Rouw: verwerkingsproces dat verdriet hanteerbaar moet maken
Door Ton Vegt – Centrum voor Pastorale Counseling / stichting Chris
Alles wat het karakter krijgt van verlies van een dierbaar iemand of iets kan een rouwproces meebrengen. Rouw is verlies verwerken. Rouwen is het verwerkingsproces waarmee we aan de slag moeten om verdriet hanteerbaar te maken.
Verlies op vele terreinen
Rouwen en rouwverwerking associëren we in eerste instantie met het verdriet na het sterven van een dierbaar iemand. Maar de gevoelens en reactiepatronen die beleefd worden bij rouwen na de dood van een dierbare persoon, herkennen we in meerdere of mindere mate bij alle verlieservaringen.
Het verlies en de gevoelens van verdriet moeten we zodanig een plaats geven dat het dagelijks leven niet meer belemmerd wordt hierdoor.
Rouw is een werkwoord.
We spreken dan ook van rouwtaken.
Aan het werk
Verlies van een geliefde brengt levensmoeheid mee, verdriet en verwardheid. Rouwen kost energie. Men voelt zich moe, ook al heeft men niets gedaan. Rouwen is hard werken. Rouw-ver-WERK-ing. Verlies verwerken is arbeid verrichten. Het verklaart waarom verdrietige mensen zo moe kunnen zijn, dat ze niet aan hun dagelijkse werk toekomen.
De tijd heelt alle wonden, is een algemene opvatting die leeft bij zeer veel mensen. Niets is minder waar. De tijd op zich geneest niet. Als men in een hoekje zit en tijd neemt om te genezen, zal de tijd niets doen. Het is niet de tijd die geneest, maar wat men doet met de tijd.
De tijd heelt niet
De literatuur spreekt over rouw in verschillende fasen (ontkenning, boosheid, depressiviteit, aanvaarden van verlies, de draad van het leven weer oppakken). Dit betekent niet dat het stapsgewijs gebeurt en dat het vanzelf gaat. De tijd heelt de wonden niet. Rouwen moet je willen, er is openheid voor nodig. Het is ook een misverstand dat rouw overgaat. Verlies wordt deel van je leven. Het is normaal dat er na járen nog pijn is om het gemis.
Rouw beïnvloedt totale menszijn
Rouw raakt mensen niet alleen maar in een deel van hun leven. Maar mensen, ook kinderen, worden geschokt in heel hun menszijn, heel hun wezen. Het raakt hen verstandelijk, lichamelijk, emotioneel, geestelijk en sociaal.
Verstandelijk: Dood brengt mensen in verwarring. De overleden persoon beheerst soms heel hun denken. Soms is er ontkenning van het verlies. Een kind fantaseert over vader alsof hij er nog is of dat hij morgen weer terugkomt.
Lichamelijk: Soms worden lichamelijke klachten ontwikkeld: slecht slapen, vermoeidheid, geen eetlust, buikpijn, hoofdpijn.
Emotioneel: Denk bijvoorbeeld eens aan schuldgevoelens, woede, verdriet, onzekerheid en angst.
Geestelijk: Waarom liet God dit toe? Er kan boosheid zijn naar de Heer, wantrouwen en onbegrip. Hoeveel volwassenen worstelen hier ook niet mee?
Sociaal: Ook het gedrag en de relaties worden erdoor beïnvloed. Men kan zich terugtrekken en afsluiten of juist erg opstandig worden en zich gaan afreageren op anderen. Men kan aanhankelijk worden en zo bang zijn om anderen te verliezen dat we bijna niet los durven te laten. Men kan zich ook zo afsluiten door te besluiten geen intiemere relaties meer aan te gaan. Contacten blijven daardoor oppervlakkig en zodra iemand een poging doet om dichterbij te komen, kan iemand daar niet mee overweg en zal het ontwijken.
(Bovenstaande tekst is onderdeel van de workshop over rouwverwerking die Ton Vegt gaf op de EO-Gezinsdag 2003.)