Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Wim de Goeij waarschuwt tegen het Wachttoren-genootschap

Bevrijd uit het web van de Jehova’s getuigen

Na een zware innerlijke worsteling nam Wim de Goeij eind 1994 afscheid van de geloofsgemeenschap waarin hij opgroeide: de Jehova’s getuigen. Nu waarschuwt hij anderen voor hun organisatie, het Wachttorengenootschap. “Mijn vrouw en ik wisten niet van elkaar dat we twijfels hadden – die durfden we niet te uiten."

Wie hem over zijn jeugdjaren hoort vertellen, ziet al snel het beeld oprijzen van een kind dat zich permanent een buitenbeentje voelde – behalve in de kring van de Jehova’s getuigen. “Ik stond altijd buiten de groep en voelde de aandacht steeds in negatieve zin op mezelf gericht,” vertelt Wim (54, zelfstandig tekstschrijver en vormgever) in zijn kantoor aan huis in het Brabantse Oss. “Probeer je eens in te denken wat dat met een kind doet! Waren mijn vriendjes jarig? Dan mocht ik niet naar hun partijtjes. Als er in de klas voor hen gezongen werd, deed ik niet mee. Want wíj vierden geen verjaardagen. En ik werd bij voorbaat al zenuwachtig als er een meerdaags schoolreisje aankwam, omdat ik wist dat ik wéér moest zeggen: ‘Dat doen wij niet.’ Hoe vaak ik dát zinnetje niet heb uitgesproken…”

'Ruim dertig jaar ben ik gehersen-spoeld'

Mee langs de deuren
Wat hem als kind het meest pijn deed? Op doordeweekse dagen trapte hij graag een balletje met zijn schoolvrienden. Maar op de voetbalclub mocht hij niet: lid zijn van een club en competitie, dat was fout. “Zij gingen ’s woensdags trainen en speelden op zaterdag wedstrijden. Terwijl zij plezier hadden, moest ik al jong mee langs de deuren… Er waren zó veel dingen waaraan ik niet mocht meedoen. En altijd onder het motto: ‘Dat doen wij niet.’ Zelfs wat betreft haardracht week ik zichtbaar af van de anderen, conform onze regels.”

Heb je wel liefde gevoeld binnen die gemeenschap?
Wim blijft een paar seconden stil. “Pfoe… Ik ben veel vergeten als het om mijn jeugd gaat. Gelukkig maar, in zekere zin.” Aarzelend: “Ik dénk dat ik er ook wel goede jaren heb gehad. Dat kan bijna niet anders. Als je steeds tot een buitenbeentje wordt gemaakt, krijgt zo’n gemeenschap meer aantrekkingskracht. De saamhorigheid is groot binnen de Jehova’s getuigen: we ontmoetten elkaar drie keer per week in onze zaal, gingen samen langs de deuren en kwamen bij elkaar thuis. Contacten met ‘andersdenkenden’ waren beperkt.”

Rijp voor de kachel
Mochten er al min of meer positief gekleurde jeugdherinneringen komen bovendrijven, dan worden die vrijwel direct weggedrukt door het gewicht van de talloze negatieve ervaringen. “Ruim dertig jaar lang ben ik gehersenspoeld,” zegt Wim onomwonden. “Maar ik ben erin opgegroeid, en had dit totaal niet door. Je wordt volkomen geïndoctrineerd, geprogrammeerd, gemanipuleerd. Drie keer per week ga je naar de vergaderingen, en je wordt geacht veel lectuur te lezen, waarin dezelfde leerstellingen keer op keer worden herhaald. Je meent de waarheid in pacht te hebben. Ik was er heilig van overtuigd dat wij als Jehova’s getuigen als enigen Gods goedkeuring wegdroegen en dat onze Nieuwe Wereldvertaling de enige zuivere Bijbelvertaling was. Nu weet ik beter. Het is een gedrocht, rijp voor de kachel.”

Misschien wel tienduizend
Als ‘getuige’ werd Wim – die op 20-jarige leeftijd trouwde met Mirjam – geacht wekelijks langs de deuren te gaan. Dat deed hij, zo was zijn stellige overtuiging, voor God. “Anders had ik het nooit gedaan.”

Bij hoeveel deuren heb je in al die jaren aangebeld? 
Wim haalt zijn schouders op. “Ik zou het niet weten. Duizenden. Misschien wel tienduizend.”

Heb je veel ‘bekeerlingen’ gemaakt?
Grijnzend: “Gelukkig niet één!”

Deed je dit werk graag?
“Zeer zelden. Misschien een keer als het mooi weer was en je een leuk gesprek had. Het is gewoon een plicht.”

