Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

"In Amsterdam-Noord vielen mijn geloofszekerheden weg"

Voorganger Jurjen ten Brinke over idealen, onzekerheden en het leven in Amsterdam

Jurjen ten Brinke (37) is voorganger van de Amsterdamse gemeente ‘Hoop voor Noord’ en spreekt op zaterdag 18 april op de Nederland Zingt Dag. Met zijn vrouw Marijke en drie kinderen (inmiddels vier) verhuisde hij negen jaar geleden van Kampen naar Amsterdam en stichtte daar een multiculturele gemeente.

Jurjen, wist jij al op jonge leeftijd dat je voorganger wilde worden?
“Nee, helemaal niet. Ik heb Tropisch Landgebruik gestudeerd in Wageningen. Ik ben een idealist die graag de wereld wil verbeteren, armoede wil bestrijden en gerechtigheid wil brengen. Ik dacht dat het beste te kunnen doen in de landbouw. In het vijfde jaar van mijn studie werd mijn vrouw plotseling erg ziek. Wij konden toen niet meer naar het buitenland: Ik had mijn afstudeerproject gedaan in Papoea waar Marijke een tropische ziekte had opgelopen die moeilijk te bestrijden was. Omdat we in Nederland moesten blijven ben ik toen maar Theologie gaan studeren. Ondertussen ben ik bij stichting Gave, een stichting voor kerkelijk werk onder vluchtelingen, gaan werken. Nadat ik dat vijf jaar had gedaan kwam er een verzoek uit Amsterdam of wij een multiculturele kerk wilden stichten. Daar had ik nog nooit over nagedacht. Na een halfjaar nadenken heb ik ‘ja’ gezegd en ben ik samen met mijn gezin naar Amsterdam-Noord verhuisd.”

Dus eigenlijk heeft de ziekte van je vrouw ervoor gezorgd dat je nu predikant bent…
“Ja, dat klopt. Ze heeft twee keer op het randje gelegen. Kennelijk had ik het nodig om een stop de krijgen van God om niet naar het buitenland te gaan. Ik weet nu wel echt zeker dat wij op de plek zijn waar God ons wil hebben.”

Hoe was voor jou de overgang van het ‘veilige’ Kampen naar Amsterdam?
“De eerste twee jaar in de multiculturele kerk waren wel zwaar. Ik kreeg te maken met andere mensen, waarden, culturen en levensstijlen. Al mijn geloofszekerheden vielen weg; wat je vindt van abortus en euthanasie, hoe je je zondag invult, dat je voor begraven bent en niet voor cremeren. Daar moet je weer een gefundeerde mening over gaan vormen. Marijke en ik vonden het heel pittig om de argumenten die wij hadden geleerd hier toe te passen. Die situaties hebben ons echt gedwongen om naar de kern van de Bijbelse boodschap te kijken.”

Hoe ben je met deze situaties omgegaan?
“Gebed heeft altijd een grote rol gespeeld. Ook het bekende zinnetje ‘wat zou Jezus doen?’ heeft mij geholpen. Het hielp me altijd om te realiseren dat we in een gebroken wereld leven. Ik zie het zo: Als je van deze wereld een paradijs wil maken, loop je vast. Maar als je zegt dat het hier gebroken is, dan moet je maar met die gebrokenheid omgaan. Dan kun je dus ook zeggen: ‘Als jij een spuit krijgt voor euthanasie, dan wil ik daar niet bij zijn. Ik wil wel je uitvaart doen of ik kom de dag daarvoor afscheid van je nemen.’ Ik heb op den duur tegen mezelf gezegd dat ik moet weten waar ik sta. Ik heb weinig behoefte om anderen te beoordelen, dat is aan God.“

Wat maakt jullie gemeente 'Hoop voor Noord' speciaal?
“Wat de kerk bijzonder maakt, zijn de mensen die er komen. Gemiddeld hebben wij 20 tot 25 verschillende culturen uit alle sociale lagen van de bevolking. Onze gemeente kenmerkt zich vooral doordeweeks. Wij werken dan in drie buurthuizen waar gemeenteleden zich inzetten voor bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, Alpha-cursussen en spelinloop. Dat is een onderdeel van het hart van de kerk. Een ander onderdeel dat zijn taalgroepen. Wij zeggen eigenlijk tegen onze medelanders die uit een andere cultuur komen: ‘Join us. Wees erbij op zondag, maar we bieden je doordeweeks de mogelijkheid om samen te komen in je eigen taal.’ We hebben een Iraanse, Afghaanse, Koerdische, Pakistaanse, Indiase en Surinaamse huiskerk. Ze zingen hun eigen liedjes, eten hun eigen eten en dansen hun eigen dansen.”

Je hebt in Amsterdam natuurlijk te maken met veel verhalen vanuit alle hoeken van de samenleving. Vraag je je nooit af; 'waar begin ik?'
“Wat in onze kerk belangrijk is zijn persoonlijke contacten. Ik investeer daar altijd in en ik vraag ook aan mijn gemeente om dat te doen. Ik trek wekelijks met vier à vijf mensen op. Dit is heel kwetsbaar en gewoon één op één. Dat kan  bijvoorbeeld door samen te sporten met een jongen van 21 die net uit de bak is. Als je iedere week praat terwijl je bezig bent, kun je makkelijker zeggen: ‘Oké, we gaan tien keer afspreken en kijken hoe we jouw leven weer op de rit kunnen krijgen.’ Door deze persoonlijke contacten kun je niet de wereld veranderen, maar wel voor een persoon het beeld aanpassen. Dat is natuurlijk fantastisch.”

Wat drijft jou het meest? 
“Een combinatie van de tekst uit Paulus waarin hij zegt dat de liefde van Christus ons drijft en een tekst uit Jeremia waarin gezegd wordt dat je je in moet zetten voor de bloei van de stad. Wij verlangen ernaar dat mensen Jezus leren kennen. De afgelopen negen jaar heb ik geleerd dat je mensen niet kunt veranderen en je kunt ze niet bekeren. Je kunt echter wel vrede brengen in de buurt – je maximaal inzetten voor sociale gerechtigheid en het evangelie verkondigen.”


Interview: Nathalie van 't Slot 

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.