'Mama,' roept Margot (8), terwijl ze de keuken inrent. 'Justyna doet heel gevaarlijk.' Moeder Anja reageert nonchalant. Haar dochter trekt bij het minste of geringste aan de bel, omdat zij snel dingen gevaarlijk vindt. Negen van de tien keer is het loos alarm. Vader Egbert zit ondertussen op de tractor. Hij heeft eerder tegen Justyna gezegd dat ze ergens anders moet gaan spelen met de poesjes. Vader Egbert kijkt nog een keer goed en ziet Justyna niet meer. Dan voelt hij dat hij met het achterwiel over een hobbel rijdt. Vanuit de tractor ziet hij Justyna liggen. Tevergeefs probeert het kleine meisje op eigen kracht overeind te komen. Ze huilt krampachtig. Egbert roept haar naam, maar Justyna reageert niet. Als de ambulance arriveert, is het meisje al overleden.
 
Dezelfde avond leggen Anja en Egbert hun overleden dochter af. 'We hebben haar aangekleed en de haren gekamd,' vertelt Egbert. 'Zonder Gods kracht hadden wij haar niet kunnen afleggen.' Als het echtpaar terugkijkt, ziet zij daarin de kracht van God. Ook op de dag van de begrafenis voelen zij zich gedragen door de Here. Daarna komen ze met een klap terug op de aarde.
 
De echte werkelijkheid dat Justyna er niet meer is en nooit meer terug zal komen, dringt door.
De eerste week heeft Anja nauwelijks gehuild. 'Mijn gevoel was verdoofd. Het verdriet en de boosheid komen veel later.'