Hij is de jongste uit een gezin van acht kinderen en woont in zijn ouderlijk huis in Kleve, net over de grens bij Nijmegen. Negen was hij toen de oorlog begon. Inmiddels is hij 74, maar hij weet zich nog precies de plek te herinneren waar zijn vader en zijn broer stonden te discussiëren. “Daar bij de deur. Mijn broer was in ‘42 net terug voor verlof en mijn vader zei dat de oorlog verloren was. Mijn broer moest terug naar Afrika, maar wilde niet. Maar hij moest, hoe erg wij het ook vonden.”
 
Zijn ouders waren christenen, rooms-katholiek. “Ze gingen niet naar de kerk omdat dat moest, maar omdat ze dat wilden.”
“Wat het geloof voor mij betekent? Ik geloof in het bestaan van God en ik geloof in de opstanding van Jezus Christus. Dat is voor mij onderscheidend en bepaalt mijn leven en dat van mijn vrouw en kinderen. Ik heb het van mijn ouders geërfd. Het bestaan van God is niet te bewijzen, de opstanding van Christus evenmin. Maar de twaalf apostelen hebben niet gelogen. Dat is het belangrijkste.”