in de nacht even rust in een afgelegen landhuis van een in Frankrijk levende Engelse lord, Sir Leigh Teabing. Hij weet alles af van de Graal en is graag bereid om ‘de maagd’ Sophie Neveu een nachtelijk college te geven in het bijzijn van Robert Langdon.)

‘Sophie ging nog dichter bij de afbeelding [van Da Vinci’s Laatste Avondmaal] staan. De vrouw rechts van Jezus was jong en maakte een vrome indruk, met een ingetogen gezicht, prachtig rood haar en kalm gevouwen handen. Is dit de vrouw die in haar eentje de kerk kan doen wankelen?
‘Wie is ze?’ vroeg Sophie.
‘Dat, m’n lieve kind,’ antwoordde Teabing, ‘is Maria Magdalena.’
Sophie draaide zich om. ‘De prostituee?’
Teabing ademde scherp in, alsof het woord hem persoonlijk kwetste. ‘Dat was Maria Magdalena absoluut niet. Dat ongelukkige misverstand is het gevolg van een lastercampagne die door de vroege Kerk is gevoerd. De kerk moest Maria Magdalena in diskrediet brengen om haar gevaarlijke geheim te verdoezelen, haar rol als de heilige graal.’
‘Haar ról?’
‘Zoals ik al zei,’ vervolgde Teabing, ‘moest de vroege Kerk de wereld ervan overtuigen dat de sterfelijke profeet Jezus een goddelijk wezen was. Daarom moesten alle evangeliën die aardse aspecten van het leven van Jezus beschreven, uit de bijbel worden geweerd. Helaas voor de redacteuren van lang geleden was er één zeer lastig aards thema dat steeds weer terugkwam in de evangeliën. Maria Magdalena.’ Hij zweeg even. ‘Meer in het bijzonder het huwelijk tussen haar en Jezus Christus.’
‘Pardon?’ Sophies blik ging naar Langdon en daarna weer naar Teabing.
‘Het wordt in de geschiedenis vermeld,’ zei Teabing, ‘en dat wist Da Vinci zonder twijfel. ‘Het laatste avondmaal’ schreeuwt de toeschouwer bijna toe dat Jezus en Magdalena een paar vormden.’
(Dan Brown, ‘De Da Vinci Code’, pagina 234)

Dit gesprek in de nacht gaat pagina’s door. Dan Brown heeft hierover gezegd dat al die informatie gebaseerd is op gedegen research. Maar van vele kanten is zijn research als onbetrouwbaar bestempeld en naar één kant neigend, de gnostische kant. Meng daardoor een dosis New Age-denken en zelfs een snufje oud-Egyptische Isis-cultus en je hebt de richting van het betoog van Teabing in de thriller te pakken.

Overigens wordt uit de Bijbel zelf niet duidelijk of Maria Magdalena een hoer geweest is. Er wordt gesproken over een Maria die vele zonden gedaan heeft. Het was in de vroege kerkgeschiedenis, maar ook in de cultuurgeschiedenis blijkbaar het meest voor de hand liggend om hier aan seksuele zonden te denken.
Hoe dan ook, de evangeliën geven nergens reden te veronderstellen dat Jezus en Maria Magdalena een relatie gehad zouden hebben, hoewel die gedachte zeer hardnekkig is en steeds weer terugkomt in de kunsten. Ik denk aan de roman ‘Volgens Maria Magdalena’ van Marianne Frederiksson en aan de geruchtmakende film ‘The last Temptation of Christ’. Dan Brown volgt deze theorie graag, zegt dat hij terdege research heeft gepleegd, maar laat de andere kant, andere meningen consequent niet zien.

Het kan ook anders. Dat blijkt uit het nummer dat ik vandaag ter opluistering van het gesprek draai, ‘When He Spoke My Name’ van Petra Berger. Daarin horen we een Maria Magdalena die haar liefde voor haar Heiland vertolkt – ‘love Him I must, in spite of it all I’m just changing my life for Him’ – maar die tegelijkertijd beseft dat Hij van haar weg zal gaan en dat de herinnering aan Zijn uitspreken van haar naam op de paasmorgen dan als grote troost voor haar blijft. ‘I found Him when He spoke my name.’

