Het gebeurt helaas veel in de praktijk. Christenen die op de werkvloer niet geaccepteerd worden, puur en alleen omdat ze christen zijn. Christenen die opgehouden zijn over hun geloof te spreken, omdat het toch alleen maar averechts werkt. Bij wie de broodtrommel onder hun neus vandaan gehaald wordt, als ze bidden voor het eten. Die uitgescholden worden voor ‘christenhond’. Of bij wie expres Radio 3FM nog iets harder gezet wordt, nadat ze net gevraagd hebben of het iets zachter mocht.
 
Dwaas
Ook kan het zijn dat je graag met je collega’s over het geloof zou willen praten, maar er voor je gevoel niet ‘door’ komt, omdat er een sfeer heerst van ‘wat jij gelooft, moet jij weten, maar val ons er niet mee lastig’. Hoe kun je dan op een natuurlijke manier getuigen?
Jan van der Ham (28) worstelt erg met die vraag. Hij werkt in de automatisering bij de ABN AMRO in Amsterdam en vertelt: „In het begin was ik niet zo erg open over mijn christen-zijn. Als mensen er niet naar vroegen, sprak ik er ook niet over, want ik vond het moeilijk om over mijn geloof te spreken.“ Misschien wel omdat hij zelf in die tijd nog veel vragen had en niet zeker was van zijn geloof.
Toen hij zelf tot het levende geloof kwam en ontdekte waar hij voor stond, kwam hij steviger in zijn schoenen te staan. „Ik zag in dat het eigenlijk wel erg dwaas was om mijzelf te verdedigen voor mijn christen-zijn. Want ik zei bijvoorbeeld dingen als: ‘Ik ben christen, dus ik bid voor mijn eten’. En dan vroeg ik of ze dat goed vonden. Maar eigenlijk is dat heel raar. Ik hoef mijzelf niet te verontschuldigen dat ik christen ben. Integendeel, ik heb iets om door te geven, en wel Gods boodschap.“
 
Vrijblijvend
Toch vindt Jan het nog steeds moeilijk om open te praten over zijn relatie met God en over hoe hij in het leven staat. „Want wanneer en hoe begin je daar over? Soms komt het gesprek tijdens de lunchpauze vanzelf op een onderwerp als de evolutie en kan ik ook zeggen wat ik daarvan vind en wat ik dan geloof. Een heel enkele keer kan ik iets kwijt over Jezus. Maar dat is incidenteel. Ik word geaccepteerd, maar het levert zo weinig op. Want men redeneert: ‘Dat jij dat gelooft, is prima, maar dat moet je aan mij niet verkopen’ en ‘als jij zonodig wilt bidden, doe je dat toch? Maar val ons er niet mee lastig’.
Ik kan dus doen en laten wat ik wil en alles wat ik zeg, moet kunnen, maar het moet wel vrijblijvend blijven. En dan houdt het eigenlijk op. Terwijl ik me op dat punt juist tekort voel schieten. Want we hebben een roeping, maar ik bereik eigenlijk niets. Ik heb daar steeds meer moeite mee. Want iedereen die Jezus Christus niet kent, gaat verloren. En als je daar als christen weet van hebt, zonder dat je daar iets van uitdraagt, heb je daar ook een verantwoordelijkheid in, denk ik. Maar om echt contact te leggen, moet de boodschap wel overkomen, naast dat de werking van de Heilige Geest nodig is.“
Kritiek
Jan weet dat hij op moet passen dat hij zich er te snel bij neerlegt. „Daarom bid ik ook of God mij helpen wil om iets van Zijn grootheid en goedheid uit te dragen en dat daar ook iets mee gedaan wordt. Daarbij is het belangrijk dat ik gewoon mijn werk goed blijf doen. Want als er op bepaalde punten reden voor kritiek is, als ik bijvoorbeeld de kantjes ervan af loop, hoef ik natuurlijk niet met allerlei mooie verhalen te komen. Ik denk dat we ons als christenen tot het uiterste in moeten spannen; zijn we echt bewogen met onze medemens, collega’s, buren, of mensen op straat, die anders verloren gaan?“
 
Jolande: „Ik had een leuke baan, maar durfde de eerste drie, vier maanden niet voor mijn christen-zijn uit te komen. Tijdens een etentje met het bedrijf bleek dat mijn chef ook christen was, maar er evenmin voor uit durfde komen. Alle collega’s waren heel verbaasd. Nu iedereen het weet, heb ik heel goede gesprekken, zowel met mijn chef als met de andere collega’s.“
 
Maarten: „Ik had een collega die christen was en meegevraagd werd voor een bedrijfsuitje op zondag. Hij zei dat zijn vriendin het niet leuk zou vinden als hij op hun vrije dag weg zou zijn. Later bleek dat hij helemaal geen vriendin had.“
 

Joanne: „In mijn studie geneeskunde kom ik dagelijks in aanraking met medestudenten die niets hebben tegen euthanasie of abortus. Ik vind het moeilijk om aan hen uit te leggen dat dat voor mij geen opties zijn. Zij komen met argumenten als medemenselijkheid en staan nauwelijks open voor mijn argumenten.“ Tips
Hoe kun je negatief gedrag ten opzichte van je christen-zijn voorkomen? Martien van der Zwan van de Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU) geeft een aantal tips:
• ?Weet waarover je praat. Kennis van de Bijbel is van groot belang. Je moet als christen kunnen uitleggen waarom je dingen wel of niet doet.
• Spreek normaal Nederlands. Veel mensen begrijpen niet veel van ‘de tale Kanaäns’. Probeer de bijbelse Boodschap te vertalen in hedendaags Nederlands. Stem je boodschap af op de golflengte van je gesprekspartner(s).
• Wees beginselvast. Dat beginsel is het Woord van God. Daar moeten we naar leven, en dat moeten we voorleven! Wees consequent.
• Wees alert. Accepteer niet klakkeloos allerlei opvattingen. Denk erover na en neem vervolgens een gefundeerd standpunt in. Geef in een zo vroeg mogelijk stadium aan als je moeite hebt met bepaalde ontwikkelingen.
• Wees bescheiden. Wij christenen zijn vaak zo arrogant. We bedoelen het goed, maar het komt soms zo belabberd over. Ga eens bij jezelf na of je op de juiste wijze omgaat met niet-christenen.
• Wees standvastig. Laat je niet van de wijs brengen door spottende blikken als je misschien als enige bidt voor je eten. Ga er het gesprek over aan en probeer duidelijk te maken waarom je iets doet of niet doet.
• Onderscheid je positief! Wees eerlijk, collegiaal, betrouwbaar, vriendelijk, verdraagzaam, begripvol, etc.
• Maak keuzes!