Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

‘Onze Vrienden’ in Irak: kunnen ze terug of niet?

‘Zonder bescherming kan ik niet terug’

Negen christenen in Irak hebben sinds het project 'Hoop voor Irak' tal van vrienden in Nederland. Onlangs bevrijdde het Iraakse leger de meeste van hun steden en dorpen op de Nineve Vlakte uit handen van de islamitische groep ISIS. Hoe is het nu met ‘Onze Vrienden’ in Irak?

Hoop voor Irak?
Dit voorjaar reisde een team van de EO naar Erbil en Suleimaniya en sprak diverse vluchtelingen uit Syrië en Irak. Op EO.nl/hoopvoor brachten ze hun verhalen samen en vroegen ze om voor langere tijd voor een 'vriend of vriendin' in het Midden-Oosten te bidden. Journalist Judit Neurink sprak deze ‘vrienden en vriendinnen’ na de bevrijding van de Nineve vlakte.

De bevrijding van de christelijke steden op de Nineve Vlakte bracht voor de meesten geen goed nieuws. Tijdens de slag om de grootste stad, Qaraqosh, staken de strijders eind oktober vrijwel alle huizen in brand. En huizen die daarvoor gespaard bleven, ontkwamen niet aan plunderingen door de radicale groep. “Mijn stad is bevrijd, maar totaal vernietigd,” zegt Melad Mouma (29). “Ik voel me tegelijkertijd blij en verdrietig. Ik zie alleen een dode stad gevuld met verdriet. Alles in mijn huis is geplunderd, inclusief mijn herinneringen.”

Enorme schok
Zo gauw het Iraakse leger dat toestond, is Amer Pios (60) – net als veel andere inwoners van Qaraqosh – een kijkje gaan nemen. Eerst moesten de wegen worden vrijgemaakt van de vele explosieven die ISIS had geplaatst. De huizen zelf zijn nog onveilig; daar zijn de explosieven nog niet geruimd. “Mijn huis was totaal uitgebrand,” zegt Amer. “Dat was een enorme schok. Ik ben erdoor getraumatiseerd en het duurt wel even voor dat over is.”

"Alles in mijn huis is geplunderd, inclusief mijn herinneringen"

Voor Martina Omar (22) was het terugzien van het huis, zelfs al was het geplunderd, “als een droom. Al mijn mooie herinneringen aan mijn overleden vader zijn er, zijn geur is nog in iedere hoek”. De vondst van een dierbare foto van haar vader met zijn gezin vormde een hoogtepunt.

Intisar Salam (41) kon niet gaan kijken, maar hoorde dat haar huis geplunderd is en deels uitgebrand. Een ramp voor haar gezin met vier kinderen, onder wie de gehandicapte 12-jarige Marnin. “Hoewel het maar een klein huis was, gaf het onderdak aan mijn gezin,” zegt ze.

Het huis van Sabria Ayub (67) brandde helemaal af. “Het is zo moeilijk dat je huis en al je eigendommen en herinneringen weg zijn.”

Ingrijpende veranderingen
Ruim twee jaar lang hield ISIS de christelijke regio van Irak bezet. Haar leiders woonden er, huizen veranderden in ziekenhuisjes, en kerken in bomfabriekjes. Als de coalitietroepen bij een pand veel beweging zagen, bombardeerden ze het. “Mijn huis is totaal vernield,” zegt Atheer Naoumy (23). “Als ik zie wat er met onze steden is gebeurd, ben ik zo verdrietig.”

Voor sommigen brachten de maanden sinds het bezoek uit Nederland ingrijpende veranderingen. Drie van hen konden het kamp waar ze al meer dan anderhalf jaar woonden verlaten. Zoals Amer en zijn vrouw. “Dankzij een NGO konden we naar een huis. Dat is beter voor diabetici zoals mijn vrouw en ik. Maar nu moeten we rekeningen betalen, en dat levert extra druk op.”