Terug naar Dan Brown. Hoezeer hij het gemunt heeft op de kerk van alle eeuwen blijkt wel uit het tweede citaat:

‘Leigh,’ zei Langdon, ‘er zit toch een paradox in je betoog. Waarom zou de katholieke geestelijkheid leden van de Priorij vermoorden in een poging documenten te vinden en te kunnen vernietigen waarvan ze toch al geloven dat ze vals zijn?’
Teabing grinnikte. ‘Je bent weekhartig geworden in de ivoren toren van Harvard, Robert. Goed, de geestelijkheid in Rome is gezegend met een sterk geloof, en daardoor kunnen hun overtuigingen elke storm doorstaan, ook documenten die in tegenspraak zijn met alles wat hun dierbaar is. Maar hoe zit het met de rest van de wereld? Met degenen die niet met een onwankelbare overtuiging zijn gezegend? Die naar alle wreedheden in de wereld kijken en vragen: waar is God tegenwoordig? Die naar de schandalen binnen de Kerk kijken en vragen: wie zijn die mannen die beweren dat ze de waarheid over Jezus vertellen en tegelijkertijd liegen om seksueel misbruik van kinderen door hun eigen priesters te verdoezelen?’ Teabing zweeg even. ‘Wat gebeurt er met die mensen, Robert, als er overtuigend wetenschappelijk bewijs bekend wordt dat de versie die de Kerk van het verhaal van Christus geeft onjuist is, en dat het grootste verhaal aller tijden in werkelijkheid de grootste leugen aller tijden is?’
(Dan Brown, ‘De Da Vinci Code’, pagina 255)

Het evangelie van Jezus Christus als de grootste leugen van alle tijden. Aldus Brown. Jezus zou volgens hem een soort renaissance bepleit hebben van de Ba-al en Astarte-cultus. Te belachelijk voor woorden...?!
Hierboven laat Brown zelf het gevaar van zijn boek zien: mensen die weinig meer met het geloof hebben, zullen de thriller alleen maar als een bevestiging van hun gelijk ervaren. Het is modder gooien naar de kerk en de gelovigen op een vreselijk ongenuanceerde manier. Dat ‘overtuigend wetenschappelijk bewijs’ pretendeert Dan Brown wel te geven, maar wat hij biedt is aan alle kanten discutabel.

In de literatuurwetenschap mag je nooit zo maar een is-gelijk-teken plaatsen tussen een personage en de auteur. Wat Teabing hier allemaal stelt, mag je dus niet per definitie de overtuiging van Dan Brown noemen.
En even heb ik gedacht of het van betekenis kon zijn dat later in het verhaal Teabing als de bad guy ontmaskerd wordt. Hoort zijn verwerpelijk betoog daarmee ook bij ‘the bad stuff’?
Ik geloof dat die relativering niet op zijn plaats is, want Dan Brown doet er niets aan om de woorden van Teabing te ontkrachten. Eerder moet je vaststellen dat Brown heel veel losse eindjes laat hangen aan het slot van de thriller, alsof hij het belangrijker vond dat Teabing zijn betoog kon doen in de plot dan dat alle verhaallijntjes keurig netjes afgewerkt werden.

Arnold van Heusden: ‘Het element van kwader trouw jegens de kerk, jegens Opus Dei, jegens het christendom in het algemeen loopt door het hele boek heel. Iemand een goed motief toedichten is Dan Brown vreemd. Het venijn dat door de roman heen zit gebakken, doet je vermoeden dat hij een appeltje te schillen had met het geloof zelf.’
Arnold onderstreept dat de manier waarop Dan Brown Jezus Christus opvoert in zijn roman niet terug te voeren is op de Bijbel en ook niet op de seculiere geschiedschrijving. Hij benoemt het als laster. En dat is in Arnolds mond een zwaar woord. ‘Wat Dan Brown in deze thriller doet, kun je niet maken!’

Ook Pieter van Kampen is alles behalve gelukkig met deze thriller. ‘Velen weten tegenwoordig niets meer van de geschiedenis en van de geschiedenis in haar samenhang. Dan kun je hen van alles wijsmaken over bijvoorbeeld de omstandigheden die geleid hebben tot het bijeenroepen van het Concilie van Nicea. Velen staan niet meer in de religieuze traditie en hebben daarin ook niet een belijndheid. Als dan iemand komt met deze prietpraat, dan slikt de lezer dat kennelijk voor zoete koek.
Je moet niet zeggen, de Inquisitie moet terug. Maar je moet ook niet zeggen, ach het is maar fictie, maak je er niet druk om het komt allemaal wel goed. Ik doe een beroep op de luisteraars om deze thriller niet alleen als een spannend boek te lezen, maar vooral levensbeschouwelijk: hoe verhoudt zich dit verhaal tot wat mijn diepste overtuiging is. Als dat gebeurt, hebben we al iets gewonnen.’

11 reacties

Reacties 

 

Jos, 7/8 22:26

Met de excuses voor de dubbele posting.

pagina 2 - 1

Uitzendingsinformatie

literair programma met een breed spectrum