Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Mirjam Bouwman: 'Ik keek vroeger nooit naar de EO'

Mirjam Bouwman: 'Ik keek vroeger nooit naar de EO'

Ze zong eerder dan dat ze praatte, wilde als tiener in 'Goede Tijden Slechte Tijden' spelen en kwam na een zoektocht naar God bij de EO terecht. “Mijn indrukwekkendste uitzending? Een aflevering over de vuilnisbelt van Manilla. Mensonwaardig hoe ze daar leven. En die geur gaat nooit meer uit mijn neus.”

Soms ruikt ze buiten een specifiek brandgeurtje, dat haar meteen terugbrengt op Smokey Mountain, zoals de vuilnisbelten van Manilla genoemd worden. Het was haar eerste reis voor Nederland Helpt, en de indrukwekkende beelden staan op haar netvlies gebrand. “Het allerergste was dat ik na de opnames gewoon weer naar huis ging. Ik liet die mensen daar achter. Uiteindelijk hebben we met die uitzending heel veel geld opgehaald, maar daar hadden zij op dat moment niets aan.”

Ze herinnert zich hoe ze rond Kerst terug in Nederland kwam en overal die strakke voortuintjes en gezellige kerstverlichting zag. Ze kon geen tuin meer zien. “‘Waar zijn we toch allemaal mee bezig?!’ dacht ik. Ik kwam net van de vuilnisbelt, waar kinderen dagelijks rondscharrelen, op zoek naar iets bruikbaars om te verkopen. Ik had zelf ook een tuin hoor, maar ik kon het gewoon niet meer zien. Ik denk er nog heel vaak aan terug, en die kinderen vergeet ik nooit meer.”

Kauwgomlolly van de markt

Wie Mirjam Bouwman (37) tegenkomt, ontmoet een hartelijk, spontaan en ontspannen mens. Zo nu en dan klinkt een klaterende lach, dan weer is ze serieus, met een licht Veluws accent in haar stem. Haar hele leven woont ze al op de Veluwe, met uitzondering van haar studiejaren, die ze in Amsterdam doorbracht. Haar ouderlijk gezin typeert ze als warm en hecht. “Mijn mooiste herinnering? Ach, ik heb er zoveel.” Even later: “Vooral de weekenden waren gezellig. Elke vrijdag haalde mijn moeder op de markt kauwgomlollies, die we dan ’s avonds met z’n drieën op de bank opaten – mijn broer, mijn zusje en ik. In onze pyjama. Ik kom trouwens niet echt uit een EO-gezin, hoor,” lacht ze. “Het klinkt misschien gek, maar ik keek vroeger nooit naar de EO.”

Ze geloofde wel in God, maar had niets met Jezus. “Ik snapte niet wat Zijn rol was.” Totdat ze het Nieuwe Testament ging lezen en het kwartje viel. Inmiddels kan ze zich geen leven zonder Jezus meer voorstellen. “Al helpt mijn ongeloof van toen mij nu om mensen die niet met God leven, beter te begrijpen.”
 
Je volgde een dansopleiding, wilde graag op tv komen en het liefst in Goede Tijden Slechte Tijden spelen. Zou de Mirjam van toen je huidige leven saai vinden?

“Toen dacht ik inderdaad dat een leven vol dansen, zingen en toneel het helemaal was. Maar nee, ik heb helemaal geen saai leven. Ik heb een ontzettend toffe baan en ben heel gelukkig. Ik kan mensen vertellen over God. Dat is ook de reden dat ik bij de EO werk: ik wil mensen nieuwsgierig maken naar Hem.”

Toen jij bij de EO ging werken, werd er over je geschreven dat je de jongere en hippere versie was van Henk Binnendijk en Andries Knevel.
“O echt? Dat wist ik niet. Dat voelt helemaal niet zo, haha. Nou, ik zou het een eer vinden om in die lijn te staan. Of ik me een leven zonder de EO kan voorstellen? Ja, ‘tuurlijk. Ik vind het echt een voorrecht om bij de EO te werken en ik ben daar ook heel dankbaar voor. Maar de EO blijft wel doorgaan en ik heb genoeg bijzondere collega’s die ook allemaal de drive hebben om iets van God te laten zien. Dus als ik wegval, gaat het leven en het werk heus wel door. Gelukkig. Al weet ik niet hoe mijn leven er dan uit zou zien. Misschien word ik pastoraal werker, want dat wilde ik worden voordat ik bij de EO kwam. Maar zolang het kan, blijf ik dit werk graag doen.”

