Stel, je wilt op een vrijdagmiddag gaan evangeliseren en om je voor te bereiden, zit je lekker op een bankje in de stad. Op een goed moment komt er iemand naar je toe die vraagt of hij naast je mag zitten. De persoon legt uit dat hij aan het evangeliseren is en vraagt of hij wat mag vertellen. Je vindt het goed, waarom ook niet? De man vertelt en vertelt. Appel en zondeval passeren de revue, woorden als ‘geloof’, ‘genade’, ‘weg terug naar God’ worden herhaaldelijk gebruikt, er wordt driftig uitgelegd dat het kruis van Jezus de kloof tussen de wereld en God wil overbruggen. Als de man na precies 35 minuten is uitgepraat, vraagt hij aan jou waar jij staat. ‘Sta jij in de wereld?’ ‘Nee,’ zeg je (je bent immers christen). Een lichte teleurstelling is te merken. ‘Sta je dan op het kruis, dat je twijfelt?’ ‘Nee,’ zeg je weer. Het gezicht van de man is nu één groot vraagteken. ‘Ben je dan een christen en een kind van God?’ ‘Ja,’ zeg je, ‘fijn dat u ook eens iets aan míj vraagt.’
Bovengenoemde is niet verzonnen, maar overkwam Peter Scheele, terwijl hij in zijn woonplaats Eindhoven op een bankje zat voordat hij ging evangeliseren. "Hij heeft, zonder te overdrijven, één keer iets aan mij gevaagd, namelijk of hij mij wat mocht vertellen. De volgende 35 minuten was hij bezig met uitleggen, uitleggen, uitleggen."
Volgens Scheele hebben christenen de neiging om het Evangelie "alle kanten op te roepen." Scheele: "Soms treft dat doel, maar vaak niet." Een andere - en volgens Scheele een betere - manier van evangelisatie, is er achter komen wie de ander is en waar hij of zij staat. Dan moet je eigenlijk een aanknopingspunt hebben, wat je vertrekpunt kan worden voor je gesprek. "Als jij iemand een stap de goede kant ophelpt, dan ben je er nog niet, maar je bent wel een stap verder. En als je harder loopt dan de ander, moet je gas terugnemen. Want het gaat om die ander. Het gaat er niet om de Boodschap bij iemand door de strot te duwen, maar om samen een gesprek te hebben, om in te gaan op de vragen die een ander heeft."
2 september 2010
Evangelisatie of evange-relatie
De Boodschap door de strot of een luisterend oor?
Wij willen best wel evangeliseren, maar dan wél als ongelovigen luisteren en wij kunnen praten: dit is de Boodschap en die het horen wil, die hore het. Toch blijkt deze manier van evangeliseren uiterst ineffectief. In gesprek met Peter Scheele over de communicatie van de evangelisatieboodschap.
Alles geprobeerd
Peter Scheele heeft bijna alles geprobeerd als het om evangelisatie gaat: folderen, mensen aanspreken op straat, mime, een gospelband, interviews, enquêtes, "je kunt het zo gek niet verzinnen. Ik ben vaak op een punt gekomen dat ik dacht: zo werkt het niet. We hebben bijvoorbeeld een keer een concert georganiseerd, met christelijke band en boodschap. Als er dan één persoon op af kwam, waren we dolgelukkig en dan stonden we er met tien medewerkers omheen..." Lachend: "En het dan gek vinden dat je nooit meer wat van zo iemand hoort."
Scheele heeft geleerd om eerst te onderzoeken: wie zijn die mensen en waar zijn ze mee bezig. Dus eerst kijken en luisteren en dán pas spreken. Het lijkt op de opdracht die kerkvader Augustinus eens meegaf aan zijn leerlingen: ‘Ga, verkondig het Evangelie en als het nodig is, gebruik woorden.’
Peter begon, zoals gezegd, met experimenteren. Eerst had hij een folder gemaakt van een A4’tje, dat helemaal stond volgeschreven. "Dat werkte natuurlijk niet. Véél te veel tekst! Ik begon met heel kleine kaartjes, met een zeer korte boodschap of krachtig stripje, dat op een ludieke manier iets van het Evangelie uitlegde. Uit de kaartjes is de ‘Jezus-fanclub’ ontstaan en van daaruit ontstonden de verschillende tv-programma’s van de EO waar Peter diverse malen zijn medewerking aan heeft verleend. Maar de boodschap van Scheele als het om evangelisatie gaat, blijft hetzelfde: stel vragen en steek dáárop in.
