
Elke tv-kijker zal het wel herkennen: wat zeggen bekende personen tegen elkaar als de camera uit is? Het nieuwe boek van Andries Knevel biedt een kijkje achter de schermen. “Je hoort dan de mooiste verhalen en de interessantste geheimen.” Niet dat de televisiemaker alles verklapt: “Zo ook vanavond. Maar allemaal niet publicabel.”
Vaak gaan de privé-gesprekken van Andries Knevel over geloof. Nadat een minister hem heeft aangeschoten vraagt hij zich af: “Wat is er aan de hand? Trek ik deze mensen, deze verhalen en deze plotselinge bekeringen aan, of loop ik tegen zaken aan die al lang in ons land aan het gebeuren zijn?”
Andries Knevel in Avonduren, pagina 342
Met gevoel voor zelfspot beschrijft Knevel zijn relatie met André Rouvoet. Zij aan zij wandelend over de EO-Jongerendag blijkt André ineens de populaire man te zijn geworden, in plaats van Andries. Gelukkig hecht de CU-leider nog steeds veel waarde aan Knevels mening over het regeringsakkoord, zo blijkt uit een telefoongesprekje. Maar sinds Rouvoet regeert moet de televisiemaker maar afwachten of hij de drukke minister in de uitzending krijgt. “Ik ken mijn plaats weer”, schrijft hij als Rouvoet na enkele dagen nog niet heeft teruggebeld.
Over de ChristenUnie en homo’s schrijft Knevel: “Wat is het triest voor het getuigenis van het christelijk geloof dat we juist nu rond dit onderwerp breed in het nieuws zijn. Opnieuw wordt de indruk gewekt dat christenen graag discrimineren en iets tegen homo’s hebben.” Ten dage echter dat Knevel dit noteert gaat het ‘slechts’ over de gewetensbezwaarde ambtenaren. Die kwestie verbleekt inmiddels bij het “zwaar weer” waar de CU recenter in terechtkwam: de commotie rond Yvette Lont en de CU-vertegenwoordigers met een homoseksuele relatie. Die discussie heeft het dagboek niet meer gehaald, waarmee maar weer blijkt dat de actualiteit een ongrijpbaar ding blijft.
Knevel verbaast zich over de politieke aardverschuiving bij de ChristenUnie: “Het is geen wonder dat de CU in de kabinetsformatie zulke grote concessies kon doen. Het is wel een wonder dat de achterban zo gemakkelijk is meegegaan.” Over politieke aardverschuivingen gesproken, op pagina 303 vraagt Andries Knevel zich vertwijfeld af: “Het zal toch niet waar zijn dat ik links word?”
Heel wat pagina’s gaan over Knevels afscheid van het creationisme en zijn ‘bekering’ tot Intelligent Design. (ID is de theorie dat de onherleidbaar complexe systemen in de natuur wijzen op een intelligent ontwerp. ID-wetenschappers aanvaarden macro-evolutie en een oud heelal. Het creationisme gaat uit van een zes- tot tienduizend jaar oude aarde en door God geschapen soorten.) Knevel heeft lang geaarzeld, maar dr. Henk van de Belt, tweede voorzitter van de SGP, gaf hem het laatste zetje: “Hij schrijft dat binnen een orthodox Schriftgeloof het mogelijk moet zijn om een oude aarde en een oud heelal te accepteren.” Bijbelgetrouwe christenen hebben zich volgens Andries Knevel in de jaren zestig en zeventig te veel laten beïnvloeden door Amerikaans fundamentalisme. “En de rol van de EO hierin mag niet onderschat worden”, benadrukt hij.
De EO-coryfee aarzelde over zijn ‘coming out’ met ID, want: “Wat maak je los bij het orthodoxe deel van christelijk Nederland? Hoeveel onzekerheid en twijfel ga je genereren?” Aan de andere kant heeft hij een hart voor christelijke jongeren: “Heel wat studenten worstelen met de vraag of ze nog wel christen kunnen zijn, wanneer ze uiteindelijk zelf tot de overtuiging zijn gekomen dat het aloude creationisme niet zulke sterke papieren heeft.” Hij brengt zijn verhaal dus naar buiten, “niet om te provoceren, maar om mezelf en anderen verder te helpen”. Toch constateert hij achteraf: “Tot mijn verdriet bleek ID geen effectieve aanval te zijn op het darwinistische bastion, maar een splijtzwam in orthodox-christelijk Nederland.”
Andries Knevel over Abraham Kuyper, pagina 234
Andries Knevel noemt zijn huidige overtuiging “iets tussen ID en TE” (Theïstische Evolutie). Daarbij stelt hij duidelijk dat evolutie door slechts toeval, mutatie en selectie nooit voldoende kunnen zijn om het bestaan te verklaren. God aan het begin van de oerknal zetten is wat hem betreft geen “verlegenheidsoplossing”. Maar, vraagt Andries Knevel zich terecht af, hoe zit het dan met de “historiciteit van de zondeval”? Antwoord: Ergens tijdens het door God geleide evolutieproces schiep Hij het eerste mensenpaar dat vervolgens door ongehoorzaamheid ‘in zonde viel’. Morrel je aan de zondeval, dan komt uiteindelijk ook het evangelie op losse schroeven te staan. Die kant wil Knevel niet op. Dat blijkt ook als hij langs het meer van Galilea loopt, zijn favoriete plek in Israël: “Het blijft indrukwekkend om je telkens voor de geest te halen dat hier de Here Jezus heeft gelopen, gepredikt, genezen en gebeden. En voor wie niet gelooft dat Jezus de Zoon van God is: dat hier een man heeft opgetreden die van zichzelf zei dat Hij de Zoon van God was, is ook uit buiten-Bijbelse bronnen aan te tonen. Hij was hier dus, dat is zeker.”
“16 februari. Ik begin de dag met het voorlezen van een paar Nijntje-boeken aan kleindochter Bibi, die bij ons logeert.” Een hartverwarmende notitie, zomaar ineens tussen alle gewichtige onderwerpen en stevige vertwijfelingen. Ook humor en zelfspot ontbreken niet, als hij na een scherpe cultuuranalyse voor een zaal vol vrouwen opmerkt: “Schuin voor mij valt een van de toehoorsters snurkend in slaap; heel goed voor het ego.” Kortom, het dagboek van Andries Knevel is een aanrader voor uw eigen avonduren.