Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Ik wil uit de wereld helpen dat alle adoptiekinderen hechtingsproblemen hebben’

Mirjam Postma is geadopteerd

28 mei 2022 · Leestijd 5 min

Dat een adoptie moeizaam verloopt, adoptiekinderen hechtingsproblemen hebben en altijd hun biologische ouders willen vinden, is niet zo’n gegeven als het lijkt, vertelt Mirjam Postma. Zij werd als baby van zeven maanden geadopteerd uit India en vertelt over haar succesadoptie. Haar adoptieouders zijn gewoon haar ouders.

“Dat het een succesverhaal is, betekent niet dat het altijd makkelijk geweest is,” begint Mirjam haar verhaal. “Ik wil gewoon graag het beeld uit de wereld helpen dat alle adoptiekinderen hechtingsproblemen hebben of hun biologische ouders willen vinden. Natuurlijk zijn er veel gevallen waarin dat wel zo is, maar het hoeft geen aanname te zijn.”

Mirjam wordt geadopteerd als ze nog heel klein is. “Ik denk dat leeftijd veel uitmaakt. Als je ouder bent, heb je misschien meer actieve herinnering aan het land van herkomst en dat kan wel voor een grotere klap zorgen. Ik was nog maar zeven maanden toen ik werd geadopteerd.”

Zet mij maar elke dag een bord met stamppot en rookworst voor mijn neus

Het gevoel dat vaak wordt beschreven als het om adoptie gaat is: ik voel me anders dan mijn ouders en andere kinderen, maar Mirjam heeft dat nooit zo sterk ervaren. “Mijn ouders zijn vanaf het begin enorm open geweest als het over de adoptie ging. Beetje bij beetje leerde ik er meer over als ik dat wilde. Er is nooit geheimzinnig over gedaan of een moment geweest dat mijn ouders me het definitief vertelden. Ook in het dorp waar ik vandaan kom zijn mijn broertje en ik altijd geaccepteerd. Al waren we een van de eerste geadopteerde kinderen, we werden er eigenlijk niet mee gepest. Dat scheelt denk ik al heel veel.”

Niet thuiskomen

Als Mirjam 26 jaar is gaat ze met haar ouders op reis naar India, haar geboorteland. Niet om haar biologische ouders te vinden, maar gewoon om te kijken hoe het daar is. Hoe de mensen zijn, wat de cultuur inhoudt en wat haar gevoel in dat land is. “Het voelde helemaal niet als thuiskomen. Ik vond het er naar brand en kruiden stinken. Ik wel kon merken dat ik dezelfde mentaliteit heb als de mensen uit India, dus dat zit misschien in de genen. De mensen in India accepteren dingen snel en zijn eigenlijk best nuchter. Daar kon ik mij ook wel goed in vinden. Verder voelde ik me er eigenlijk niet thuis, ik ben gewoon te Nederlands. Zet mij maar elke dag een bord met stamppot en rookworst voor mijn neus, daar word ik gelukkiger van."

Konijnenhok

Toch is niet alles op rolletjes gegaan, vertelt Mirjam na een tijdje, "Toen ik in India was, zijn we naar het kindertehuis gegaan waar ik geboren ben. Daar had ik enorm het gevoel dat ik niet welkom was en dat ze vooral bang waren voor vragen over mijn biologische moeder. In dat kindertehuis gold namelijk de regel dat ze niets zouden loslaten over de biologische moeder. Ze lieten mij wel de couveuse zien waarin ik gelegen had en ik kan me herinneren dat ik dacht: dit is meer een konijnenhok. Mijn moeder vertelde mij later ook dat ze aan me kon zien dat ik dichtsloeg toen ik naast het bed stond waarin ik geboren was. Ik had misschien niet die specifieke hechtingsproblemen die altijd besproken worden, maar ik had wel een trauma over gehouden aan het feit dat mijn biologische moeder me had afgestaan.”

Trauma

“Acht jaar lang heb ik rondgelopen met het gevoel dat ik niet helemaal lekker in mijn vel zat, maar kon ik niet de vinger op de zere plek leggen. Tot we op mijn werk een training kregen over hechtingsproblemen. Een collega vroeg toen: Kan je het als baby ook voelen als je niet gewild bent, terwijl je nog in de buik zit?’ De mevrouw die de training gaf antwoordde dat dat zeker mogelijk was. Dat klonk in mijn oren heel logisch.”

Elk kind dat geadopteerd is, heeft een trauma

“Mijn leidinggevende is me toen te hulp geschoten. Mede dankzij haar kwam ik bij een psycholoog terecht die gespecialiseerd is in adoptie. Daar heb ik enorm veel geleerd. Ik had niet per se moeite met hechting, ik had meer bindingsangst. Dit komt omdat je voor je gevoel al zo vroeg ‘afgestoten’ bent. De psycholoog heeft mij speciale traumatherapie gegeven. Ze vertelde mij: ‘elk kind dat geadopteerd is, heeft een trauma.’. Dat vond ik in het begin erg overdreven, maar achteraf heeft ze gelijk gehad. Daarbij had ze nog een waardevolle uitspraak die mij eigenlijk los heeft gemaakt van mijn biologische moeder. Ze zei: ‘je zit als kind aan een navelstreng aan je biologische moeder. Die is doorgeknipt en zij is vanaf toen linksaf gegaan en heeft jou rechtsaf gestuurd, maar je zit nu niet meer aan haar vast, dus je mag dat loslaten.’ Dit heeft mij heel veel vrijheid gegeven.”

Chemische band

“De band die ik met mijn Nederlandse familie heb is heel goed en dat is altijd al zo geweest. Wat bij ons altijd zo fijn was, was de open- en eerlijkheid. Ook heeft een vriendin wel eens gezegd: ‘Je hebt met je adoptieouders geen biologische band, maar wel een chemische band en die kan net zo sterk zijn.’ Er wordt wel eens aan mij gevraagd: ‘Ben je niet benieuwd op wie je lijkt?’ Dan kan ik antwoorden: qua uiterlijk lijk ik op mezelf en qua innerlijk lijk ik erg op mijn vader. Dat is gewoon een uitkomst van de opvoeding die ik gekregen heb. Of als er wordt gevraagd: ‘Ben je niet benieuwd naar je biologische ouders?’ Dan kan ik met trots antwoorden: mijn ouders staan naast me.”

Lees ook: "God gaf ons een gezin met adoptie- en pleegkinderen"

Geschreven door

Cathelijne van de Weerdhof

--:--