
Als ouders zie je graag dat je kinderen gelovig opgroeien. Maar hoe doe je dat in een maatschappij als de onze? Hoe ben je als ouders een voorbeeld voor je kind en hoe maak je het Evangelie ‘grijpbaar’ voor hen?
Is er wel bestaansrecht voor een aparte bijbel voor kinderen? Is het niet beter om, zoals in de Joodse traditie, in plaats van de bijbel naar het kind, het kind naar de bijbel te brengen? In de christelijke traditie neigen we ertoe te zeggen dat kinderen geen volwassenen in zakformaat zijn, maar recht hebben op een eigen plaats.
‘Het is een gave en een opgave om echt iemand te zijn’, zegt prof. W. ter Horst in een seminar over identiteitsontwikkeling naar aanleiding van het thema van de Gezinsdag ‘Een nieuwe naam’. De oud-hoogleraar orthopedagogiek en schrijver van vele opvoedkundige boeken houdt gewoonlijk geen spreekbeurten meer maar maakte dit keer graag een uitzondering.
"Genadig God, zo veel kinderen hebben diepe innerlijke verwondeningen opgelopen, omdat ze het slachtoffer zijn van kritiek, pesten en vernedering. Mogen mijn kinderen vriendelijkheid tentoon spreiden in hun woorden. Laat de woorden uit Psalm 19:14 waarheid zijn voor mijn kinderen: "Laat dan de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn."
‘Als je eerst maar eens groot bent’, zeggen we vaak tegen een kind. Met andere woorden, nu tel je nog niet mee. In gemeenten is dat veelal niet anders. “Kinderen worden in bijzaaltjes gestopt.” Daar moet verandering in komen, vindt Marian Geeve, coördinator van kinderwerk Timotheüs, per 1 april voortgezet onder Opwekking. Daarom pleit ze om kinderen weer terug op de kerkelijke kaart te zetten.
Generaties lang traden de meeste kinderen in de christelijke voetsporen van hun ouders. Veel kinderen van nu houden het christelijk geloof voor gezien. Vroeger een trieste uitzondering, nu lijkt het een epidemie te worden. Overal om je heen zie je ze afhaken. Ook in het gezin van Peter en Ineke Vermaas: „Mijn oudste dochter gelooft niet meer. Dat snijdt door je ziel en maakt je leven ondraaglijk!“



