Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Boer Flier (88): Ode aan het platteland

Voor de Biddag voor Gewas en Arbeid bezocht Visie redacteur Mirjam Hollebrandse boer Gerrit Flier (88) uit het Gelderse Oldebroek. Ze sprak met hem over gewas en geloof. “Natuurlijk heb ik soms gebeden om zon,” zegt Gerrit. “Als je wil hooien, moet het droog zijn. Wanneer het dan regende, had ik weleens tranen in de ogen, hoor. Maar ja, het weer en het leven, daar kun je weinig aan sturen.”

“Mijn vrouw en haar oudste zus waren de domsten die er waren,” glimlacht boer Flier. “Zij hadden altijd gezegd: ‘Met wie we ook trouwen, nooit met een boer.’ En allebei zijn ze met een boer getrouwd.” Later was zijn vrouw wel zo eerlijk om toe te geven dat het boerenbestaan ook voordelen heeft. “Als boer ben je vrij. En altijd samen bij huis. Al ben je wel veel aan het werk. Je moet maar zo denken, deerne: ’s avonds schei je d’r mee uut en de volgende morgen begin je weer. En als er ’s nachts een koe moet kalven, moet je ook je bed uit.”

Een verzinsel
Hij vouwt zijn handen onder zijn buik en laat ze rusten op zijn blauwe werkbroek. Om zijn mond verschijnt een kleine glimlach. “Ze hebben het over de opwarming van de aarde, maar daar geloof ik helemaal niets van. Lees Psalm 2 maar eens: ‘Die in de hemel zetelt, lacht. De Here spot met hen.’ Laatst was er in het nieuws iets over de droogte in Californië. Toen schoot mijn gemoed een beetje vol, dus belde ik de Amerikaanse ambassade op. Ik vroeg: ‘People speak Netherlands?’ en kreeg een dame aan de lijn die goed Nederlands kon. ‘Mevrouw,’ zei ik, ‘wilt u aan de ambassadeur vragen of hij aan de gouverneur van Californië wil doorgeven dat in Zacharia 10 staat: ‘Alleen de Here geeft regen.’” ‘Ik zal het hem voorleggen,’ antwoordde ze. Ik wil maar zeggen: God heeft alles in Zijn hand. En dat opwarmen van de aarde is maar een verzinsel. Dat kost bergen geld en levert niets op.”

Zes tv’s op zolder
Televisie heeft hij niet. “Dat geschitter van dat beeld… Mijn vrouw kon het ook niets schelen. Ze ging weleens op Koninginnedag bij mijn zus kijken. ‘Nou, dat gekijk, daar heb je al gauw genoeg van,’ zei ze dan. De kinderen kregen wel een tv van de een of de ander. Op een gegeven moment had ik er zes op zolder staan. Ze zijn inmiddels allemaal verdwenen, ik heb begrepen in de container. We hebben het er weleens over gehad – ‘dan kun je eens hier of daar naar kijken,’ zei mijn vrouw dan –, maar het scheelt me niks. Ik heb altijd veel te mijmeren.”

Waarover mijmert u?
“Meestal over teksten uit de Bijbel. Dat vind ik belangrijk. Neem nou zo’n tekst van de apostel Johannes in 1 Johannes 5 vers 3: ‘Want dit is de liefde tot God, dat wij Zijn geboden bewaren.’ Dan staat erachter: ‘En Zijn geboden zijn niet zwaar.’ Nu ja, dat laat ik maar voor zijn rekening, want als je nu naar de rommel in de wereld kijkt, dan denk ik: ‘Niemand stoort zich aan die geboden.’ Ik maak me ook wel zorgen over dit of dat, maar dat heeft weinig zin. Alles moet je maar aan God voorleggen. Want in Psalm 10 vers 14 zegt de psalmdichter: ‘Gij aanschouwt moeite en verdriet om het in Uw hand te leggen.’ Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven.”

