Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Andrew White: 'Irak is voor mij de hemel op aarde'

Andrew White: 'Irak is voor mij de hemel op aarde'

Andrew White gaf een glanscarrière in de geneeskunde op en werd voorganger in de gevaarlijkste stad ter wereld: Bagdad. Geweld kostte al bijna 1300 van zijn gemeenteleden het leven en zelf lijdt hij inmiddels zeventien jaar aan MS. Toch is deze bevlogen Brit het liefst in Irak, en vecht hij onvermoeibaar voor vrede. “Zolang God werk voor mij heeft, kan mij helemaal niets gebeuren.”

Laag overvliegende legerhelikopters, loeiende sirenes, dood en verderf zaaiende bomexplosies, ontvoeringen: de vrede is al jarenlang spoorloos in de hoofdstad van Irak. “En toch ben ik nergens ter wereld liever dan in Bagdad, bij mijn mensen,” zegt Canon Andrew White (1964). “Voor mij is Irak, ondanks het bloedige geweld en de terreur, de hemel op aarde.”

Diep heimwee

“I’m not happy,” zegt hij diverse keren tijdens het interview, met een diepe heimwee in zijn stem. We ontmoeten de 1.90 meter lange anglicaanse priester namelijk in het idyllische Liphook, Zuid-Engeland, zo’n vierduizend kilometer verwijderd van het door oorlog en sektarisch geweld verscheurde Bagdad. Ondanks de levensgrote gevaren is hij nergens liever dan in Irak. Hoewel zijn vrouw en hun beide tienerzoons in Engeland wonen en hij een geboren en getogen Brit is, voelt het Verenigd Koninkrijk voor Andrew White niet langer als ‘thuis’. “Ik ben hier niet gelukkig,” bekent hij in zijn flink warmgestookte studeerkamer. “Als ik de keuze kreeg tussen teruggaan naar Irak en veilig hier blijven, dan zou ik direct teruggaan.” Al betekent dit wel dat hij zijn gezin weer moet missen: in verband met hun veiligheid blijven zij altijd in Engeland als White in Irak is (“een constructie waar iedereen zich uitstekend in kan vinden”).

In Bagdad heeft White een simpel onderkomen op het zwaar beveiligde terrein van zijn St. George-gemeente aan de Haifastraat. “Sinds 1998 ben ik voorganger van deze enige anglicaanse kerk in Irak. Normaliter woon ik het grootste deel van het jaar in Irak en ben ik hooguit vijftig dagen per jaar in Engeland. Maar nu zit ik noodgedwongen hier. En dat vind ik moeilijk. Net als vorig jaar zou ik Kerst dolgraag bij mijn mensen in Bagdad vieren, maar dat zit er nu niet in. Ik wil bij hen zijn, om hen te beschermen, zoals ik heb beloofd. Helaas moest ik vertrekken.” 

Dat hij twee maanden geleden wegging uit Irak, haalde wereldwijd het nieuws. Andrew White, die twee jaar geleden op de Open Doors-dag in Zwolle sprak, is internationaal bekend dankzij talloze media-optredens en interviews, en dankzij zijn vele ontmoetingen met hooggeplaatste geestelijke en politieke leiders in het kader van vredesbesprekingen.

“Toen ISIS-milities Bagdad in oktober al vrij dicht genaderd waren, nam Justin Welby contact met me op. Hij was vroeger mijn assistent in Bagdad en is nu, als aartsbisschop van Canterbury, mijn baas. Hij gaf me opdracht zo snel mogelijk uit Irak te vertrekken. De situatie werd volgens hem te gevaarlijk. ‘Levend kun je meer betekenen dan dood.’ Met grote tegenzin ben ik weggegaan. Mijn huidige assistent, de eerste Iraaks anglicaanse priester ooit, leidt de samenkomsten nu. De school, de medische kliniek die we beheren – waar iedereen die aanklopt gratis wordt behandeld – en de noodhulp aan vluchtelingen: alles gaat door, maar ik ben er niet bij.”

Twee gehoorapparaten

Door toedoen van de progressieve zenuwziekte Multiple Sclerose (die dankzij experimentele stamcelbehandeling bij White al enkele jaren verrassend stabiel is), formuleert de priester traag. Ook is hij zijn fijne motoriek grotendeels kwijt, loopt hij met een wandelstok, ziet hij slecht en heeft hij twee gehoorapparaten. Maar wat zijn chronische ziekte niet heeft aangetast, is zijn gevoel voor humor. Met gespeelde verbazing en glunderende ogen zegt hij opeens luid: “Waarom zijn jullie helemaal naar Engeland gekomen? Alleen maar om míj te interviewen? Niet te geloven!”