Scheele heeft geleerd om eerst te onderzoeken: wie zijn die mensen en waar zijn ze mee bezig. Dus eerst kijken en luisteren en dán pas spreken. Het lijkt op de opdracht die kerkvader Augustinus eens meegaf aan zijn leerlingen: ‘Ga, verkondig het Evangelie en als het nodig is, gebruik woorden.’
Peter begon, zoals gezegd, met experimenteren. Eerst had hij een folder gemaakt van een A4’tje, dat helemaal stond volgeschreven. "Dat werkte natuurlijk niet. Véél te veel tekst! Ik begon met heel kleine kaartjes, met een zeer korte boodschap of krachtig stripje, dat op een ludieke manier iets van het Evangelie uitlegde. Uit de kaartjes is de ‘Jezus-fanclub’ ontstaan en van daaruit ontstonden de verschillende tv-programma’s van de EO waar Peter diverse malen zijn medewerking aan heeft verleend. Maar de boodschap van Scheele als het om evangelisatie gaat, blijft hetzelfde: stel vragen en steek dáárop in.
Relatie
De gedachte dat straatevangelisatie onmogelijk is en dat vriendschapsevangelisatie alleen ‘werkt’ omdat je dan een relatie hebt, verwerpt Scheele onmiddellijk: "Ook op straat kun je een relatie met iemand opbouwen, dat kan binnen een paar minuten."
Scheele geeft veel cursussen en trainingen over dit onderwerp, mede naar aanleiding van zijn boek Visserslatijn – handboek voor nieuwe evangelisatie (uitgeverij Buijten & Schipperheijn, Amsterdam). Onlangs heeft hij de cursus nog gegeven aan de medewerkers van het nazorgteam van de EO-Jongerendag. Hij gebruikt daarbij standaard een videoband met opnames van een ‘evangelisatierollenspel’ met Catherine Keijl. De opnames waren bedoeld voor de serie Catherine zoekt God, maar paste achteraf toch niet in het format en is dus nooit op televisie uitgezonden. De opnames zijn echter voor de evangelisatietrainingen van Scheele heel bruikbaar, omdat het rollenspel met Keijl laat zien hoe je niét moet evangeliseren: Catherine Keijl speelt namelijk ‘de ongelovige’ die op Schiphol op haar vliegtuig wacht dat een uur vertraging heeft. De cursisten spelen om de beurt een gelovig iemand die ook wacht op datzelfde vliegtuig, naar dezelfde vakantiebestemming. Gelovige en ongelovige zitten dus naast elkaar te wachten en de gelovige moet een ‘evangelisatiegesprek’ aanknopen.
Scheele: "Op de videoband stellen de cursisten om de beurt een vraag aan Catherine en als het ‘misgaat’ - het gesprek stokt, of Catherine begrijpt niets van de vraag - dan stop ik de band om te evalueren wat er misging." Op de videoband zie je dat cursist nummer 1 aan Catherine vraagt waar ze naartoe gaat op vakantie. Na een tijdje heeft Catherine aan cursist nummer 3 of 4 verteld dat ze een keer naar een kerkdienst is geweest in haar vakantieland waar de kerkgangers direct na de kerk de kroeg indoken. Daarna zie je een voorbeeld van een verkeerde vraag, want een van de cursisten vraagt: ‘Zou God het niet schijnheilig vinden dat mensen na de kerk de kroeg induiken?’ Scheele: "Je ziet aan de reactie van Catherine dat dit een verkeerde vraag is, want ze kan helemaal niets met deze vraag en het gesprek stokt onmiddellijk. De vraagsteller maakt twee fouten met deze vraag: Hij laat allereerst een geweldige kans liggen, want zij heeft net verteld hoe ze een kerkdienst beleefd heeft en hij gaat daar niet op in. Daarnaast is het eigenlijk geen vraag: het is een subjectieve opmerking: ‘God vindt het vast niet goed dat iemand uit de kerk de kroeg in gaat’. Daar kan iemand niets mee. Catherine reageert ook een beetje korzelig. Ze zegt: ‘Dat weet ik toch niet? Ik ben God niet...’."
