

In Bentota, een klein plaatsje aan de westkust van Sri Lanka, leeft Renuka met haar twee kinderen. Het gezin woont in een armoedige wijk waar regelmatig overstromingen plaatsvinden. Renuka verdient wat geld met het vouwen van enveloppen van afvalpapier, dat ze met kleine beetjes tegelijk inkoopt bij het vliegveld van Colombo. Om goed rond te kunnen komen van deze werkzaamheden, wil ze grotere hoeveelheden papier inkopen tegen lagere prijzen. Dat kan, maar dan moet ze wel een account openen bij het vliegveld. En dat kan alleen als Renuka een bedrag kan storten. Ze verdient echter niet eens genoeg om haar gezin te kunnen onderhouden, laat staan dat ze geld opzij kan leggen om een rekening te openen. Dan krijgt ze de mogelijkheid een klein geldbedrag te lenen via een zelfhulpgroep waar ze lid van is. De vrouwen in deze groep dragen gezamenlijk zorg voor de aflossing van hun leningen. Iedere week komen ze bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en elkaar te ondersteunen. Renuka gebruikt het geld om een rekening te openen. Voortaan kan ze voordelig grote partijen oud papier inkopen. Inmiddels heeft ze zoveel werk, dat ze een deel ervan tegen betaling kan uitbesteden aan vrouwen bij haar in de buurt.
Een groot deel van de wereldbevolking komt niet in aanmerking voor een krediet bij een ‘gewone’ bank, omdat men te arm is. Dit was zo’n vijfentwintig jaar geleden voor de Bengalese econoom Muhammad Yunus aanleiding om met een revolutionair concept te komen: een bank die alleen aan armen leent. Zijn motto: iedereen heeft een dollar nodig om een dollar te kunnen verdienen. Uitgangspunt is armen toegang bieden tot krediet en hen daarmee de mogelijkheid geven zelf hun leven structureel te verbeteren. Microkrediet wordt meestal gebruikt als investering bij het opzetten van een kleinschalige onderneming. Waar Yunus aanvankelijk werd uitgelachen, volgen inmiddels wereldwijd talloze microfinancieringsinstellingen (mfi’s) het voorbeeld van zijn Grameen Bank. In 2006 kreeg Yunus de Nobelprijs voor de vrede als erkenning voor het belang van microkredieten.
Sinds enkele jaren staat microfinanciering ook in Nederland volop in de belangstelling. Het jaar 2005 werd door de VN uitgeroepen tot jaar van het microkrediet met prinses Máxima als een van de adviseurs. Microfinanciering is een bekend begrip geworden en kent vele voorstanders. Ook onder christenen is sprake van een groeiend enthousiasme over microfinanciering als wapen in de strijd tegen armoede. Onlangs klonk vanuit de Rooms-Katholieke Kerk de oproep spaargeld deels te beleggen in een beleggingsfonds voor microfinanciering. Hulpbisschop Gerard de Korte van Utrecht herkent christelijke uitgangspunten in het principe van microkrediet. “Je legt de verantwoordelijkheid op het niveau waar die gedragen kan worden. Wanneer je mensen helpt bij het opzetten van een onderneming, kunnen zij zichzelf redden en zijn ze niet meer afhankelijk van giften. Dit is voor de beleving van eigenwaarde enorm belangrijk. De mensen krijgen de kans hun, van God ontvangen, talenten te ontwikkelen en verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf, hun gezin en hun verdere omgeving.”
Kleine leningen blijken voor veel armen het verschil te betekenen tussen afhankelijkheid en zelfontplooiing. Waar een gift tot afhankelijkheid leidt, creëert een lening een zakelijke relatie waarin beide partners elkaar serieus nemen.
“Een microkrediet is veel meer dan alleen maar een geldbedrag,” vertelt Samantha Rolefes, samen met Erlijn Sie oprichter van de stichting Microkrediet voor Moeders. Deze organisatie verstrekt kleine leningen aan arme vrouwen in Azië, die daarmee een eigen onderneming kunnen opzetten of uitbouwen. “Het feit dat mensen verantwoordelijkheid krijgen en positieve resultaten behalen, geeft hen een sterk gevoel van eigenwaarde en trots. Toegang tot krediet verbetert de levensomstandigheden van mensen op een heel directe manier. Bovendien legt het de basis voor een verandering op lange termijn, wanneer ondernemende moeders hun gevoel van eigenwaarde en ontplooiingsdrang overdragen op hun kinderen.”
Seeta heeft drie kinderen en maakt string hoppers, een Sri Lankaanse variant van mie, gemaakt van rijstemeel. Ze verkoopt de string hoppers aan beveiligingspersoneel van een militaire basis. In 2005 vraagt Seeta een microkrediet van 50 euro aan om te investeren in een stoompan. Binnen een jaar betaalt Seeta de lening af. De investering blijkt de moeite waard te zijn. Voorheen verkocht ze ongeveer 100 porties string hopper per dag, inmiddels is dat aantal opgelopen tot 1000. De aanschaf van de stoompan is goed voor een vertienvoudiging van de omzet. Seeta wil haar bedrijfje nog verder laten groeien. In 2006 vraagt ze opnieuw een microkrediet aan, deze keer een bedrag van 75 euro. Ze gebruikt de lening voor de aanschaf van extra ingrediënten en kookgerei.