'Opeens dacht ik: joh, waar ben je mee bezig?'

Paradijselijke plaatjes
“Kijk,” zegt Wim, “de marketingmachine van het Wachttorengenootschap wil je graag laten geloven dat Jehova’s getuigen dit vrijwillig doen. Maar laat je niet misleiden door de glimlach op hun gezicht: het is ‘verplicht vrijwillig’. De sociale druk is enorm. Ga je niet of weinig langs de deur, dan word je daar sowieso op aangekeken. En mogelijk roept de leiding je op het matje. Je bent wat moslims een dhimmy noemen: een tweederangsburger. Er zijn overigens best wat overeenkomsten tussen de islam en het Wachttorengenootschap.”

Terwijl Wim plichtsgetrouw zijn ‘veldwerk’ deed, de voorgeschreven lectuur met de bekende paradijselijke plaatjes las en de vergaderingen bijwoonde, snelden de jaren voorbij. “We leidden een ontzettend hectisch bestaan. Ik was druk met mijn werk, Mirjam had de zorg voor twee jonge kinderen en het huishouden, en dan nog al die verplichtingen. Ons hele leven stond in het teken van ‘Gods organisatie’, zoals Jehova’s getuigen het Wachttorengenootschap noemen.”

Tegen de regels in
Begin jaren 90 hoorden Wim en Mirjam dat haar broer en schoonzus, die in Luxemburg woonden, met de Jehova’s getuigen hadden gebroken. Zij waren overtuigd geraakt van de dwaalleer van het Wachttorengenootschap en christen geworden. Formeel mochten Wim en Mirjam geen enkel contact meer met hen hebben, omdat zij uitgesloten waren. Zij waren afvalligen, goddelozen. Hun breuk met de organisatie was een grote schok. Maar elk contact verbreken? Dat konden zij niet over hun hart verkrijgen. “Dus af en toe gingen we – tegen de regels in – toch naar Luxemburg en zochten hen op.”

Spraken jullie met hen over hun nieuwe geloof?
“Amper. Dat lag niet aan hen: het was op ons uitdrukkelijke verzoek. Maar het weinige dat ik erover hoorde, zette me wel aan het denken. Mede omdat ik een bepaalde vreugde en een vrijheid bij hen proefde, die nieuw voor mij waren.”

Een toneelstukje
Vreugde en vrijheid? Dat waren destijds geen woorden die Wim op het geloof zou plakken waarin hij gepokt en gemazeld was, en dat hij aan de man moest brengen. “Ik ervoer een grote innerlijke leegte, en zette steeds meer vraagtekens achter allerlei leerstellingen, bijvoorbeeld als het gaat om de verschillende voorspellingen van het einde der tijden. Ik merkte dat diverse zaken gewoonweg niet klopten. En tegelijkertijd kreeg ik ook steeds meer moeite met de enorme waslijst aan regels en verplichtingen. Het was een juk van slavernij.”

Was er ruimte om over jouw twijfels te praten?
“Nee, absoluut niet. Sterker nog: mijn vrouw en ik wisten jarenlang niet van elkaar dat we allebei twijfelden – daar durfden we niet over te praten.”

Dat jullie er zelfs binnenshuis niet over durfden te spreken, is toch bizar?
“Absoluut. En voor buitenstaanders onbegrijpelijk. Het is ondenkbaar dat je als Jehova’s getuige twijfels uit. Want stel je voor dat je, zoals mijn zwager en schoonzus, wordt uitgesloten. Dat is diepingrijpend: voor de anderen ben je ‘dood’!”

Wie van jullie beiden verbrak het stilzwijgen?
“Mirjam. Ze zei op een gegeven moment dat ze al die verplichtingen domweg niet meer kon opbrengen. We waren ongelofelijk moe. Zonder dat wij het van elkaar wisten, hadden we innerlijk al steeds meer afstand van alles genomen. In december 1994 besloten we niet meer naar de samenkomsten te gaan. Daarvoor gingen we ook al minder vaak.”

En langs de deuren?
“Ik ging op dat moment al bijna drie jaar niet meer. Ik kon er niet langer achter staan: ik verkondigde iets wat ik zelf niet langer geloofde. Het voelde als een toneelstukje.”

Herinner jij je nog de laatste keer dat je ging?
“Nou en of! Dat was in een dorpje hier vlakbij. Ik had mijn arm al uitgestrekt om aan te bellen. Opeens dacht ik: joh, waar ben je mee bezig? Ik draaide me om en ben weggegaan.” Na een korte stilte: “Achteraf gezien zijn we natuurlijk nog te lang bij de organisatie gebleven. Vanaf het moment dat de twijfels begonnen, hebben we er nog vijf jaar over gedaan om er echt uit te komen. Inmiddels was ik al 33.”

