Paul Young: 'Mijn geheimen maakten mij kapot'

Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Adrian Verbree belicht beesten in de Bijbel

Gefascineerd door frummeldiertjes

Adrian Verbree belicht beesten in de Bijbel

‘Ieder vogeltje... de veelstemmige schepping’. Dat is het thema van de Week van het Christelijke Boek (11 tot en met 21 maart). Voor dominee en schrijver Adrian Verbree, tevens groot flora- en faunaliefhebber, de aanleiding om een aantal bijbelse dieren onder de loep te nemen in zijn boekje ‘LieveHeersBeesten, dieren in de Bijbel’. Opgedragen aan Noortje. “Dat is mijn Cairn Terriër.”

Dieren in de literatuur. Dan kun je aan één boek inderdaad niet voorbijgaan: de Bijbel. Dat boek staat bol van de dieren, die ook niet zelden een cruciale rol spelen in Gods plannen en het wel en wee van de mens. Hulde aan het dier dus. “Spijtig genoeg heb ik er in mijn selectie nogal wat moeten laten liggen.” Er is namelijk veel te vertellen over de bijbelse beesten, en met de grondtalen in de hand komt Adrian Verbree soms tot opmerkelijke conclusies. Zo zijn er dieren die in de Nieuwe Bijbelvertaling hun primeur maken, en sommige blijken juist weer heel andere beesten te zijn dan we al die jaren dachten.

Mannetjesguppies

De Groninger Adrian Verbree is al van jongs af aan gefascineerd door de natuur. “Als ik met mijn vader naar de Hortus Botanicus van Haren ging, keek ik altijd in het water van de vijvers en verbaasde me over de kleurige staarten van de mannetjesguppies. Zo’n klein en gewoon visje, met zulke mooie kleuren.” En Adrian trok er zelf ook geregeld op uit. “Mijn moeder was altijd bang om mijn zakken te legen, omdat er vaak wormpjes en kleine beestjes in zaten. Die verzamelde ik. Insecten vind ik trouwens nog steeds heel bijzonder. Iemand zei eens: ‘Insecten zijn Gods hobby.’ Dat zou best kunnen. Ze zijn met de meeste hier op aarde. Vergeleken bij insecten zijn wij maar een zeldzame soort. En als ik bijvoorbeeld een vlinder zie met al die kleuren… dat is toch prachtig.”
Bioloog zou dus geen gekke beroepskeuze zijn geweest voor Adrian. “Maar ik wilde ook altijd zendeling worden. Het was voor mij theologie of biologie. Het werd theologie.” Toch is Verbree ook blijven grasduinen in het boek der natuur. “Zowel in kleinheid als grootsheid blijf ik me verbazen over Gods grootheid in de schepping.” Eindelijk komen beide passies nu samen in zijn boek LieveHeersBeesten (De Vuurbaak).

Grote wesp

We houden een paar van zijn lievelingsdieren tegen het licht. Hoewel de Bijbel bulkt van de dieren, blijkt dat ze ook een enkele keer ten onrechte worden vermeld. Een niet alledaagse is de hoornaar. Dat is een soort grote wesp. In de NBG-vertaling van 1951 stond hij er nog, alwaar hij – in Exodus 23 – door God werd gestuurd om de Kanaänieten te verjagen. In de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is de hoornaar vervangen door de horzel. Raar, volgens Verbree, want een horzel vliegt niet in zwermen en kan niet steken en dat is toch echt nodig in de context waarin hij wordt beschreven. Maar al zou de hoornaar in de Bijbel blijven staan, dan nog lijkt het niet de juiste vertaling te zijn. Verbree: “Via een boek van de Zwitserse theoloog Köhler kwam ik erachter dat de Hebreeuwse en Arabische woorden voor ‘hoornaar’ bijna gelijk zijn en dat het woord in het Arabisch ook verslagenheid kan betekenen. God slaat de Kanaänieten waarschijnlijk met verslagenheid in plaats van met een zwerm hoornaars of horzels. Dat klinkt logischer. Dat dit niet is meegenomen in de nieuwe vertaling verbaast me. Ik denk dat het over het hoofd is gezien.” Nog zo eentje, maar dan omgekeerd: de haan en de ibis, in Job 38 van de NBV. “De NBG-vertaling heeft het daar nog over wolken in plaats van ibis en haan. Hoe kan dat? We weten waarschijnlijk gewoon niet hoe we dit moeten vertalen.” Verbree is duidelijk niet over één nacht ijs gegaan: aan dit boekje ligt een diepgravende studie ten grondslag.