Enig idee wanneer u terug kunt keren naar Irak?

Stilte.

Weet u het niet?

“Dat is in Gods handen. Want de radicale terreur duurt nog altijd voort. We moeten de situatie van dag tot dag bekijken.”

Met Kerst herdenken we Jezus’ komst naar deze wereld. Wanneer en hoe kwam Hij in uw eigen leven?

Direct: “Toen ik een baby was! Want mijn ouders vertelden me dat Jezus van me hield. Daar heb ik nooit aan getwijfeld.” Met twinkelende ogen: “Ik ben nooit ‘gered’ of ‘bekeerd’: ik heb altijd van Jezus gehouden, en dat doe ik nog steeds. Vanaf mijn vroegste herinneringen. Altijd.” Hij leunt voorover in zijn stoel: “Weet je wat interessant is? De meeste van mijn mensen in Irak komen uit christelijke families en hebben precies dezelfde ervaring: ook voor hen is Jezus altijd al enorm belangrijk geweest.”

Ik las ergens dat kinderen uit uw gemeente in Bagdad een dubbele bomaanslag op hun bus hebben overleefd, en na afloop vertelden: ‘We hebben Jezus gezien!’

Er verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. “Nu ik er weer aan denk, moet ik bijna huilen; ik heb er lang niet meer aan teruggedacht – er zijn zoveel verhalen! Zij waren onderweg naar onze kerk toen er een bom explodeerde die de bus trof, en een paar meter verderop ontplofte er nog eentje. Toen ik naderhand naar ze toeging, was ik heel ongerust en verdrietig. ‘Zijn jullie ongedeerd, lieve kinderen?’ vroeg ik. ‘Laat me jullie omhelzen!’ ‘Wij mankeren niets,’ zeiden ze blij, ‘want Jezus was bij ons in de bus!’ De kinderen zagen Jezus bij hen in de bus, in Bagdad. Dit zei er niet eentje – nee, allemaal! Dat is nu twee jaar geleden.”

In de afgelopen jaren zijn al ruim 1270 van zijn gemeenteleden omgekomen door bomaanslagen en kogels. Andrew White stond ontelbare malen aan een vers gedolven graf, ook van jonge kinderen. “Ooit doopte ik in het geheim dertien mensen; drie dagen later waren elf van hen dood – domweg omdat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren. Dat geldt voor de meeste slachtoffers, al zijn er ook gelovigen doelgericht vermoord, omdat ze Jezus willen volgen.”

Naast gemeenteleden verloor White in de afgelopen jaren diverse stafmedewerkers, evenals een aantal persoonlijke bodyguards (als westerling, christen en voorganger heeft hij permanent beveiliging nodig, die de Iraakse overheid hem leverde in de vorm van een privéleger van 35 soldaten). Doodsbedreigingen? Hij ontving ze bij de vleet. Toch lijkt niets hem af te schrikken.

In het Bijbelse kerstverhaal zeggen engelen opvallend vaak tegen mensen dat zij niet bang moeten zijn. Wat betekenen die woorden voor u?
“Zolang God nog werk voor mij heeft, kan mij helemaal niets gebeuren. En dus ken ik geen angst. We lezen in de Bijbel, in 1 Johannes 4:18, dat volmaakte liefde alle angst uitdrijft. Een prachtige tekst. Johannes spreekt al over liefde voordat de angst wordt genoemd. Ik heb volmaakte liefde voor de kinderen van mijn gemeente. Altijd als ik in Bagdad ben, staat mijn deur voor hen open. Zij houden van me. Alle anderen noemen me abuna, vader, omdat ik priester ben in Irak. Maar de kinderen noemen me ‘pappa’, en dat zeggen ze in het Engels: daddy. Voor hen ben ik daddy. Een pappa met veel kinderen.”

Toen u in oktober moest vluchten, rukte ISIS op naar Bagdad. Hebt u nagedacht over de mogelijkheid dat u ontvoerd en onthoofd zou kunnen worden?
“Dat is precies de reden waarom ik nu hier ben, en niet in Irak. Het is duidelijk dat de aartsbisschop daar veel over heeft nagedacht. Dat is een grote zorg voor hem en daarom ben ik weggegaan. Ja, er is een reële kans. Maar als ik de keuze kreeg tussen teruggaan en veilig hier blijven, zou ik teruggaan. Donald Coggan, de voormalige aartsbisschop van Canterbury en mijn mentor, zei vaak tegen me: ‘Don’t take care, take risks (‘Wees niet voorzichtig, neem risico’s’). Dat werd mijn levensmotto.”

