Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

De lessen van joodse 'hoogtijden'

Feesten van hoop

De meeste christenen vieren ze niet meer, maar in de oude Bijbelse feesten ligt een inspirerende boodschap verborgen. Theoloog en voorganger Evert van de Poll over bewaren, gedenken, hoop en verlossing. “De joodse feesten zijn wegwijzers voor christenen.”

De joodse wortels van het christendom staan in de belangstelling. Dat is niet verwonderlijk: Jezus en de apostelen maakten volop deel uit van het jodendom van hun dagen. Daar ligt de wieg van de kerk. Het is een blijvende verbondenheid, want christenen aanbidden de ene ware God, die de God van Israël is. Zij luisteren naar Zijn stem in de Schriften van Israël. Zij geloven in Jezus als de ‘Christus’, dat wil zeggen: de beloofde Messias van Israël. Het huidige jodendom is een voortzetting van de vroegere godsdienst van Israël. Er valt veel te leren van de manier waarop joden het geloof in God hebben vastgehouden, hoe zij de Schriften verstaan en hoe zij de feesten en gedenkdagen hebben gevierd die al in de Thora (de mozaïsche wet) zijn ingesteld. De zevende dag, oftewel de wekelijkse sabbat, en de zeven jaarlijkse ‘hoogtijden’: in het voorjaar Pesach, Ongezuurde Broden, Eersteling en het Wekenfeest en in het najaar Dag van de Bazuin, Verzoendag en Loofhutten.

God en Zijn volk
De ‘hoogtijden’ zijn momenten om de relatie tussen God en Zijn volk te bestendigen. Ze houden ook verband met de oogstseizoenen. Tegelijkertijd vertellen ze het grote verhaal van God en Zijn volk: de schepping van de wereld, de verlossing van en de uittocht uit de slavernij, het verbond en het ontvangen van de wet, de tocht door de woestijn naar het beloofde land, de verzoening met God en de toekomst met Hem.

Het christendom heeft slechts enkele feesten overgenomen en er een nieuwe betekenis aan gegeven: Pasen werd het feest van de opstanding van Jezus. Het Wekenfeest, voortaan Pinksteren genaamd, viert de uitstorting van de Heilige Geest. De sabbat maakte plaats voor de zondag. De overige hoogtijden raakten in onbruik.

Oorspronkelijke kalender
Het jodendom is altijd de oorspronkelijke kalender blijven volgen. Daarom spreken we van ‘joodse’ feesten, maar van oorsprong zijn ze Bijbels. Wel is de vormgeving in de loop der eeuwen veranderd. Door de verwoesting van de tempel in het jaar 70 vervielen bijvoorbeeld de offers op de sabbat en de feestdagen. Daarvoor in de plaats kwamen de gebeden die aan de offers herinneren.
Bovendien zijn tradities altijd in beweging. Zo ontstond in de middeleeuwen een uitgebreide liturgie, hagada geheten, voor de viering van de seder, de maaltijd op de avond van Pesach.

Er kwamen ook feesten bij: Poerim gedenkt de verlossing in de tijd van koningin Ester en Chanoeka gedenkt de reiniging van de tempel in de tijd van de Makkabeeën. Er kwamen ook een aantal vastendagen bij, zoals de Negende Av, die de verwoesting van de eerste en de tweede tempel gedenkt. Vreugde van de Wet markeert het begin van het leesrooster in de synagoge en de Dag van de Bazuin werd het Nieuwjaarsfeest. Ook de Sjoa (holocaust) en de onafhankelijkheid van de staat Israël worden jaarlijks herdacht door Joden.

Wegwijzers
De kwestie of christenen de hoogtijden die in de Bijbel zijn ingesteld ook mogen (of moeten) vieren, laat ik even rusten. Voor nu is de vraag: wat kunnen we ervan leren? De joodse feesten zijn in veel opzichten wegwijzers voor christenen.

1. Bewaren
De feesten waren een middel om de joodse identiteit te bewaren en het geloof door te geven. Ze getuigen ervan dat het volk Israël nog altijd leeft, ondanks alle aanslagen op zijn bestaan. Dat is een teken van Gods trouw aan Zijn volk, en dus van Zijn trouw in het algemeen.

2. Gedenken
De feesten gedenken de grote daden van God in de geschiedenis, die wij als volgelingen van Jezus eveneens gedenken. Het Bijbelse begrip ‘gedenken’ staat in het jodendom centraal. Dat zie je vooral tijdens de feesten. Die spreken van de God ‘die is, die was en die komen zal’. Dan kijk je niet alleen terug op wat gebeurd is, maar ook omhoog naar diezelfde God om Zijn aanwezigheid en Zijn kracht. En vooruit, naar de vervulling van de beloften die Hij gegeven heeft.

3. Hoop
De feesten zijn doortrokken van hoop, een ander kenmerk van het jodendom. De Israëlieten die uit de slavernij zouden vertrekken, moesten al Pesach vieren terwijl ze nog in de ellende zaten. De hele geschiedenis door hebben joden hun feesten gevierd onder de meest jammerlijke omstandigheden. Altijd was en is er de hoop dat het volk eens hersteld zal zijn in het beloofde land. De hoop op sjalom, niet alleen voor Israël, maar voor heel de wereld. Dat uit zich in de slotwoorden van iedere seder: ‘volgend jaar in Jeruzalem’.

4. Verlossing
De feesten spreken van de Messias, die volgens het jodendom nog niet gekomen is. Allerlei riten en gebruiken verwijzen naar deze Verlosser, zoals de lege stoel die tijdens de maaltijd van Pesach voor Elia gereedstaat, mocht hij die avond terugkeren. De terugkerende Elia geldt als de heraut van de Messias.

Tekst: Evert van de Poll
Beeld: Mariska Kalma

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.