Lam en leeuw

Hoewel bovenstaande voorbeelden niet veel zeggen over de betekenis van dieren in de Bijbel, waarover in zijn boek overigens ook genoeg wordt geschreven, zijn het heel leuke feitjes. Nog eentje: in Deuteronomium 14 worden alle onreine vogels opgenoemd die men niet mag eten. Als laatste in de rij staat daar: de vleermuis! “Zou God niet hebben geweten dat de vleermuis een zoogdier is? Natuurlijk wel, Hij heeft hem Zelf geschapen. God past zich waarschijnlijk moeiteloos aan aan de mens, die dan nog denkt dat de vleermuis een vogel is.”
Adrians boek is op het eerste gezicht een luchtige speurtocht in het bijbelse dierenrijk, maar roept ook vragen op. “Neem de duif. Die wordt in de Bijbel vaak afgeschilderd als een bang, laf en trillerig dier. Waarom kiest de Heilige Geest er dan voor om in een gedaante van een duif af te dalen? Dat is een vraag die me nog steeds bezighoudt.”
Niet alleen de dieren zelf, ook de mate waarin ze in de Bijbel voorkomen, zegt iets over de mensen en de samenleving uit de tijd van de Bijbel. “In het Oude Testament bijvoorbeeld, bij de omschrijving van de nieuwe hemel en aarde, wordt er een landelijke, agrarische wereld neergezet: het lam dat bij de leeuw ligt; beren en koeien die samen weiden. Kinderen die zonder problemen bij het hol van een adder spelen. Ten tijde van het Nieuwe Testament is de wereld inmiddels meer verstedelijkt. In Openbaring wordt de nieuwe wereld daarom voorgesteld als een nieuw Jeruzalem. Een stad dus, zonder dieren. De toekomst wordt kennelijk altijd gespiegeld aan het nu. Mooi om te zien.”

Friemeldiertjes

Anno 2009 zijn we het contact met het dier eigenlijk nog meer kwijtgeraakt. Niet voor niets staat het dierlijke zelfs voor het slechte in de mens. “Dat is eigenlijk fout taalgebruik. Het kwaad komt bij dieren niet voor. Het milieu zal in ieder geval niet ten onder gaan door een dier. Wanneer doet een dier iets kwaad? Natuurlijk speelt een kat wel eens met een muis, maar dieren roeien geen andere dieren uit. De mens wel.” Hij vervolgt: “God maakte ons bijna goddelijk, zoals in Psalm 8 staat, maar heersen over de dieren betekent niet dat je ze moet uitroeien; het gaat gepaard met een grote verantwoordelijkheid.”
Terug naar het boek der natuur dus? Verbree nuanceert: “De natuur zegt alleen weer niets over de rol van Jezus Christus: ik kan de Bergrede niet aflezen van een berggeit. De Bijbel is het Woord van God en de schepping Zijn daad. Woord en daad horen bij elkaar. Maar de natuur brengt je in ieder geval wel dichter bij een Godsbesef. Of, zoals Blaise Pascal het zegt: ‘Het is licht genoeg voor hen die willen zien en donker voor hen die niet willen zien.’”

Koekoek

Wat dat Godsbesef betreft, Adrian haalt nog één dier aan: de koekoek. “Da’s een klassieker en vanuit het standpunt van evolutie lastig te verklaren, als je het mij vraagt. Het vrouwtje kan namelijk een ei imiteren van een andere vogel en die dan in diens nest leggen. Dat ei lijkt in grootte en opdruk precies op het andere ei. Maar wie zegt haar welk ei ze moet leggen en in welk nest het terecht moet komen? Hoe weet ze dat van tevoren? Vervolgens vliegt zo’n koekoek-wees – want dat is het toch, zonder zijn echte moeder – gewoon uit zichzelf naar Afrika.” Om onderweg in de koekenpan van koning Salomo te belanden. Want volgens Adrian was deze koning verzot op dit vogeltje. “Als je in de klassieke literatuur kijkt, zie je al dat het vlees van de koekoek het lekkerste gevogelte is. In Italië is het nog steeds een delicatesse.”
Niet alleen de dieren zelf, ook de manier waarop zij in de Bijbel worden genoemd, raakt Adrian: “Wat me roert, is de mus uit Psalm 84. Dat kan trouwens ook een lijster of ander klein vogeltje zijn, maar dat doet er nu niet toe. Het maakt me warm dat God zelfs voor de kleinste mus wil zorgen. Dat doet me meer dan een olifant. Maar goed, als kind was ik natuurlijk al liefhebber van kleine friemeldiertjes.”

Nut

Hoe mooi en leuk, iedereen heeft zich wel eens afgevraagd wat al die dieren eigenlijk voor nut hebben. De mug bijvoorbeeld: lastig beestje. En al die diepzeedieren die we nog nooit gezien hebben? “Nuttigheid is maar één paradigma of zienswijze, en mijns inziens te beperkt. Stel dat de goede Heer er gewoon plezier in heeft gehad om deze dieren te maken? Kijk eens naar het universum en ons melkwegstelsel. Waarom is dat er allemaal? Gewoon, omdat Hij dat wil. Men zei vroeger altijd: ‘Op de bodem van alle vragen ligt Gods welbehagen.’ Misschien wil Hij wel dat wij op onderzoek uitgaan en onder de indruk raken van Zijn schepping. Zo kan Hij later in ieder geval zeggen: ‘Je was toch niet blind?’” Wat Adrian betreft: hij heeft schik in elk diertje dat er rondkruipt.
Wel jammer dat het lieveheersbeestje, waarnaar Adrians boekje is vernoemd, zelf ontbreekt in de Bijbel. “Inderdaad. Maar ja, de insectenwereld beperkt zich in de Bijbel voornamelijk tot de eetbare soorten; voor de rest is het slechts kruipend gedierte…”

Mede n.a.v. ‘LieveHeersBeesten – Dieren in de Bijbel’, De Vuurbaak, ISBN 978 90 5560 413 5.