Mediator Corine de Jong is achter de schermen betrokken bij Het Familiediner, het programma waarin ruziënde familieleden de kans krijgen hun conflict bij te leggen. Zodoende heeft ze al heel wat ruzies ‘begeleid’, maar vooral geprobeerd de twee partijen weer bij elkaar te brengen.
Is een familieruzie anders dan een ruzie tussen bijvoorbeeld collega’s of buren? “Ja,” zegt ze. “Wat je bij familieruzies vaak ziet, is dat patronen uit het ouderlijk huis een rol spelen bij de manier waarop met problemen wordt omgegaan. Mensen van veertig die ruzie hebben, kunnen nog negatieve herinneringen en gevoelens hebben van vroeger en zeggen tegen hun broer bijvoorbeeld: ‘Toen ik negen was, deed je ook al dit of dat’. Of een jongere broer of zus zegt tegen zijn of haar broer of zus: ‘Je behandelt mij nog steeds als het kleintje’.
Die oude patronen verdwijnen niet zomaar; je kunt dingen uit je kindertijd nu eenmaal niet uitgummen.”
2 september 2010
Ruzie met je zus. En dan?
In hetzelfde gezin geboren zijn, wil nog niet zeggen dat je het altijd goed hebt met elkaar. Zoals iedere relatie vergt ook een broer/zusrelatie onderhoud. Dat bewijst de nieuwe serie afleveringen van Het Familiediner, die deze week van start gaat. In de eerste aflevering staan ruzies tussen twee broers en twee zussen centraal.
Donkere bril
Het ouderlijk gezin blijkt op nog een ander punt bepalend voor hoe familieleden met elkaar omgaan. Corine ziet vaak dat waar kinderen ruzie hebben, ouders ook in problematische situaties zitten of hebben gezeten. Ze legt uit: “Soms bestaan in een familie al generaties lang spanningen. Dat patroon herhaalt zich dan gewoon.”
En hoewel de familieleden wel zien dat het niet goed is wat er gebeurt en doorhebben dat het anders moet, weten ze vaak niet hoe ze zo’n patroon kunnen doorbreken. Terwijl het wel degelijk mogelijk is, weet Corine. “Ruzies hebben vaak de kleinste aanleiding. Mensen weten soms niet eens meer waar het nu precies om begonnen is. Er kan een incident zijn dat voor één van de betrokkenen het gevoel geeft dat er ruzie is. Het hoort bij een conflict dat mensen als het ware door een donkere bril naar elkaar gaan kijken. In de daden van de ander wordt dan een bevestiging gezien van het negatieve beeld dat is gegroeid; alles wat de ander doet, is ineens verkeerd.”
En hoewel de familieleden wel zien dat het niet goed is wat er gebeurt en doorhebben dat het anders moet, weten ze vaak niet hoe ze zo’n patroon kunnen doorbreken. Terwijl het wel degelijk mogelijk is, weet Corine. “Ruzies hebben vaak de kleinste aanleiding. Mensen weten soms niet eens meer waar het nu precies om begonnen is. Er kan een incident zijn dat voor één van de betrokkenen het gevoel geeft dat er ruzie is. Het hoort bij een conflict dat mensen als het ware door een donkere bril naar elkaar gaan kijken. In de daden van de ander wordt dan een bevestiging gezien van het negatieve beeld dat is gegroeid; alles wat de ander doet, is ineens verkeerd.”
Onderliggende beelden
“Vaak gaat het dus ook niet zozeer om de inhoud, maar om onderliggende beelden die zijn ontstaan,” vervolgt Corinne. “Stel, de ene zoon is hertrouwd en viert op een dag zijn verjaardag. Zijn ouders kunnen niet komen, omdat ze die dag iets anders hebben. Maar als de andere zoon jarig is, komen de ouders wel. Dan kan die eerste zoon het gevoel hebben dat hij en zijn nieuwe gezin minder meetellen dan zijn broer. Hij voelt een enorme afwijzing en vult het beeld van zijn ouders over hem al helemaal in. Een klein voorval - in dit geval het feit dat zijn ouders niet komen - is een bevestiging van het beeld dat zijn ouders volgens hem van hem en zijn gezin hebben. Hij vergeet echter dat zijn ouders een legitieme reden hadden om niet op zijn verjaardag te komen; ze konden echt niet.
Daarbij is de reactie van de andere partij ook bepalend. Als de ander redeneert van: ‘Als je zo doet, kom ik niet meer’ of ‘Hij moet me niet, dus ik zal hem eens laten voelen dat ik hem ook niet mag’, kan dit leiden tot een langdurige verstoring in de relatie.”
