Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Ouderdom is niet per se leuk of mooi’

Prediker geeft ons onverwachte inzichten

Als iemand levenservaring heeft, is het Bijbelschrijver Prediker wel. Die heeft alles wat er onder de zon te zien is wel zo’n beetje aanschouwd. Dus hij moet mooie dingen over ouderdom kunnen zeggen. Toch?

Hoe vaak ik ook met Prediker heb afgesproken, de man blijft me verbazen. Ik heb hem uitgenodigd voor een kop koffie, waar we samen in mijn woonkamer van zitten te genieten. We zwijgen allebei. Dan valt zijn oog op mijn notitieblokje dat opengeslagen op tafel ligt. Hij vraagt: “Waar ga je nu weer over schrijven?”

“Een ode aan oud worden. Mijn opdracht is een essay te schrijven over de waardering voor de ouderdom. Iets met ‘grijze haren als kroon’ of hoe positief de Bijbel over mensen met levenservaring spreekt. En dat aan de hand van een gesprek met u.”

“Met mij?”

“Ja, dat leek ons een mooie vorm. Ik had bedacht om met een citaat van Godfried Bomans te beginnen: ‘Vroeger was een oud mens iemand die er bijna was. Nu is het iemand die er bijna is geweest.’ Het klinkt als iets wat u gezegd zou kunnen hebben.”

“Wat ik gezegd… ho even. Heb je mijn boek wel gelezen?”

“Zeker! Vele malen zelfs!”

“Ben je daar een ode aan het ouder worden tegengekomen?”

“Eh…”

ouderen_prediker_handen

“Heb je ergens een zinnetje of een frase gelezen over de rijkdom van een lang leven, of de schoonheid van senioriteit, of zelfs maar iets als ‘wijsheid komt met de jaren’?”

“Nou… eh…”

“Iets over eerbied voor mensen met levenservaring?”

“Niet in die woorden.”

“Grijze haren als kroon dan?”

Ho even, heb je mijn boek wel gelezen?

“Er schiet me niet direct iets te binnen, nee. Maar het is wel helemaal in uw lijn, toch? Een beetje grijze wijsheid. En dat ene wat u schreef, over dat het beter is in een huis van rouw dan in een huis… wacht even! Waar gaat u heen?”

Zoete compromissen

Prediker is met een ruk opgestaan en loopt naar de gang. “Volg me,” gromt hij, terwijl hij zijn jas van de kapstok grist en naar buiten beent. Ik snel naar de gang, pak mijn jas, ren nog even snel naar boven om mijn sleutels te halen en moet me haasten om Prediker in te halen aan het eind van de straat. Zwijgend loop ik naast hem; ook wat geïrriteerd. Zo ingewikkeld is het toch niet? Leven we niet in een tijd waarin jeugd veel te hoog gewaardeerd wordt, en ouderen veel te snel afgeserveerd? Ik denk aan wat de Spreukendichter zegt: ‘Ouderdom is een prachtige kroon, je vindt hem op de weg van de rechtvaardigheid.’ En wordt Spreuken niet net als Prediker aan Salomo toegeschreven? Nou dan. Maar mijn gemok aan Prediker voorleggen durf ik niet. En, eerlijk is eerlijk, ik kan zijn antwoord wel raden. Prediker is niet van de zoete compromissen.

Dagelijkse peuk

In mezelf mopperend heb ik bijna niet door waar we naartoe wandelen. Pas als hij zijn snelheid wat vermindert, kijk ik om me heen. Ik herken de plek onmiddellijk: we staan voor het verzorgingshuis waar we ruim twee jaar geleden oud en nieuw gevierd hebben. Prediker wandelt richting een bankje waar twee bewoners een sigaretje roken en gaat zitten op het bankje ernaast. Vriendelijk kijkt hij de twee oude mannen aan en zegt: “Mag ik u wat vragen?” Enigszins wantrouwig kijkt het duo terug. Eén rommelt wat aan zijn gehoorapparaatje en zegt dan: “Kun je iets harder praten?” Prediker verheft zijn stem wat als hij vraagt: “Wat vindt u ervan om oud te zijn?”

Wat vindt u ervan om oud te zijn?

Even is het stil. Dan begint de man met het gehoorapparaat: “Ach. Als ik mijn dagelijkse peuk nog maar mag roken.” Maar na even doorvragen – dat is dan weer mijn specialiteit – volgt er meer. De dagelijkse pijn vanwege reumatiek. Het verlies van het gehoor. Zorgen om de samenleving, verwoord in een buitengewoon bloemrijke en behoorlijk racistische scheldpartij over de verloedering van de wijk. Het feit dat zijn kinderen en kleinkinderen bijna niet meer komen. Zijn metgezel knikt met hem mee.