Je presenteert nu onder andere Geloof & ’n Hoop Liefde. Wat is de kracht van dat programma?
“Dat we via inspirerende mensen laten zien dat het geloof nog springlevend is. Hoewel je er in de stad soms weinig van ziet, zijn er nog veel christenen die vanuit hun geloof leven. Mensen die in hun kapsalon daklozen gratis knippen, kerkleden die mooie dingen voor de buurt organiseren, noem maar op.
Ik vind het een voorrecht om dit programma te maken. Het gaat over wat mensen écht bezighoudt. Onlangs in Hattem mocht ik Karin vergezellen, die zich een tijdje ging terugtrekken in een psycho-sociale instelling. Op haar nieuwe kamertje hing een tekst uit Hooglied, ’Sta op, mooi meisje, kom!’ en dat ontroerde haar. Het was een compliment dat zij zó had gemist in haar jeugd. Bijzonder om haar dan een moment te mogen troosten, dat blijft je bij. We maken lange dagen van soms veertien uur en de afwisseling is enorm. Twee uur na mijn ontmoeting met Karin sta ik weer in een bakkerij te filmen en de volgende dag vaar ik op een kolenschip mee met een havenevangelist. Dat is gaaf!”

Vijf jaar wachten

Maar eerlijk is eerlijk: Mirjams hart ligt bij haar dochter van 2. Vijf jaar lang hebben zij en haar man Rik op het meisje moeten wachten. “Er was geen medische oorzaak, alles was goed. Dat was het moeilijke. Ik kon me daarom werkelijk niet voorstellen dat mensen een kind ‘plannen’ en denken: ‘Over twee maanden zijn we zwanger en dan komt de baby in de zomer.’ Jarenlang heb ik God huilend gesmeekt of Hij ons een kind wilde geven. En ik heb ook wel eens de wc-rollen door de badkamer gegooid. Al ben ik niet echt boos op Hem geweest en heb ik nooit het idee gehad dat God mij oversloeg.

Die periode heeft de band tussen mij en Rik sterker gemaakt. Wij hebben dat verdriet echt samen gedeeld en gedragen. Terwijl ik in interviews vaak zie dat verdriet mensen uit elkaar drijft, omdat ze het niet kunnen delen. Dat had bij ons ook kunnen gebeuren. Maar elke keer kon ik weer moed vatten. Op een gegeven moment was ik bijna zover dat ik me erbij neer kon leggen dat we zonder kinderen door het leven zouden gaan. Het grappige is dat ik van elke fase boeken heb. Eerst kocht ik boeken over zwanger worden, toen over ‘wat als het wat langer op zich laat wachten’ en: ‘als zwanger worden niet lukt’, en vervolgens kocht ik een boek over ‘hoe verder zonder kinderen’.

Driedubbel wonder

Mirjam vertelt hoe ze in die tijd op een bijzondere manier een teken van God kreeg. “Ik zat in de kerk, waar de preek ging over vier vrouwen die niet zwanger konden worden: Sara, Rebekka, Hanna en Elizabeth. Die verhalen kende ik natuurlijk. Drie van hen kregen een engel op bezoek die zei: ‘Je zult zwanger worden.’ Na de preek kwamen de kinderen terug van de kindernevendienst, met witte papieren engeltjes in hun handen. En ik dacht: ‘Here God, ik zou ook wel zo’n engel willen hebben. Als ik van een van die kinderen straks een wit engeltje krijg, zie ik dat als een teken.’ De rest van de dienst keek ik expres niet naar die kinderen, anders zouden ze misschien op het idee komen mij een engeltje te geven. Maar ik kreeg er geen, ook niet na de dienst. En net op het moment dat ik dacht: ‘Ik ga naar huis, want dit wordt ’m niet’, kwam er een meisje naar mij toe. Ze zei: ‘Hoi Mirjam, dit engeltje is voor jou.’ De dag erna deed ik een test en bleek ik zwanger. Na vijf jaar!”

