
Op een dag, toen er weer heel veel mensen naar Hem toe kwamen, liep Jezus de berg op en ging zitten. Zijn discipelen kwamen bij Hem. Hij onderwees hun:
Wat bedoelen we eigenlijk als we bidden "Uw koninkrijk kome"? Is het een formule die we uit de Bijbel hebben overgenomen, of heeft het zin de instrukties van de Here Jezus op te volgen?
In de uitspraken van Jezus komen veel "ik ben" uitspraken voor. Op het eerste gezicht lijkt dat niets bijzonders, behoudens het feit dat er in deze uitspraken iets te lezen valt over wat Jezus over zichzelf zegt. Deze "Ik ben" uitspraken krijgen echter nog veel meer waarde, wanneer we ons realiseren dat er verband is tussen "ik ben" en de naam van God.
In de uitspraken van Jezus komen veel "ik ben" uitspraken voor. Op het eerste gezicht lijkt dat niets bijzonders, behoudens het feit dat er in deze uitspraken iets te lezen valt over wat Jezus over zichzelf zegt.
Deze "Ik ben" uitspraken krijgen echter nog veel meer waarde, wanneer we ons realiseren dat er verband is tussen "ik ben" en de naam van God.
In de uitspraken van Jezus komen veel "ik ben" uitspraken voor. Op het eerste gezicht lijkt dat niets bijzonders, behoudens het feit dat er in deze uitspraken iets te lezen valt over wat Jezus over zichzelf zegt.
Deze "Ik ben" uitspraken krijgen echter nog veel meer waarde, wanneer we ons realiseren dat er verband is tussen "ik ben" en de naam van God.
In drie van de vier evangeliën - dat zijn de verslagen van het leven van Jezus in de Bijbel – komt dezelfde passage terug. Het is een moment waar Jezus aan zijn discipelen vraagt: "Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is?" Zijn discipelen geven de antwoorden, die ze om zich heen gehoord hebben: Johannes, Elia, of Jeremia of een van de andere profeten.