U ontving de afgelopen jaren talloze doodsbedreigingen en ontsnapte diverse keren aan de dood. Wat was uw heftigste ervaring tot nu toe?
“Waarschijnlijk die keer dat ik ontvoerd ben en in een donkere kamer werd gegooid, in 2004. Ze hadden me gek genoeg m’n telefoon niet afgenomen, en ik slaagde erin die aan te zetten, zodat ik wat licht had. Rondom me, overal op de vloer, lagen afgehakte vingers en tenen. Toen dacht ik: ‘O wee, misschien ben ik de volgende...’”

Dat móet u bang hebben gemaakt.

“Ja, dat denk ik wel – bang voor mijn vingers en tenen.”

Niet voor uw leven?
“Nee, dat kan ik niet zeggen. Maar als ze je tenen en vingers afhakken, hakken ze je meestal helemaal in stukjes.”

U bent niet bang voor de dood?
Traag nee-schuddend: “Waarom zou ik bang zijn? De dood betekent alleen maar dat ik naar mijn Redder en Heer ga – en er is niets beters dan dat!” 

Dat Andrew White ooit leiding zou geven aan de enige anglicaanse kerk in Irak, en zich tot op het hoogste diplomatieke niveau zou inzetten voor vrede in het Midden-Oosten, leek in zijn jonge jaren volstrekt ondenkbaar. Maar God stuurde zijn leven zó dat Zijn wonderlijke leiding – achteraf gezien – oplicht als een gouden draad.

Opgroeiend in een christelijk gezin werkte hij hard om zijn grote droom te realiseren: anesthesioloog worden (“Dat wilde ik als kind al”). Na zijn studie medicijnen kreeg hij een prachtige positie in het St. Thomas ziekenhuis, tegenover de Big Ben in Londen. “Ik was dolgelukkig met mijn carrière tot nu toe. Maar rond mijn 26e stelde ik, ’s avonds tijdens een pauze op mijn werk, God een gevaarlijke vraag. Terwijl ik uitkeek over de rivier de Theems, vroeg ik Hem: ‘Wat is de volgende stap...?’”

Als een mokerslag

God gaf hem direct een glashelder antwoord. “Met een hoorbare stem zei Hij tegen me: ‘Ik wil dat je Mij voortaan in de Anglicaanse Kerk gaat dienen.’” Die totaal onverwachte woorden troffen hem als een mokerslag. Toch wist hij absoluut zeker dat God tot Hem had gesproken, en dat hij niet onder deze opdracht uit kon. “Na een worsteling van enkele uren kwam ik tot de conclusie dat het gehoorzamen van Gods wil het beste was.”

Tot verbazing van zijn collega’s gaf White zijn goedbetaalde baan op om theologie te gaan studeren in Cambridge. Daarbij verdiepte hij zich tevens grondig in het jodendom en de islam – zonder het geringste vermoeden dat dit hem later buitengewoon goed van pas zou komen.

In 1990 werd hij bevestigd als priester, ging hij aan de slag als hulppredikant van St. Mark’s Church in het zuiden van Londen en trouwde hij met Caroline. In de jaren erna raakte hij gaandeweg steeds meer betrokken bij de strijd voor verzoening en vrede in het Midden-Oosten. Dit bracht hem vaak in onder meer Irak en Israël, twee landen die een belangrijke rol spelen in zijn leven.

De grootste kerk in Irak

Uitgerekend op de dag dat zijn tweede zoon werd geboren, zeventien jaar gele- den, kreeg White de diagnose Multiple Sclerose. Een progressieve ziekte die zijn zenuwbanen aantast en waarvan geen genezing mogelijk is. Hij was toen 33. “In 2003, het jaar waarin Amerika Irak binnenviel, kreeg ik te horen dat ik vanwege mijn ziekte niet langer voorganger in Engeland mocht zijn. Dat deed vreselijk veel pijn. Maar de ironie wil dat deze bepaling in het buitenland niet geldt. Dus sinds 2005 ben ik voorganger van de grootste kerk in Irak.
Die had op dat moment trouwens bijna geen leden én geen predikant, maar God gaf een ongekende bloei. Het is de meest fantastische kerk op aarde! Als ik in Irak ben, bij mijn volk, ben ik volmaakt geluk- kig. God toont Zijn liefde zelfs te midden van onze duisternis.”
 