Er waren ongeveer twintig cursisten die met Catherine in gesprek gingen en de reactie van Catherine was pijnlijk. Ze zei: ‘Ik had niet het gevoel dat ook maar iemand belangstelling had voor mij’. Scheele: "Wat dat betreft, is deze videoband pijnlijk, maar ook leerzaam. Het laat zien wat er gebeurt als christenen geen belangstelling hebben voor ongelovigen, maar alleen maar de Boodschap dumpen. Wat ik probeer duidelijk te maken, is dat onze houding en onze manier van communiceren heel belangrijk is. Daar gaat het vaak fout. Er is niets mis met de boodschap die we willen overdragen, maar de manier waarop kan vaak beter. Wij denken altijd: ik zie iemand vijf minuten en moet hem het Evangelie door de strot duwen, dan is het maar weer gezegd. Maar dat is onzin: mensen leven gemiddeld tachtig jaar en als wij hen in vijf minuten zo de schrik aanjagen, wat heeft het dan voor goed gedaan?"
Scheele geeft veel cursussen en trainingen over dit onderwerp, mede naar aanleiding van zijn boek Visserslatijn – handboek voor nieuwe evangelisatie (uitgeverij Buijten & Schipperheijn, Amsterdam). Onlangs heeft hij de cursus nog gegeven aan de medewerkers van het nazorgteam van de EO-Jongerendag. Hij gebruikt daarbij standaard een videoband met opnames van een ‘evangelisatierollenspel’ met Catherine Keijl. De opnames waren bedoeld voor de serie Catherine zoekt God, maar paste achteraf toch niet in het format en is dus nooit op televisie uitgezonden. De opnames zijn echter voor de evangelisatietrainingen van Scheele heel bruikbaar, omdat het rollenspel met Keijl laat zien hoe je niét moet evangeliseren: Catherine Keijl speelt namelijk ‘de ongelovige’ die op Schiphol op haar vliegtuig wacht dat een uur vertraging heeft. De cursisten spelen om de beurt een gelovig iemand die ook wacht op datzelfde vliegtuig, naar dezelfde vakantiebestemming. Gelovige en ongelovige zitten dus naast elkaar te wachten en de gelovige moet een ‘evangelisatiegesprek’ aanknopen.
Scheele: "Op de videoband stellen de cursisten om de beurt een vraag aan Catherine en als het ‘misgaat’ - het gesprek stokt, of Catherine begrijpt niets van de vraag - dan stop ik de band om te evalueren wat er misging." Op de videoband zie je dat cursist nummer 1 aan Catherine vraagt waar ze naartoe gaat op vakantie. Na een tijdje heeft Catherine aan cursist nummer 3 of 4 verteld dat ze een keer naar een kerkdienst is geweest in haar vakantieland waar de kerkgangers direct na de kerk de kroeg indoken. Daarna zie je een voorbeeld van een verkeerde vraag, want een van de cursisten vraagt: ‘Zou God het niet schijnheilig vinden dat mensen na de kerk de kroeg induiken?’ Scheele: "Je ziet aan de reactie van Catherine dat dit een verkeerde vraag is, want ze kan helemaal niets met deze vraag en het gesprek stokt onmiddellijk. De vraagsteller maakt twee fouten met deze vraag: Hij laat allereerst een geweldige kans liggen, want zij heeft net verteld hoe ze een kerkdienst beleefd heeft en hij gaat daar niet op in. Daarnaast is het eigenlijk geen vraag: het is een subjectieve opmerking: ‘God vindt het vast niet goed dat iemand uit de kerk de kroeg in gaat’. Daar kan iemand niets mee. Catherine reageert ook een beetje korzelig. Ze zegt: ‘Dat weet ik toch niet? Ik ben God niet...’."
Er waren ongeveer twintig cursisten die met Catherine in gesprek gingen en de reactie van Catherine was pijnlijk. Ze zei: ‘Ik had niet het gevoel dat ook maar iemand belangstelling had voor mij’. Scheele: "Wat dat betreft, is deze videoband pijnlijk, maar ook leerzaam. Het laat zien wat er gebeurt als christenen geen belangstelling hebben voor ongelovigen, maar alleen maar de Boodschap dumpen. Wat ik probeer duidelijk te maken, is dat onze houding en onze manier van communiceren heel belangrijk is. Daar gaat het vaak fout. Er is niets mis met de boodschap die we willen overdragen, maar de manier waarop kan vaak beter. Wij denken altijd: ik zie iemand vijf minuten en moet hem het Evangelie door de strot duwen, dan is het maar weer gezegd. Maar dat is onzin: mensen leven gemiddeld tachtig jaar en als wij hen in vijf minuten zo de schrik aanjagen, wat heeft het dan voor goed gedaan?"


