Waarom staat God het kwaad nog toe?
De grootste twijfel aan God komt, wanneer wij oog in oog staan met het lijden. Vragen komen naar boven, zoals “Waarom greep God niet in? Dit is toch de hel op aarde?”
Dergelijke situaties veroorzaken innerlijke onvrede en je gevoel komt in opstand. Het valt niet mee om je gemoed tot rust te krijgen, als het leed om zich heengrijpt. Maar ook je verstand kan geen sluitende verklaring vinden. Op de vragen naar Gods almacht vind je in het lijden zelf geen bevredigend antwoord. Want ieder antwoord roept weer een volgende vraag op die je verstand martelt en je gevoel in onrust brengt.
En zulke momenten en gebeurtenissen komen een keer in ieders leven.
Wat moet je dan? Twijfelen? Bestaat God ineens niet meer? Was Hij er even niet of lette Hij niet op?
Luther ontdekte in de Bijbel een grote waarheid: De rechtvaardige zal uit geloof leven – Rom. 1:17. Luther begreep uit deze tekst dat wij onze eeuwigheid niet ver-dienen door werken, maar ontvangen door genade alleen, door het geloof. Maar er staat nog iets in die tekst, een aspect waar wij gemakkelijk overheen lezen, namelijk dat wij door geloof zullen leven.
Leven staat lijnrecht tegenover dood. Dood staat gelijk aan hel en leven aan de hemel. Soms staan wij oog in oog met de dood en met de hel op een manier, dat noch ons gevoel, noch ons verstand ons gemoedsrust of leven geven kan. Dat is het moment dat wij ‘in geloof’ ervoor kiezen om te leven. Achteraf pas zullen wij ontdekken hoe Gods Vaderliefde ons door die periode heeft heen geholpen. Wij ervaren dat op het moment niet, maar pas later ontdekken wij de volle waarheid: dat God naast ons staat in het midden van het lijden. Ons rest het simpele geloof, dat Vader ons door deze periodes zal leiden.
wandelen met de Vader
Een Turkse vriend, die in de Islam is grootgebracht en christen is geworden, gaf eens een verhelderend kijk op ons westerse denken. Vanuit zijn oosterse invalshoek zei hij: “Uiteindelijk leren wij door verdriet en lijden òf wij werkelijk met Vader wandelen, omdat Hij Vader is, òf dat wij met Vader wandelen om onze zin te krijgen.” Tussen die twee zit een groot verschil. Het is een verschil in vertrouwen. En vertrouwen heet in de bijbel: geloof.
Jezus aan het woord
Maar geloof betekent niet dat wij blind zijn voor de realiteit en geen oprechte vragen meer aan God stellen. De vraag: “Waarom staat God het kwaad nog toe?” is wellicht de vraag die de mensen het meest bezighoudt.
Jezus geeft antwoord op deze vraag in een van zijn gelijkenissen. Hij vertelt inde gelijkenis van het koren en het onkruid:
het kwaad wordt vernietigd
Deze gelijkenis is bijzonder duidelijk: aan het einde van de wereld zal het kwaad worden vernietigd. Tot die dag tracht God zo veel mensen te redden als mogelijk is.
Het antwoord is zo simpel en zo kort dat het vaak niet geheel tot ons doordringt en wij toch weer met dezelfde vraag komen: “Waarom doet God hier niets aan?”. Het antwoord uit de gelijkenis is, dat Hij wacht omdat Hij nog steeds mensen wil redden. Hij wacht in zijn genade en zwijgt in zijn liefde voor een mensheid, die Hij niet verloren wil zien gaan.
Gods verplichting
Als God verplicht zou zijn te moeten reageren op onze vraag: “God, doe hier iets aan!”, dan zou die verplichting van God gelden tegenover iedereen die deze vraag stelt. Indien God een morele verplichting zou hebben, omdat Hij verantwoordelijk gesteld kon worden voor de aanwezigheid van het kwaad, dan zou God bij het eerste appèl aan die verantwoordelijkheid ingrijpen en direct een eind maken aan alle kwaad.
Zou God dat niet doen, dan zou Hij van onverantwoordelijk gedrag beticht kunnen worden.
alles draait om redding
Maar God is niet verantwoordelijk voor het kwaad in de wereld en kan ook daarvoor niet ter verantwoording worden geroepen. Hij reageert echter altijd op de voortdurende smeekbeden van mensen, hoewel niet altijd op een manier zoals zij verwachten. En Hij maakt nog geen eind aan al het kwaad.
Hij wacht, want Hij wil nog meer mensen redden. Zou Hij wèl ingrijpen dan zou met een te vroegtijdig ingrijpen ook veel koren verloren gaan, ofwel: mensen die anders gered zouden worden.
jij: een gouden speld
Zo is het ook met God.
Wij leven temidden van een afschuwelijke holocaust.
Kwaad is overal en elke nieuwsuitzending meldt ergens oorlog, rampen of andere ellende. En God wacht, huilt en houdt jou als een gouden speld in zijn hand en zegt: “Met deze kan ik er nog twee meer redden, zeker één!”
Maar mag God jou ook gebruiken?