In 2000 legden regeringsleiders van de VN de ambitieuze doelstelling vast dat in 2015 de wereldwijde armoede gehalveerd moet zijn. Microkrediet wordt door voorstanders gezien als krachtig middel om deze en andere millenniumdoelstellingen te realiseren. Toch klinken ook kritische geluiden over de werking en het effect van microfinanciering. Jan Breman, emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, deed jarenlang onderzoek in India en Indonesië. Dit voorjaar maakte hij een reis naar India en ging hij langs enkele dorpen die hij tientallen jaren geleden ook bezocht. “Ik heb gezien dat de armen van toen nog steeds arm zijn. Sterker nog, de kloof tussen de allerarmsten en de minder armen is alleen maar groter geworden, ondanks microfinanciering. In de praktijk blijkt dat mensen in de onderste laag van de samenleving vaak niet in aanmerking komen voor een krediet. Echte armen zijn immers bezitloos en kunnen dus geen enkel onderpand verschaffen dat in beslag kan worden genomen als men niet terugbetaalt.” Volgens Breman worden deze mensen niet alleen door de mfi’s buitengesloten, maar ook door andere deelnemers aan een kredietprogramma. Mensen willen nu eenmaal niet graag garant staan voor anderen die mogelijk niet in staat zijn de lening af te lossen. Een ander bezwaar tegen microfinanciering heeft te maken met het feit dat van deelnemers een langetermijnvisie wordt gevraagd. Breman: “Microkrediet is bedoeld om een duurzame aanschaf te doen. Maar als je echt arm bent, kan het goed zijn dat je andere uitgaven belangrijker vindt dan een zakelijke investering. Je hebt dringend eten nodig of je wilt medicijnen kopen voor je zieke kind. Het is uitermate moeilijk een langetermijnvisie te hanteren als je te maken hebt met echte armoede. Dan stel je andere prioriteiten. Mensen moeten vaak beloven dat ze het krediet gebruiken waar het voor bedoeld is. Dat doen ze maar al te graag, om het vervolgens toch op een andere manier in te zetten. De nood is simpelweg te hoog.”
Microkrediet is geen wondermiddel, vindt ook Samantha Rolefes. Ze herkent het verschijnsel dat juist de armsten vaak worden buitengesloten. Daarom stimuleert Microkrediet voor Moeders de lokale partners juist aan de meest kansarme vrouwen leningen te verstrekken. In de praktijk blijkt dat een klein deel van de vrouwen niet in staat is de lening af te lossen. Rolefes: “In die gevallen proberen we niet dat geld alsnog te innen door druk uit te oefenen op deelnemers. Na een jaar maken we de balans op en worden de lopende projecten afgesloten. Bedragen die zijn afgelost, worden waar nodig aangevuld en weer uitgeleend aan nieuwe groepen vrouwen. Om te bereiken dat de kredieten zoveel mogelijk op een juiste en effectieve manier worden ingezet, krijgen deelnemers deskundige begeleiding.” Ondanks de mooie resultaten die op veel plaatsen worden bereikt, blijkt microfinanciering alléén niet voldoende te zijn om het schrijnende probleem van armoede op te kunnen lossen. Het is van belang dat het wordt ingezet in combinatie met andere vormen van hulpverlening, aldus Rolefes. “Een van onze samenwerkingspartners bijvoorbeeld, biedt opvang aan zwerfgezinnen in Cambodja. Deze gezinnen krijgen onderdak en worden voorzien in hun eerste levensbehoeften. Zodra ze min of meer zijn gereïntegreerd in de samenleving, krijgen ze de mogelijkheid zelf hun inkomen te generen door mee te doen aan een microkredietprogramma. Voor deze mensen vormt toegang tot krediet een belangrijke tussenstap op weg naar een onafhankelijk en zelfstandig leven.”
Nandika woont samen met haar man, kinderen, ouders, zwager en schoonzus in een stenen huis. Ze verdient haar inkomen met het printen van menu’s, visitekaartjes en uitnodigingen. Door de gevolgen van de tsunami, eind 2004, komt haar bedrijfje stil te liggen. In 2005 vraagt Nandika een microkrediet aan om te investeren in papier en inkt. Met behulp van de handprinter, die de tsunami heeft overleefd, probeert ze haar werkzaamheden weer op te pakken. Dat lukt haar goed, totdat de handprinter kapot gaat.
Nandika gaat werken in een fabriek even buiten Bentota, waar ze poppen van oud papier leert maken. Met het geld dat ze verdient, betaalt ze de eerste lening af. In 2006 vraagt ze opnieuw een krediet aan, waarmee ze een voorraad oud papier, lijm en mallen koopt. De vaardigheden die ze in de fabriek heeft opgedaan, gebruikt ze om opnieuw een eigen bedrijfje te beginnen, nu in de verkoop van handgemaakte poppen.
‘Het is voor de beleving van eigenwaarde enorm belangrijk’