Het engeltje heeft Mirjam nog steeds. “Het is al een wonder als je een kindje krijgt, maar dit was een driedubbel wonder. Onze dochter is het grootste cadeau van de Here God.”

Je bent vrij open over jullie moeizame weg om kinderen te krijgen. Was dat nooit lastig?

“Het eerste jaar wel. Ik heb het langzaam maar zeker opengegooid. Vooral de laatste twee, drie jaar voordat ik zwanger raakte, kon ik er best open over zijn. Als er dan in de kerk voor gebeden werd – niet met naam en toenaam hoor –, kreeg ik een knipoog van iemand, of een schouderklopje. Dan wist ik: dit gebed is nu voor ons bedoeld. Dat confronteerde me, maar ik vond het ook heel lief.”

Jezus' terugkomst

Nooit zal ze die periode van wachten voorafgaand aan de geboorte van haar dochter vergeten. “Maar ik wil ook nooit meer terug. Alleen m’n slaap wil ik soms terug.” Ze schiet in de lach: “Ze is elke dag om zes uur wakker. Dat vind ik wel pittig. Wat ik ook moeilijk vind, is het lijden in de wereld en de toekomst van mijn kind. Daar kan ik het benauwd van krijgen. In die zin is er echt een verantwoordelijkheid bij gekomen, dat realiseer ik me elke dag. Vroeger vond ik de terugkomst van Jezus heel spannend. Dan dacht ik: ‘Kom maar een keer hoor, maar nu nog niet.’ Nu denk ik: ‘Laat Jezus maar komen, want wat er op dit moment allemaal gebeurt in de wereld...’”

Bespreek je die angst met anderen?
“Ja, met God. Vooral als ik in de auto zit, voer ik hele gesprekken met Hem. Maar ik heb het hier ook over met een goede vriendin van mij. Zij is 92, maar nog super pienter, humoristisch en krachtig, ook in haar geloof. Dat klinkt gek he?” zegt ze lachend. “Maar ze is absoluut mijn oudste vriendin. Een wijze vrouw, met wie ik diepgaande gesprekken heb. Ik kwam met haar in contact nadat ik haar een kaartje had gestuurd na het overlijden van haar man. Het klikte meteen. Ik kan met alles bij haar terecht. Ze weet van de geboorte van onze dochter en alles wat daaromheen speelde, maar ik heb ook geloofsgesprekken met haar. Daar kan ik echt nog wat van leren! Als zij hier zou binnenkomen, zou je meteen denken: ‘Wat een leuke vrouw.’ Een beetje hip. Meestal ga ik naar haar toe, maar ze komt ook wel eens met haar autootje bij mij.”

Moed verzamelen

Mirjam heeft iets met oude mensen. Vanaf haar 17e bezocht ze zeven jaar lang wekelijks een oude dame die ze daarvoor helemaal niet kende. “Ik wilde gewoon iemand opzoeken die eenzaam was, dus ging ik naar een verpleeghuis in het dorp. Omdat ik het eigenlijk heel eng vond om mijn plan zomaar aan de dame bij de balie te vertellen, stond ik buiten wat te drentelen. Toen zag ik een vrouw in een rolstoel zitten. ‘Eerst maar even wat moed verzamelen en met die vrouw gaan praten,’ dacht ik. Uiteindelijk werd zij het. Ik vroeg gewoon of ik nog eens terug mocht komen, en dat vond ze goed. Haar familie woonde ver weg en ze leed aan Parkinson. Inmiddels is ze overleden.

Dat zorgzame heb ik denk ik van mijn ouders. Mijn vader sms't mij vaak om te vragen waar ik de volgende dag naartoe moet voor m’n werk. Ik zit natuurlijk veel op de weg en ik denk dat hij zich daar best wel eens zorgen om maakt. Het mooie is: zij hebben heel vaak tegen mij gezegd dat ze van mij houden. ‘Wat er ook gebeurt,’ zeiden ze dan, ‘wat je ook gedaan hebt en hoe erg het in jouw ogen ook is, je mag altijd weer thuiskomen en we houden altijd van je.’ Dat maakte dat thuis ook echt voelde als thuis. En nog steeds. Dat ga ik mijn eigen kind ook meegeven.”


Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2014, nr. 43