Denkt u vaak na over de vraag hoelang u nog zult leven?
“‘Wie het langste leeft, heeft alles,’ zeggen ze in de wereld. Maar je moet maar zo denken: je weet niet hoelang je te leven hebt. Natuurlijk denk ik na over het feit dat ik echt geen twintig jaar meer heb. Onze jongste dochter vroeg laatst of ik al had nagedacht over wat ik op de rouwkaart wil hebben. Ik moest denken aan wat de Here Jezus zegt tegen Martha: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven.’”
Even later: “Vroeger, zo rond de jaren ‘70, dacht ik soms: ‘Als ik het millennium haal, dan ben ik al 73.’ Nu is het 2016 en ik ben er nog steeds. Dat had ik eigenlijk niet gedacht, heur. Ik ben 88. Daar kun je kort en lang over praten, maar dat is een vrij hoge leeftijd.”

Ziet u er tegenop om te sterven?
“Nee, dat hoort erbij. Pas vroeg iemand: ‘Meneer, hoe vindt u het dat u zo oud bent?’ Ik zei: ‘Meneer, met de voeten op de grond staan. Want er is een tijd van komen en een tijd van gaan.’ Dat geldt voor iedereen. Tenzij de Here Jezus terugkomt. En ja, ik moet afscheid nemen van alles en iedereen. Dat moest mijn vrouw ook. Ze overleed in 1995 aan darmkanker, 57 jaar. Ik heb mij erover verwonderd hoe goed zij afscheid kon nemen. Zij was zo sterk gelovig. Ik ben nu 21 jaar weduwnaar, maar de lege plek is er altijd. Al heb ik mooie herinneringen aan haar.”

‘Ik dacht: O machtig, wat is dat een mooie meid!’

Mooie meid
Als hij vertelt over hun eerste ontmoeting, beginnen zijn ogen te glimmen. “Ik ontmoette haar in het hooiland in de polder. In die tijd had ik nogal oog voor mooie meisjes en wat ik heel mooi vond: ze had een hele lange vlecht, die ze om haar hoofd had gedrapeerd. Ik dacht: ‘O machtig, wat is dat een mooie meid!’ Op een dag heb ik haar aangesproken en ja, zo is het gegaan. Ze was een heel stuk jonger dan ik – ik was 27, zij 16 – en in het begin had ze daar wel wat moeite mee. Later niet meer. Ze was gek op kinderen. En daarin zijn we gezegend.” Hij wijst naar een rij foto’s aan de muur, waarop hij te zien is met zijn tien kinderen en kleinkinderen. “Die foto’s zijn gemaakt toen ik 85 werd. Ik vind het jammer dat mijn vrouw dit allemaal niet ziet. Zij is overleden toen we vijf kleinkinderen hadden, nu hebben we er vijfentwintig. Kijk, dat is ook zoiets: wij kregen tien kinderen. Een ander krijgt er met moeite een paar, of helemaal geen. Dat heb ik nooit begrepen. Het leven gaat soms heel anders dan wij denken dat het gaan moet.”

Gelukkig niet alleen
Zelf is Gerrit Flier de oudste van vijf kinderen. Geboren in een bedstee in het huis waar hij nu woont. Zijn grootvader en een mindervalide oom woonden bij het ouderlijk gezin in. Tijdens de oorlog kwam daar nog een Joodse vrouw met haar dochter bij. “De plek waar dit huis staat, is 272 jaar oud. Dus ‘ie begriept wel: door de eeuwen heen is er heel wat veranderd en verbouwd. Twee kinderen wonen met hun gezin hier op het erf. Ik eet regelmatig bij ze. Nee, ik zit gelukkig niet alleen. Stel dat je helemaal alleen in een flat woont en er komt niemand meer langs. Dat valt niet mee, hoor.”