Jezus werd geboren – en stierf jaren later – als ‘Koning van de Joden’. Wat betekent Zijn Jood- zijn voor uw geloof?
“Dat Jezus Jood is, is voor mij absoluut cruciaal. Ik ben een volgeling van een in Bethlehem geboren Jood, in Wie God Mens is geworden. Het is onmogelijk christen te zijn en niet van het Joodse volk te houden. In mijn laatste studiejaar aan de universiteit van Cambridge heb ik een periode aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem gestudeerd, en daarna aan een seminarie in de ultraorthodoxe stadswijk Mea Sjearim. Die herinnering draag ik nog altijd als een kostbare schat met me mee. Wij kunnen ons christelijke geloof nooit lossnijden van zijn Joodse wortels.”

Wonen er nog Joden in Bagdad, of zijn die allemaal gevlucht?
“Er zijn nog zes Joden. Irak had – afgezien van Israël – altijd de grootste Joodse gemeenschap in het Midden-Oosten. Ooit honderdduizenden, nu nog zes! Ik ken ze allemaal persoonlijk, vierde de Joodse feesten met hen. Het is een stervende gemeenschap. Vreselijk! Ik denk soms: zal Irak zonder de Joden overleven?”

Als u – net als eens de Wijzen uit het Oosten – voor Jezus knielt, wat zegt u dan tegen Hem?
Zijn ogen gaan stralen. “Hoeveel ik van Hem houd! Vanmorgen, tijdens het gebed, realiseerde ik me opeens dat ik mijn gebeden op exact dezelfde manier begin als toen ik 3 was: ‘Here Jezus, ik houd van U. Help me meer van U te houden.’ Precies het gebed dat ik als kind bad. Met Kerst vieren we het feest van de komst van onze Messias. Ik gebruik altijd graag de Hebreeuwse Naam van God: Hasjem, ‘de Naam’. De Wijzen kwamen naar onze Heer in Bethlehem, knielden voor Hem neer en zeiden: ‘Dit is dé Naam.’ Hasjem, de Naam boven alle naam – voor Hem zal elke knie zich buigen.”

Dus er is reden voor hoop?
“Dit is onze enige reden. Als je te midden van zoveel verwoesting leeft, zoals wij in Irak, kun je alleen maar hopen op Jezus. Een berooid gemeentelid verwoordde het mooi: ‘We hebben helemaal niets meer, maar Jezus is Alles.’”

Over enkele dagen klinkt het wereldwijd weer uit miljoenen kelen: ‘Vrede op aarde.’ Maar in het het door oorlog verscheurde Irak zouden die woorden je snel in de mond besterven. Tenzij je Andrew White heet en – kennelijk – een onverwoestbaar Godsvertrouwen hebt.

U zet zich al jarenlang in voor vrede en verzoening in het Midden-Oosten, en wist zelfs gezworen vijanden om tafel te brengen. Maar het geweld gaat door. Hoe vaak hebt u gedacht: ‘Ik stop ermee’?
White kijkt even opzij en zucht diep. “Ik kan niet zeggen dat ik die gedachte nooit heb gehad. Maar: zelden. Toen zoveel vrienden en collega’s van me omkwamen, heb ik weleens gedacht: ‘Waarom moet ik door deze verschrikkelijke pijn?’ Toch wil ik de strijd niet opgeven. Als we om vrede bidden, moeten we ons er ook voor inzetten.”

Wat is ervoor nodig om een vredestichter te zijn?
“Risico’s durven nemen en contact leggen met anderen – vaak inslechte mensen, zoals Herodes in de Bijbel. Het zijn nu eenmaal geen aardige personen die oorlogen en problemen veroorzaken.”

Vrijwel iedereen is gevlucht

En de duisternis drukt zwaar op Irak. White omschrijft de situatie als “waarschijnlijk de slechtste ooit”. Er is enorm veel geweld en terreur in Irak, licht hij toe. “ISIS zorgt voor zoveel kwaad. De Arabische Lente is een Christelijke Winter geworden. Voor ISIS zijn christenen en yezidi’s de belangrijkste doelwitten. Nergens in Irak zijn we meer veilig.”

Waren er in 1991 nog 1,5 miljoen christenen in het land, nu zijn er mogelijk nog geen driehonderdduizend over. En een van hun meest prominente leiders mag het land tot nader order niet meer in, tot zijn grote verdriet.
“Onze mensen worden onthoofd, letterlijk doormidden gehakt, weggejaagd uit hun traditionele woonomgeving,” zegt hij met een gepijnigde uitdrukking op zijn gezicht. “De meeste christenen in Irak komen uit Ninevé (deze eeuwenoude Bijbelse stad is nu onderdeel van Mosoel, red.). Maar vrijwel iedereen is gevlucht. Tot enkele maanden geleden was heel Ninevé, waar ook de meesten van mijn gemeenteleden vandaan komen, christelijk. Vanaf de tijd van Jona tot een paar maanden geleden, 2700 jaar lang... Voorbij.”

