God heeft het druk. Zijn naam wordt te pas en te onpas genoemd bij het zien van de beelden. Mensen roepen zijn naam aan in hoop en wanhoop, in verdriet en woede:
“Hoe kan God zoiets toch toestaan?”
Priesters, dominee’s en politici komen met antwoorden, die voor het overgrote deel toch dezelfde klank heeft als voorheen: “Gods wegen zijn ondoorgrondelijk” of “God heeft een plan met ieder mens”. Is dat werkelijk wat God aan het doen is?
Wordt God zelf hier ook niet erg moe van? Altijd wordt zijn naam in verband gebracht met alle zaken die niet goed gaan, van natuurrampen tot de daden van terroristen, van ziekte tot ellende en van ongelukken tot alle vormen van geweld. “Waarom God? Waarom?”