

Wie het Amsterdamse Centraal Station uitloopt en links voor zich kijkt, ziet een wit gebouw met daarop de tekst: ‘God roept u – Jesus loves you’. De Nederlandse tekst plaatste het Leger des Heils ooit, de Engelse toevoeging was een idee van de boomlange Amerikaan Floyd McClung. Hij streek begin jaren zeventig als evangelist voor Jeugd met een Opdracht in ons land neer. Floyd: “We kochten als JmeO het gebouw van het Leger des Heils. Het ‘God roept u’ moest mensen waarschuwen vooral niet naar de Wallen te gaan. Ik vond het wel zo mooi daar ‘Jesus loves you’ aan toe te voegen.” Met die motivatie werkte hij jarenlang met hippies, drugsdealers en prostituees in hartje Amsterdam; hij schreef er het boek Werken voor God bij de duivel op de stoep over.
Hoewel Floyd en zijn vrouw Sally ons land begin jaren negentig verlieten, prijkt zijn erfenis nog altijd op het gebouw. Maar veel belangrijker: hij liet een duidelijke geestelijke erfenis na. Terugkijkend op de periode in Nederland, gebruikt Floyd het woord ‘hoogtepunt’, hoewel het jarenlang pionieren was. “Ik word bijna sentimenteel als ik terugdenk aan onze tijd hier, want er ligt iets van onszelf.” Jarenlang inspireerde hij veel Nederlandse christenen met zijn kwetsbare, gedurfde en liefdevolle navolging van Christus, en al op jonge leeftijd mocht hij een vader en coach voor beginnende leiders zijn.
McClung is een man met een hart voor evangelisatie en een niet alledaagse visie op gemeentestichting en kerk-zijn: Revolutionair voor de één, rebels voor de ander. Want overal waar de 61-jarige evangelist komt, introduceert hij zijn simpel-kerkmodel: een wereldwijd netwerk van groepjes mensen, die onderling hechte relaties hebben en voortdurend de blik op de omgeving hebben gericht. Hij legt uit waarom dit volgens hem nodig is: “Kijk naar Europa en ontdek dat misschien wel 95 procent van de bevolking de huidige kerk niet ziet staan. Zowel traditionele kerken als evangelische mega-kerken zijn maatschappelijk irrelevant. En hoe kan dat? Mensen hebben een idee bij het begrip kerk: het is een zondagse bezigheid, een manier van kleden en een politiek correcte club. Het is prachtig als gelovigen veel zegen ontvangen in een reformatorische of evangelische kerk, maar ik maak me liever druk om de mensen die niet naar een kerk gaan – die 95 procent.”
Die drive geeft hem naar eigen zeggen veel vrijheid om creatief om te gaan met zijn ideeën over kerk-zijn. “Niet de vorm is heilig, maar de boodschap van Jezus Christus. Zolang we dát niet minimaliseren, kunnen we ervoor gaan. Ik houd van Jezus en wil anderen met Hem kennis laten maken.”
In het najaar komt het boek You see bones, I see an army (Jij ziet botten, Ik zie een leger, red.) in het Nederlands uit bij Highway Media. Floyd, geïnspireerd door de profetie in Ezechiël 37, gaf het boek de prikkelende subtitel ‘Een nieuwe manier van kerk zijn’. Is het een kritische aanklacht tegen de kerk? “Te lang zag ik de kerk als instituut, een stel dode botten, en dit maakte me overdreven kritisch.
Maar God kijkt niet naar vormen en tradities, Hij heeft oog voor de mensen daarbinnen. Heel normale mensen, geliefd door God. Waarom zou ik dan kritisch zijn?”
Afgeven op gevestigde kerken is te makkelijk, vindt McClung. Kerkdeuren hoeven van hem dan ook niet gesloten te worden en gebouwen niet afgebroken. Toch schroomt hij niet enkele kritische noten te kraken over de invulling van het begrip kerk. “De manier waarop we in het Westen kerk zijn, is heel duidelijk een culturele expressie, waarvan we denken dat het de enig denkbare vorm is. Dat beeld mag wat mij betreft wel eens veranderen. Ik ben voor een tweede Reformatie – een revolutie van binnenuit. Geen reformatie van theologie, maar van kerkbeschouwing! Want helaas worden mensen in het Westerse kerkmodel gemarginaliseerd tot toeschouwers. Eén persoon op de kansel is aan het woord en jij zit een uur lang zwijgend toe te kijken. Komt het gemeenteleven niet verder dan dit, dan is dat toch geen goed voorbeeld van gemeenschapsleven? Het wordt tijd onze maniertjes tegen het licht te houden. Is alles wel zo gewijd als we denken, of zijn we er vooral zo aan gewend geraakt? Zijn we kerk voor onszelf, of voor de massa die onze taal niet begrijpt en weerstand heeft tegen onze vormen? Daarom stel ik simpele vragen als: Wat is Gods idee bij het begrip kerk?”
