Dergelijke situaties veroorzaken innerlijke onvrede en je gevoel komt in opstand. Het valt niet mee om je gemoed tot rust te krijgen, als het leed om zich heengrijpt. Maar ook je verstand kan geen sluitende verklaring vinden. Op de vragen naar Gods almacht vind je in het lijden zelf geen bevredigend antwoord. Want ieder antwoord roept weer een volgende vraag op die je verstand martelt en je gevoel in onrust brengt.
En zulke momenten en gebeurtenissen komen een keer in ieders leven.
Wat moet je dan? Twijfelen? Bestaat God ineens niet meer? Was Hij er even niet of lette Hij niet op?
Luther ontdekte in de Bijbel een grote waarheid: De rechtvaardige zal uit geloof leven – Rom. 1:17. Luther begreep uit deze tekst dat wij onze eeuwigheid niet ver-dienen door werken, maar ontvangen door genade alleen, door het geloof. Maar er staat nog iets in die tekst, een aspect waar wij gemakkelijk overheen lezen, namelijk dat wij door geloof zullen leven.
Leven staat lijnrecht tegenover dood. Dood staat gelijk aan hel en leven aan de hemel. Soms staan wij oog in oog met de dood en met de hel op een manier, dat noch ons gevoel, noch ons verstand ons gemoedsrust of leven geven kan. Dat is het moment dat wij ‘in geloof’ ervoor kiezen om te leven. Achteraf pas zullen wij ontdekken hoe Gods Vaderliefde ons door die periode heeft heen geholpen. Wij ervaren dat op het moment niet, maar pas later ontdekken wij de volle waarheid: dat God naast ons staat in het midden van het lijden. Ons rest het simpele geloof, dat Vader ons door deze periodes zal leiden.