
Ik zal eerst twee dilemma’s aan de orde stellen. Die twee dilemma’s moeten duidelijk maken in welke lastige positie de hoorder zich eigenlijk bevindt. Deze dilemma’s geven een beklemming waardoor de hoorder zich niet of onvoldoende uitspreekt.
Zondagavond. Een dominee dicht:
Ik zie de hele nacht die lege kerkgezichten
waar ’t Woord op afstoot naar mijn lege hart retour (….)
Laat me alsjeblieft met rust! Kan niemand dan begrijpen,
dat preken leven is en sterven tegelijk (…)
En nu moet ik dan maar voor jullie plaats bekleden,
gaapkoppen, slaapkoppen, domkoppen, kinderen van God.
Er is een wereld van verschil tussen iemand die voetbal kijkt en de spelregels kent en iemand die kijkt en er absoluut geen verstand van heeft. De kenner zit op het puntje van z’n stoel, zit helemaal in de wedstrijd. De leek kijkt af en toe eens of er gescoord wordt, ziet wat mannen achter een bal hollen en verliest al gauw haar aandacht. Dat verandert pas als haar man haar uitlegt wat buitenspel is, welke tactiek ‘Oranje’ volgt, wat een spits doet en wat een verdediger moet doen. Als ze weet hoe het spel in elkaar zit, gaat ze vanzelf anders kijken, bewust meedoen en voor ze er erg heeft zit ze naast haar man te roepen op de bank. Oranje heeft er een fan bij.