Net het leven

We stellen dezelfde vraag die middag aan meer ouderen: “Wat vindt u ervan om oud te zijn?” De antwoorden verschillen, maar een aantal dingen komt telkens terug. Lichamelijke aftakeling. Zorgen om bekenden en om de maatschappij. Verschillende mensen noemen de verveling, het dagenlang binnen zitten, niet meer naar buiten durven. “Van mij hoeft het niet meer,” zegt een enkeling.

Er zijn ook andere verhalen. Een breekbaar vrouwtje straalt als ze de vraag krijgt. Ze begint aan een bijna eindeloze lijst zaken waarvan ze geniet: het gezang van de merel ’s morgens vroeg, de telkens veranderende wolkenlucht en het eten dat ’s avonds voor haar wordt gekookt. “Ik ben dankbaar voor iedere dag,” glimlacht ze. Als ik haar – behoorlijk naïef – vraag of ouderdom dan een feestje is, lacht ze een schor lachje. Ze vertelt over haar dagelijkse pijn, over het verlies van haar man en twee kinderen. “En toch dankbaar?” verwonder ik me. “En toch dankbaar,” bevestigt ze. Een gezette, kale man met een Haags accent beantwoordt onze vraag met een grijns en een oneliner: “Ouderdom is net het leven: het is maar wat je ervan maakt.”

Bedenk voortdurend dat jouw levensadem een cadeau is

De meeste ouderen die we spreken, combineren de twee: pijn, zorg, verdriet en verlies van lichamelijke en geestelijke fitheid met dankbaarheid en levensvreugde.

Ode

Na bijna drie uur vragen en luisteren, wandelen we samen terug naar huis, in een wat rustiger tempo dan op de heenweg. Prediker vraagt me: “Heb je nu je ode aan de ouderdom?” Ik antwoord niet direct; de vele verhalen van de ouderen tollen nog door mijn hoofd. Een ode was het in ieder geval niet. Prediker geeft het antwoord voor mij: “Hoe langer iemand leeft, hoe meer hij ontdekt wat er onder de zon is. En veel daarvan is moeite en leed. Al deze mensen kennen verlies van dichtbij. Hebben onrechtvaardigheid gezien. Drukte om niets. Dat hoort bij ouderdom.”

Ik knik instemmend en zeg: “Het viel mij op hoe verschillend mensen met die ervaring omgingen. Ik zag boosheid en teleurstelling, en in sommige gevallen zelfs verbittering. Maar ook vreugde en dankbaarheid.”

Prediker kijkt me glimlachend aan. “Ga door,” moedigt hij me aan.

“Ik werd geraakt door die vrouw die zo veel leed kende, maar toch zo veel vreugde uitstraalde. Ze genoot van iedere dag.”

“Weet je nog welk woord ze gebruikte?”

Ik knik: “Dankbaarheid.”

Uitpakken

We zijn bij de deur van mijn huis beland. Prediker kijkt me aan, legt zijn hand op mijn schouder en zegt: “Ouderdom is niet per se leuk of mooi. Zoals het leven hier op deze aarde niet per se leuk of mooi is. Er is aftakeling, leed en verlies, en wie zijn ogen daarvoor sluit, is naïef en blind. Maar toch: wil je weten hoe je goed oud wordt? Daar is maar één bron voor, en hoe ouder je wordt, hoe lastiger het wordt daaruit te putten.”

Ik kijk vragend terug.

Lees ook: 'Ik hoopte op een teken, op een signaal dat het ‘goed’ was'
Lees ook: 'Ik hoopte op een teken, op een signaal dat het ‘goed’ was'

Prediker neemt een diepe teug lucht en vervolgt: “Bedenk voortdurend dat jouw levensadem een cadeau is. Houd je Schepper in gedachten als de bron van Leven, ook als het leven niks lijkt dan lucht, leegte en aftakeling. Gods cadeau levenslang uitpakken, dat is levenskunst.”

Prediker draait zich om en beent weg. Ik blijf even staan en ga dan naar binnen, scheur een blaadje van mijn kladblok, schrijf er iets op en hang het op de koelkast. In hoofdletters staat er: ‘Niet vergeten: aan Schepper denken’. Die is alvast voor mijn oude dag.

Geschreven door

Pieter-Jan Rodenburg

--:--