McClung windt er geen doekjes om, maar is hij niet bang gelovigen uit traditionele kerken te veel voor het hoofd te stoten? De rijke kerkelijke traditie zullen zij tenslotte niet zomaar overboord gooien. “Ik denk dat gelovigen uit traditionele kerken een goed punt hebben, want er zit diepe rijkdom in de kerkhistorie. Het valt me dan ook op dat veel jonge mensen zich hierin enerzijds verdiepen, maar het anderzijds koppelen aan nieuwe uitingsvormen, buiten het gevestigde kerksysteem en -denken om. Zo ken ik voorbeelden van Nederlandse traditionele kerken waarbinnen kleine kerkjes ontstaan. Geen splintergroeperingen die zich afzetten tegen de gevestigde orde, maar groepjes mensen die elkaar ontmoeten in het dagelijks leven. Ze delen lief en leed met elkaar, zijn radicaal, én betrekken hun omgeving daarbij. Dat is simpel kerk-zijn, zodat God betrokken wordt in elk aspect van het dagelijks leven, door iedereen, overal.” En Floyd zou Floyd niet zijn om geen duidelijke oproep te doen: “Raak betrokken bij de levens van mensen die je misschien nu nog niet kent. Of ze nu blank, zwart, moslim of atheïst zijn. Voor jullie Nederlanders ligt er een prachtige uitdaging bij de groeiende groep moslims. Eindelijk hoef je niet de wereld over te reizen, maar wonen ze gewoon bij je om de hoek. Zie dat als een kans in plaats van als een bedreiging. Ga relaties aan, nodig ze uit voor een maaltijd en wees jezelf!”
Zijn concept van de simpele kerk baseert Floyd op Jezus’ leven op aarde. Hij wordt zichtbaar enthousiast als hij over zijn grote Voorbeeld praat. “Jezus had een verrader als discipel, een man die voortdurend twijfelde, maar ook een gewone visser. Hij ging met iedereen om. Er kwamen zelfs gelovigen stiekem in het holst van de nacht bij Hem. Met andere woorden: Jezus was toegankelijk. Je kon een relatie met Hem aangaan. Hij nam de tijd voor je, gaf je alle gelegenheid vragen te stellen en sprak van hart tot hart met je.”
Daarnaast trok Hij erg veel tijd uit voor Zijn discipelen, weet de evangelist. “Soms lijkt het alsof Jezus voortdurend de massa’s toesprak en de kansels en tv-stations van zijn tijd gebruikt om uit te leggen Wie Hij was. Maar ik denk dat Hij hier maximaal twintig procent van Zijn tijd aan besteedde. Het overgrote deel van Zijn bediening investeerde Hij in een klein groepje mannen en vrouwen. Hij trok intensief met hen op door ze te trainen, uit te dagen en te bemoedigen.”
Floyd en Sally maken zelf deel uit van een multiculturele gemeenschap van slechts enkele gezinnen in Kaapstad. Met elkaar helpen ze de zwakkeren in hun omgeving, houden ze samenkomsten en bestuderen ze de Bijbel. “Zes dagen per week werken we in onze ‘kerk’ en op maandag rusten we uit.” Hij moet er om glimlachen. “Want de kerk is niet een plek waar je alleen op zondag naartoe gaat, maar waar mensen bij horen. Geen organisatie, maar een organisme. Niet-gelovigen zullen sneller gaan geloven als ze ergens deel vanuit maken en ongedwongen de kans krijgen zich het Evangelie eigen te maken. Een flink deel van onze gemeenschap bestaat dan ook uit niet-gelovigen.”
McClung wil zijn model niet als successtory verkopen. Hij waarschuwt met klem zijn ideeën over bijvoorbeeld huisgemeenten op te hemelen. “Je kunt heel slechte wijn in een groot glas gieten. Net zo goed kan er heerlijke wijn in een klein glas gaan. Ik ken gelukkig genoeg grote kerken waar de onderlinge relaties in kleine groepen heel hecht werken. Daarnaast ken ik ook best wat kleine gemeenschappen, die overlopen van trots omdat ze zo klein en hecht zijn. Het gaat om de inhoud, de kwaliteit.” Toch ziet hij wereldwijd geïnstitutionaliseerde kerken terrein verliezen en plaats maken voor kleine hechte gemeenschappen. “Kijk eens goed naar China of India. Gelovigen daar zien elkaar voor een maaltijd of voor een goed gesprek onder een boom. Als ik met een Westerse bril kijk, lijkt er nog maar weinig te gebeuren, al zie ik een kentering komen. Ik geloof dat ook Europa mee gaat in een brede beweging van simpele kerken.”