Zou u het aanhoudende geweld in Irak als satanisch bestempelen?
“Absoluut! Als ze kinderen doormidden hakken, doodschieten, en vermoorden... dat is duivels.”

Klopt het dat u eerder dit jaar met eigen ogen een ISIS-vlag in het centrum van Bagdad hebt zien wapperen?
Andrew White blijft ongewoon lang stil voordat hij reageert. Bijna dertig seconden staart hij strak voor zich uit, zijn mond een dunne streep. Dan volgt een langzame hoofdknik. “Ja, die heb ik gezien. Op de plek waar ik voorheen een balletje trapte met de kinderen van St. George, mijn kerk. Weet je waar het standbeeld van Saddam Hoessein stond, dat omver is gehaald? Op de sokkel daarvan wapperde een zwarte ISIS-vlag. Ik ben er vreselijk van geschrokken. Er zijn ISIS-cellen actief binnen Bagdad."

‘Zeg dat je je tot de islam bekeert’

Om de realiteit van het lijden van christenen in Irak te schetsen, vertelt hij twee verhalen, beide van zeer recente datum. Allereerst over Eliaz, die halsoverkop vanuit Ninevé met zijn kinderen naar de grensstreek tussen Koerdistan en Irak vluchtte. “‘Abuna, abuna,’ zei hij, ‘ISIS-soldaten kwamen vandaag thuis naar me toe; de kinderen waren in de kamer. Het was verschrikkelijk. Deze soldaten zeiden tegen me: Zeg dat je je tot de islam bekeert en moslim wordt, anders vermoorden we al je kinderen...”

White sluit zijn ogen. Tussen z’n wenkbrauwen verschijnt een diepe frons. “Met pijn in zijn stem zei Eliaz: ‘Abuna, ik heb die woorden uitgesproken en beloofd dat ik de islam en de profeet Mohammed zou volgen... Zal Jezus nog van me houden? Wat zal er met mij gebeuren? Ik heb altijd van Hem gehouden; Hij was altijd bij me. Heb ik nu niets meer?’ ‘Nee,’ antwoordde ik hem, ‘Jezus houdt van je, en Hij zal altijd van je houden. Als iemand je gedwongen heeft iets te zeggen, zal Hij je niet verlaten.’”

Meegenomen door ISIS

Enkele dagen later kreeg White een sms’je van een andere vader, vanuit het noorden van Irak. “Deze man was in Kirkuk, en vertelde me dat ISIS-soldaten daar een christelijk gezin opzochten. Deze keer stelden ze geen vraag aan de vader, maar aan de kinderen: ‘Zullen jullie de islam volgen, en Mohammed? Zo niet – dan zijn jullie dood.’ De kinderen pakten elkaars handen vast, en antwoordden: ‘Wij hebben altijd van Jezus gehouden. Hij is er altijd voor ons geweest. We zullen Hem nooit verlaten, en Hij zal ons nooit verlaten.’” Terwijl buiten het vredige geluid van vogels klinkt, heft White zijn rechterhand langzaam omhoog. Met zijn vingers vormt hij een denkbeeldig pistool, dat hij – schoksgewijs – van links naar rechts beweegt. “Ze schoten kind voor kind door het hoofd. Dit is enkele weken terug gebeurd. Vier kinderen. Dood.”

Lieten ze hun ouders in leven?
“De vader. Hun moeder was al meegenomen door ISIS. Van haar is sindsdien nooit meer iets gehoord. En wat er met vrouwen gebeurt, hoe zij als seksslaven worden gebruikt, is meer dan verschrikkelijk. Deze man was dus zijn vrouw kwijt, en al zijn kinderen. Alles.”

Versterkt de confrontatie met zoveel dood, oorlog en geweld uw verlangen naar Jezus’ tweede komst?
White leunt wat opzij in zijn stoel, vouwt z’n handen en glimlacht. “Jezus is in Irak zozeer deel van ons leven van alledag en zozeer onze hoop, dat ik áltijd denk: ‘Op een dag zal Hij terugkomen. Eens zal ik bij Hem zijn. Soon and very soon.”


Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2014, nr. 52/52