Daarom, vindt Corine, “check bij elkaar of je beeld klopt en vraag: ‘Jullie kwamen niet op mijn verjaardag, hadden jullie daar een bepaalde bedoeling mee?’ of ‘Ik heb het gevoel dat jullie anders met ons omgaan dan met het gezin van mijn broer, klopt dat?’ Dit geeft de ander de kans om zijn of haar daden uit te leggen én om van jou te horen hoe dit voor jou is. Mensen vermijden dit vaak uit angst te horen te krijgen dat ze je inderdaad niet moeten, maar meestal klopt je beeld niet. Als je dan niets zegt, blijf je met dat gevoel zitten.
En maak simpele afspraken. Laat de ander vrij om wel of niet naar een verjaardag te komen, bijvoorbeeld.”
Maken zussen anders ruzie dan broers?
“Dat idee heb ik niet. Ze uiten zich wel anders. Vrouwen kunnen zich boos voelen, maar uiten dat door te huilen. Mannen kunnen zich verdrietig voelen, maar uiten dat in boosheid. Het is een masker, waar je vrij snel doorheen prikt.
Ik denk dat het een cliché is dat vrouwen altijd oude koeien uit de sloot halen en mannen sneller zand erover gooien. Mannen halen net zo goed oude koeien uit de sloot en vrouwen kunnen net zo goed zand erover gooien.”
Stel, twee zussen trekken veel met elkaar op. De derde zus denkt dat ze er niet bij hoort en voelt zich het derde wiel aan de wagen. Wat moet die zus doen?
“Ze zou eerst na kunnen gaan of het echt zo is dat de andere twee vinden dat zij er niet bij hoort. Mensen zijn snel geneigd in een slachtofferrol te kruipen, gaan in een hoekje zitten mokken en gaan zich ook gedragen als het slachtoffer. Ze zouden willen dat de ander tien stappen in hun richting zet, maar komen zelf niet in beweging. Probeer uit die slachtofferrol te stappen en ga actief aan de slag. De derde zus zou bijvoorbeeld de twee zussen uit kunnen nodigen voor iets leuks. Als ze er met hen over praat, kan ze erachter komen of ze haar echt niet moeten of dat zij dat alleen maar denkt. Daarnaast is het goed je te realiseren dat iedereen zijn eigen relaties heeft en dat het dus kan zijn dat twee zussen uit een familie veel met elkaar optrekken, omdat ze elkaar goed liggen. Dat betekent nog niet dat de andere familieleden ‘minder’ zijn. Probeer dat te accepteren.”
Daarbij is de reactie van de andere partij ook bepalend. Als de ander redeneert van: ‘Als je zo doet, kom ik niet meer’ of ‘Hij moet me niet, dus ik zal hem eens laten voelen dat ik hem ook niet mag’, kan dit leiden tot een langdurige verstoring in de relatie.”
Daarom, vindt Corine, “check bij elkaar of je beeld klopt en vraag: ‘Jullie kwamen niet op mijn verjaardag, hadden jullie daar een bepaalde bedoeling mee?’ of ‘Ik heb het gevoel dat jullie anders met ons omgaan dan met het gezin van mijn broer, klopt dat?’ Dit geeft de ander de kans om zijn of haar daden uit te leggen én om van jou te horen hoe dit voor jou is. Mensen vermijden dit vaak uit angst te horen te krijgen dat ze je inderdaad niet moeten, maar meestal klopt je beeld niet. Als je dan niets zegt, blijf je met dat gevoel zitten.
En maak simpele afspraken. Laat de ander vrij om wel of niet naar een verjaardag te komen, bijvoorbeeld.”
Maken zussen anders ruzie dan broers?
“Dat idee heb ik niet. Ze uiten zich wel anders. Vrouwen kunnen zich boos voelen, maar uiten dat door te huilen. Mannen kunnen zich verdrietig voelen, maar uiten dat in boosheid. Het is een masker, waar je vrij snel doorheen prikt.
Ik denk dat het een cliché is dat vrouwen altijd oude koeien uit de sloot halen en mannen sneller zand erover gooien. Mannen halen net zo goed oude koeien uit de sloot en vrouwen kunnen net zo goed zand erover gooien.”
Stel, twee zussen trekken veel met elkaar op. De derde zus denkt dat ze er niet bij hoort en voelt zich het derde wiel aan de wagen. Wat moet die zus doen?