Hoe verklaar je dat?
“Het is heel moeilijk om los te komen van iets waarin je altijd hebt geloofd. Als jij altijd hoort dat drie plus drie zeven is, verklaar je iedereen die iets anders beweert voor gek. Door jarenlange indoctrinatie wordt je kritisch denken uitgeschakeld. Daarom is het zo’n worsteling.”

Geen contact meer
Uiteindelijk werden Wim en Mirjam in 1997 officieel uitgesloten door de gemeenschap waaraan zij zo veel jaren van hun leven hadden gegeven. “Letterlijk van de ene op de andere dag waren we ‘dood’ voor onze vroegere broeders en zusters. Ze groetten ons niet meer op straat, er was geen contact meer. Ook dat is trouwens vergelijkbaar met de islam. De mensen van toen groeten ons nog steeds niet als ze ons zien, twintig jaar later. Mijn enige zus is nog altijd een fanatieke Jehova’s getuige. Onze deur staat open, maar we hebben al heel wat jaren geen contact meer. Mijn vader had ons trouwens altijd op het hart gedrukt: ‘Als je het geloof in Jehova en Jezus maar nooit loslaat.’”

Hadden jullie hem dan over jullie twijfels verteld?
“Toen nog niet. Maar hij maakte – alweer: zonder dat wij dit wisten! – een parallel proces door. Ongeveer in dezelfde periode brak hij met de Jehova’s getuigen en werd hij overtuigd christen. Toen wij eruit stapten, wisten we het allemaal even niet meer. We gingen op zoek naar wat we wél konden geloven, na alle leugens. Een van de schokkendste ontdekkingen was dat het Wachttorengenootschap met de Bijbel had geknoeid. Hun vertaling is op allerlei cruciale plekken bewust veranderd. Bijvoorbeeld als het om Jezus Christus gaat; ze erkennen Hem niet als God.”

Zware psychische problemen
Opeens ging het in de zomer van 1995 rap bergafwaarts met Mirjam. “Zij kreeg te maken met zware psychische problemen en diepe angsten. Ze dacht dat God haar zou doden, als straf omdat we ‘Zijn organisatie’ hadden verlaten. Met hulp is ze daar goed bovenop gekomen, maar het was een diep dal waar ze doorheen moest.”

Rond die tijd kreeg Wim een boekje via zijn zwager in Luxemburg, met wie hij nu vaker contact had: Achter de glimlach van de Jehova’s getuigen. “Ik las het in één adem uit. Plotseling vielen allerlei puzzelstukjes op hun plek. Het is geschreven door een ex-Jehova’s getuige, die aantoont hoe vreemd de gewoonten, regels en leringen van het Wachttorengenootschap zijn. Ik was geschokt. Toch voelde het ook als een bevrijding: ik was niet gek, maar jarenlang misleid.”

‘Dat is toch intriest?’
Die herfst gaven Wim en Mirjam hun leven aan de Here Jezus Christus. Ze kenden Hem weliswaar van naam, maar door intensieve Bijbelstudie en christelijke cassettebandjes ontdekten ze dat Hij veel mooier en hoger was dan ze tot dan toe dachten. “Op mijn site staat het misschien wel duizend keer: Hij is de Hére Jezus Christus. Door het persoonlijk geloof in Hem word je wedergeboren, een nieuwe schepping. Daar wisten wij helemaal niets van! De schellen vielen van onze ogen. Als gelovigen zijn wij ‘in Christus’, zoals Paulus zegt, ‘één plant met Hem’. Omdat Jehova’s getuigen niet wedergeboren zijn, kennen ze Hem ten diepste niet en kunnen ze het Koninkrijk dat zij verkondigen, zelf niet eens binnengaan. Dat is toch intriest?”

Die kletsverhalen
Op dit moment steekt Wim veel tijd in het updaten en uitbreiden van zijn website, Wachttorenkijker.nl. Hierop waarschuwt hij tegen de dwaalleer van de Jehova’s getuigen. “Ik keer me nadrukkelijk niet tegen de mensen die er lid van zijn, maar wel tegen de organisatie.”

Je bent waarschijnlijk emotioneel sterk betrokken bij deze website?
“Dat zeg je goed. Ik lig er weleens wakker van. Ik word veel gebeld en gemaild. Alle reacties beantwoorden, kost me best veel moeite.”