‘Toen was dat een hele vooruitgang, nu lachen ze erom’

Wat is de grootste verandering die u in uw boerenbestaan heeft meegemaakt?
“Mijn grootvader kocht in 1907 voor het eerst een dorsmachine. Dat was een rooster waar een trommel in draaide. Verder niets. En dan moest je met een wanmolen het zaad schoonmaken en het stro met de hand opbinden. Dat vonden ze toen een hele vooruitgang. Nu lachen ze erom. Want als het graan redelijk rijp en droog is, komt er een combine die in een uur een paar hectare land doet – het zaad ligt in de container en het stro op het land.

Kijk, veranderingen gaan altijd door. Maar je moet één ding niet vergeten, en neem dat maar van mij aan: de meeste dingen hebben een voor- en een nadeel. Ik vind het goed dat al dat bottenwerk niet meer hoeft. Maar met die grote zware machines kun je met dit natte weer niet op het land komen. Je zakt helemaal weg en rijdt alles tot pap.”

Kunstmatige beregening
Zelf ging boer Flier ook mee met de ontwikkelingen. Had hij vroeger zes hectare bouwland, rond 1960 zaaide hij al zijn land in met gras en ging hij meer koeien houden. In 1964 kreeg hij een melkmachine en hij was een van de eersten met een beregeningsinstallatie, zo vertelt hij.

Kunstmatige beregening? Net zei u dat God het is die regen geeft.
“Jawel, maar nu moet je wel weer even nadenken. Want je weet net zo goed als ik – al ben je dan nog niet zo oud – dat er droge jaren zijn en natte. Maar ik geloof dat God dit allemaal regelt, terwijl die lui zeggen dat het aan het klimaat ligt. Alsof het toeval is. Begriep ‘ie?”

Zijn boeren afhankelijker van God en van het weer dan andere mensen?
“Ja, altijd. Zit je op kantoor, zoals u, en het regent een paar dagen, dan heb je daar geen last van. Aan de andere kant: tegenwoordig maken ze al hooibalen als het hooi winddroog is. Ze doen er een zeil om, en regen of geen regen: dat hindert niets.”

Droevige boel
“Het wordt er door alle regelgeving niet makkelijker op,” antwoordt hij op de vraag of hij weer boer zou worden als hij nu voor de keuze stond. “Dus of ik dan ook zo groot wil worden… ik geloof het eigenlijk niet. Dan kun je denk ik beter een goede baan kiezen.

Ik kon op school goed meekomen, maar in die tijd ging je op je 13e van school en thuis aan het werk. Mijn vrouw vroeg ooit: ‘Ben je nooit nijdig geweest dat je niet hebt doorgeleerd?’ O, nee. Dat was niet aan de orde. En wat had ik dan moeten worden? Al denk ik ook: ‘Die ministers in Den Haag besturen de boel slecht en ze kriegen veul geld. Dat is heel droevig. Ach, misschien was ik dan wel onderwijzer geworden.”

Hij gaapt even. Dan: “Met al ons gepraat is de kachel bijna uit.” En terwijl hij langzaam opstaat uit zijn stoel en zijn rollator vastgrijpt, vraagt hij: “Zeg, had je eigenlijk een kopje thee willen hebben?”

Levensmotto
“Ik moet vaak denken aan het aardse huis dat we eens moeten verlaten. Ik heb een jaar of tien, tot mijn 82e, op een koor gezeten. Drie van mijn favoriete liederen zijn: Er is een God die hoort, Er is een plaats van ware rust en Het nieuwe paradijs. Ik oefen nog weleens op het orgel. Dan speel ik met één vinger de bas. Want ik zong altijd de bas.”

Ouderlijk huis
“Ik heb altijd nog een portemonnee met zo’n geborduurde zak en een zilveren sluiting. Die kreeg ik toen mijn moeder overleed. Ik zie haar nog zo die portemonnee pakken. En dan denk ik weer aan haar.”

Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Eljee 

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.