“Ze zou eerst na kunnen gaan of het echt zo is dat de andere twee vinden dat zij er niet bij hoort. Mensen zijn snel geneigd in een slachtofferrol te kruipen, gaan in een hoekje zitten mokken en gaan zich ook gedragen als het slachtoffer. Ze zouden willen dat de ander tien stappen in hun richting zet, maar komen zelf niet in beweging. Probeer uit die slachtofferrol te stappen en ga actief aan de slag. De derde zus zou bijvoorbeeld de twee zussen uit kunnen nodigen voor iets leuks. Als ze er met hen over praat, kan ze erachter komen of ze haar echt niet moeten of dat zij dat alleen maar denkt. Daarnaast is het goed je te realiseren dat iedereen zijn eigen relaties heeft en dat het dus kan zijn dat twee zussen uit een familie veel met elkaar optrekken, omdat ze elkaar goed liggen. Dat betekent nog niet dat de andere familieleden ‘minder’ zijn. Probeer dat te accepteren.”
Twee zussen, één ruzie
Loes en Lauriëtte zijn twee zussen die lange tijd ruzie hadden. Iets wat hen beiden niet in de koude kleren ging zitten. Want, zoals Loes het verwoordt: “Ik pinkte zo nu en dan best eens een traantje weg. Ik zat er echt mee. Ze is m’n enige zus. Straks is één van ons er niet meer en dan heb je spijt. Dat is het allemaal niet waard, toch? We komen tenslotte allebei uit hetzelfde nest. Ik denk dat dat een ruzie met je eigen zus ook zo moeilijk maakt.”
Lauriëtte voegt toe: “Tegen een buurvrouw kun je zeggen dat je niet meer met haar wilt praten, maar tegen je eigen zus kan dat eigenlijk niet. Met verjaardagen en feestdagen ben je toch bij elkaar, en als de een dan niet meer komt, is er niets meer. Ze is m’n enige zus.”
Uiteindelijk moest de kleindochter van Lauriëtte eraan te pas komen om de twee bij elkaar te brengen. Hoewel er veel dingen zijn voorgevallen, konden de zussen uiteindelijk toch allebei zeggen: ‘Zand erover’. Loes: “Anders was het niet gebeurd, denk ik, want ik had die stap waarschijnlijk niet gezet. Waarom niet? Ik weet het niet. Het gevoel dat je de eerste stap moet zetten, maakt het zo lastig. Ik ken mijn zus langer dan vandaag en weet hoe ze is.”
“Niemand wil toegeven,” zegt Lauriëtte. “Ik ook niet. Ik ben best koppig, dus ik had ook niet uit mezelf naar haar toegekomen.”
Over wat er gebeurd is, praten de zussen niet meer. Lauriëtte: “Dan komt er geen eind aan.” Loes: “Wat heb je eraan als je het allemaal weer oprakelt? Ik vind het goed zo, laat dat potje maar gedekt, het levert immers niets op. We bellen elkaar nu, komen bij elkaar op bezoek en daar ben ik heel dankbaar voor. Zondagmiddag nog hebben mijn man en ik daar een hele middag gezeten en het was stikgezellig.”
Lauriëtte: “We komen niet elke dag bij elkaar over de vloer, maar dat hoeft ook niet. Dat deden we voorheen ook niet. Het is goed zo.”
Lauriëtte voegt toe: “Tegen een buurvrouw kun je zeggen dat je niet meer met haar wilt praten, maar tegen je eigen zus kan dat eigenlijk niet. Met verjaardagen en feestdagen ben je toch bij elkaar, en als de een dan niet meer komt, is er niets meer. Ze is m’n enige zus.”
Uiteindelijk moest de kleindochter van Lauriëtte eraan te pas komen om de twee bij elkaar te brengen. Hoewel er veel dingen zijn voorgevallen, konden de zussen uiteindelijk toch allebei zeggen: ‘Zand erover’. Loes: “Anders was het niet gebeurd, denk ik, want ik had die stap waarschijnlijk niet gezet. Waarom niet? Ik weet het niet. Het gevoel dat je de eerste stap moet zetten, maakt het zo lastig. Ik ken mijn zus langer dan vandaag en weet hoe ze is.”
“Niemand wil toegeven,” zegt Lauriëtte. “Ik ook niet. Ik ben best koppig, dus ik had ook niet uit mezelf naar haar toegekomen.”
Over wat er gebeurd is, praten de zussen niet meer. Lauriëtte: “Dan komt er geen eind aan.” Loes: “Wat heb je eraan als je het allemaal weer oprakelt? Ik vind het goed zo, laat dat potje maar gedekt, het levert immers niets op. We bellen elkaar nu, komen bij elkaar op bezoek en daar ben ik heel dankbaar voor. Zondagmiddag nog hebben mijn man en ik daar een hele middag gezeten en het was stikgezellig.”
Lauriëtte: “We komen niet elke dag bij elkaar over de vloer, maar dat hoeft ook niet. Dat deden we voorheen ook niet. Het is goed zo.”