Maar je doet het toch.
“Ja. Met liefde. En in vrijheid. Bij de Jehova’s getuigen draait alles om doen, doen, doen en moeten. Het is een doe-geloof, waarbij je moet uitvoeren wat opgelegd is. Met mijn website en onze Stichting Vlichthus (Vlichthus.nl: Bijbelstudiematerialen, boeken en brochures, red.) ben ik nu misschien wel drukker dan ik ooit bij de Jehova’s getuigen ben geweest. Maar niet omdat iemand dat van me eist. Ik doe het in vrijheid. Dat woord is heel belangrijk voor me. In Christus ben ik een kind van God, bevrijd en verlost. Voor Mirjam en mij is de vlinder een veelbetekenend symbool: we zijn, zoals 1 Petrus 1 zegt, ‘wedergeboren tot een levende hoop’.”

'Ik heb diep, diep medelijden met al die mensen die nog in de greep zijn van deze organisatie'

Is de schaduw van het Wachttorengenootschap inmiddels helemaal weg uit jouw leven?
Wim schudt zijn hoofd. “Nee. Die zal er altijd blijven. Drieëndertig jaar heb ik deel uitgemaakt van de Jehova’s getuigen. Dat kun je niet zomaar uitvegen. Laatst gaf ik een lezing in een gemeente in Almere. Ik hield een gloedvol, gepassioneerd betoog. Achteraf zei iemand: ‘U bent toch wel heel gefrustreerd hierover.’ Maar ik ga niet gefrustreerd door het leven. Ik ben innerlijk met ontferming bewogen over al die mensen die nog gevangen zitten in het web van het Wachttorengenootschap. Ik voel diep, diep medelijden met hen. Omdat ik zie wat voor onzin hun geleerd wordt. Ik ben er Goddank uit bevrijd. Mijn eigen zus volgt die kletsverhalen… Deze organisatie bedriegt miljoenen mensen wereldwijd, in naam van God. Dát laat me nooit meer los. Maar gefrustreerd? Nee. Ik ben juist blij. Blijer dan ik vooraf ooit had kunnen denken. Blij in de Here Jezus Christus – de Naam boven alle naam.”

‘Vertel Jehova’s getuigen het evangelie’
Wat is de tip van Wim voor christenen die Jehova’s getuigen aan de deur krijgen? “Vertel hun het evangelie,” reageert hij. “Dat kennen ze niet. Vertel hun dat ze wedergeboren kinderen van God moeten worden voordat ze het Koninkrijk in kunnen gaan, zoals Jezus in Johannes 3 zegt. Houd ze voor: ‘Jullie moeten tot persoonlijk geloof komen in de Here Jezus Christus alléén; Hij is God zelf.’ Zolang zij Jezus niet als hun persoonlijke Verlosser aannemen, zijn ze geestelijk blind.”

Benut in ieder geval de kans om ze het evangelie van Gods genade te vertellen als ze bij je aanbellen, benadrukt hij. “Zonder dit te beseffen, zijn zij slachtoffers van de organisatie. Willen ze het evangelie niet aanvaarden, stop het gesprek dan. Anders verzand je in eindeloze discussies.”

(Meer adviezen en concrete gesprekshandvatten zijn te vinden op Wachttorenkijker.nl)

Schijn bedriegt
Op het eerste gehoor klinkt het best vertrouwd. Het Wachttorengenootschap noemt zichzelf een ‘wereldomvattend christelijk kerkgenootschap’, Jezus Christus is ‘onze Leider’ en de Bijbel ‘van begin tot eind het door God geïnspireerde Woord’. Maar schijn bedriegt.

Op talloze punten wijkt de leer af van het orthodox-christelijke geloof:

• 
Jehova’s getuigen ontkennen de Godheid van de Here Jezus Christus; de noodzaak van wedergeboorte geldt volgens hen alleen voor een select gezelschap van 144.000 gelovigen (zie hieronder).

• 
Hun bijbel, de Nieuwe Wereldvertaling, is op heel veel plaatsen aantoonbaar aangepast aan de eigen leer.

• 
De officiële leer van het Wachttorengenootschap is dat Jezus Christus in 1914 onzichtbaar is ‘teruggekeerd’ naar de aarde; sindsdien wachten Jehova’s getuigen op Armageddon.

• 
Op basis van een verkeerde uitleg van Openbaring 7:4 en 14:1 stellen zij dat er slechts 144.000 mensen (lees: wedergeboren Jehova’s getuigen) in de hemel komen. De overige, niet wedergeboren Jehova’s getuigen beërven een aards paradijs, na de totale vernietiging van deze wereld (inclusief alle dan levende niet-Jehova’s getuigen) tijdens Armageddon.

Op zijn website bespreekt Wim de Goeij deze en nog tal van andere punten uitvoerig.

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.