Ook Sabria verhuisde uit het donkere kamertje in het kamp naar een huis. “Dat is zoveel beter voor ons, omdat mijn man en ik oud en ziek zijn.”

Urenlang verstopt
Intisar zit met haar gezin nog steeds in hun kamer in een huis dat ze delen met vele anderen, maar Martina en haar familie kon daarvandaan verhuizen naar een woning. Het meest ingrijpend was de ervaring van haar vriendinnen in Kirkuk, waar ze met haar zus medicijnen studeert. Eind oktober voerde ISIS daar aanvallen uit, waarbij strijders ook binnendrongen in een studentenhuis. Martina’s vriendinnen die daar waren, ontkwamen door zich onder hun bedden te verstoppen, doodstil, urenlang. “Ik zie dat als een wonder van God,” zegt Martina.

"Als God het wil, gaan we terug naar onze kerken en huizen"

Hulp nodig
Hoe blij iedereen ook is met de bevrijding van de christelijke steden, alleen Samiah Topan (68) verwoordt optimisme als het gaat over terugkeren naar huis. Zij groet haar nieuwe vrienden in Nederland en bidt voor hen. Ze is dankbaar dat ze naar een huis in de christelijke voorstad Ainkawa kon verhuizen. Ook al is haar woning eveneens geplunderd, “als God het wil, gaan we terug naar onze kerken en huizen, en wanneer God onze Vader dat toestaat, herbouwen we die.”

“Onmogelijk!” zegt Amer, als hem gevraagd wordt wanneer hij teruggaat. “We hebben hulp en geld nodig van de regering en de NGO’s om de huizen en de kerken te herbouwen. Dat gaat de capaciteiten van de stad te boven.”

Verzoening
Tariq (30) wijst erop dat wederopbouw niet alleen vanwege de schade moeilijk zal zijn. “Zoveel mensen zijn nog steeds getraumatiseerd door wat ze hebben meegemaakt.” Hij denkt dat het lang kan duren. “En zonder inzet om tot verzoening te komen is herbouwen onmogelijk.”

“Ik blijf bidden voor vrede in ons land"

Daarmee raakt hij een gevoelig punt. Een deel van de ISIS-strijders kwam immers uit de omliggende dorpen. Velen waren bekenden, en daarom dringen de burgers aan op bescherming. Intisar: “We hebben eerst veiligheid nodig voor we kunnen terugkeren. En hopelijk krijgen we internationale bescherming. Ons huis staat aan de stadsgrens; ik ben bang om daar nu te verblijven. Vroeger hadden we vrienden en families die daar woonden, maar dat betwijfel ik nu.”
Ook Melad ziet het allemaal somber in. “Zonder bescherming kan ik niet terug.”

Geen enkele hoop
Zelfs als de stad herbouwd is, zal de sfeer anders zijn. Martina herinnert aan het feit dat veel van haar vrienden en bekenden het land hebben verlaten. “Dat is een harde realiteit.”

Sabria ziet nog wel een lichtpuntje: “Nu onze kerken bevrijd zijn, kunnen we daar weer bidden.” En ook Samiah heeft hoop: “Ik blijf bidden voor vrede in ons land en voor onze mensen. We moeten geloven in God onze Vader en in onszelf.”

Terwijl de meeste anderen aangeven dat ze bidden dat het leven weer normaal wordt en dat de stad herbouwd wordt, ziet Melad geen toekomst voor zijn geloofsgenoten in Irak. “Ik heb geen enkele hoop dat christenen hier in vrede kunnen leven.”

Onze vrienden uit Irak
Ken je ze nog? In onderstaande foto's staan onze vrienden uit Irak op een rijtje, inclusief het gebed waar ze een half jaar geleden om vroegen. Klik op de foto voor het bijbehorende filmpje of ga naar EO.nl/hoopvoor voor meer verhalen.

Tekst: Judit Neurink en Rabi Habash
Beeld: Ruben Timman

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.