Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

‘Tijdens de jacht kijkt God mee’

‘Tijdens de jacht kijkt God mee’

Een knal klinkt. Fladderend valt de gans naar beneden. Een hond pakt het stuiptrekkende dier en neemt het mee naar de jager. ‘Dierenmishandeling’ zegt de een, ‘prachtig’ meent de ander. Visie ervoer zelf hoe het is om te jagen en ging op stap met drie christelijke jagers.

05:00 uur

Bij een klein lampje drinken drie in het groen geklede mannen een kopje koffie. Op de grond staan grote legertassen en een geweer met een hoes eromheen. Dit zijn de jagers met wie ik vanmorgen het veld in ga: een dominee, een natuuradviseur en een marketeer en wildverkoper. Alle drie zijn ze christen én fervent jager.

Voordat we op stap gaan, vertelt Dirk Jan Polak – marketeer, jager en de gastheer van vandaag – de jagers wat wel en niet geschoten mag worden en legt de tactiek uit. Er vallen termen als ‘lokstal’ en ‘jachthut’. “Bukken als de ganzen naderen,” waarschuwt hij. “Je gezicht valt erg op; als ze dat zien, vliegen ze gegarandeerd weg.”

Terwijl de laatste slokken koffie worden opgedronken, bekijk ik nog even de reacties op Twitter naar aanleiding van de mededeling dat Visie meegaat op jacht. ‘Gij zult niet doden. Dier afknallen blijkbaar geen bezwaar…’ tweet de een. ‘Top! Hopelijk wordt het een positief artikel! Jacht is natuurbehoud’, schrijft een ander. Ik hijs me in de groene camouflerende kleding en ga met de jagers op weg.

05.30 uur

De zware klei plakt in dikke plakken aan onze schoenen. Langzaam kleurt de hemel lichter, de ochtendmist zwiert over de weilanden. In de verte gakken ganzen. Terwijl Dirk-Jan camouflagenetten ophangt aan ijzeren staven, zet Richard den Haan – eigenaar van een natuuradviesbureau – een aantal plastic ganzen, duiven en kraaien in het veld. Zo ontstaan de jachthut en de lokstal: de plek van waaruit gejaagd wordt en het veld waar de ganzen naartoe gelokt worden. Nog voordat alles klaarstaat, klinken in de verte al schoten. Er zijn meer jagers aan het werk.

6.00 uur

Het eerste zonlicht strijkt over de nevels. Achter het camouflagenet zitten de drie jagers gehurkt te wachten. De twee jachthonden liggen gespannen op de grond, hun oren gespitst. Zodra de eerste vlucht ganzen onze richting opvliegt, bootst Dirk-Jan overtuigend het gakken van een gans na.

De eerste groepen ganzen vliegen rustig over. Dan draait een aantal vogels zoekend een rondje boven het veld. Terwijl wij ons zo klein mogelijk maken, landen de ganzen in het weiland naast ons, buiten het bereik van de jachtgeweren. “De uitdrukking ‘domme gans’ kunnen we beter schrappen,” grinnikt Dirk-Jan.

6.30 uur

Het is volledig licht en vlucht na vlucht ganzen vliegt over – steeds buiten bereik van de hagelgeweren. Dirk-Jan legt ondertussen uit waarom we op ganzenjacht zijn. “Ganzen zijn veel te lang beschermd in Nederland. Daarom broeden er nu meer dan een half miljoen in Nederland. Zij grazen het land van boeren kapot en verzuren het met hun uitwerpselen. Als we er vanmorgen vierhonderdduizend konden schieten, zou de Nederlandse boer blij zijn.”

Een nieuwe vlucht nadert; elf grauwe ganzen komen aanvliegen. Dirk-Jan kopieert het gakken. De ganzen cirkelen boven ons en dalen bij ieder rondje wat verder. De drie mannen komen in één beweging overeind. Zes droge knallen klinken. Een gans fladdert hulpeloos naar beneden: Richard schoot raak. In het veld naast ons komt de gans neer. Hij flappert wat met zijn vleugels en probeert weg te lopen. Richard stuurt zijn hond op de vogel af; die neemt het beest voorzichtig in zijn nek en brengt het door de sloot naar zijn baas. Met een korte slingerbeweging breekt die de nek van het aangeschoten wild. “Natuurlijk probeer je een dier direct dood te schieten,” legt Richard uit. “Wij willen beesten niet nodeloos verwonden. Maar soms gaat het niet anders. Als dat gebeurt, is het onze plicht om het aangeschoten dier zo snel mogelijk binnen te krijgen. Daarvoor werken we met getrainde jachthonden.”

Een beetje zielig is het wel…

Dirk-Jan: “Bedenk dat dit wild een prachtleven heeft gehad. Biologischer dan dit wordt het niet.”

Doet het je dan niks om zo’n prachtig dier te doden?

“Ik denk dat niemand zo bewust omgaat met het doden van dieren als de jager. Wij kennen het wild, zien de nesten, de jongen, het opgroeien. Dat is zo mooi! Ik geef ze nog net geen namen. En op een gegeven moment schiet ik er een paar. Ik weet wat ik dood, ik ken de beesten. Wát een verschil met een pakketje vlees uit de supermarkt! Ik heb zoveel ontzag voor de natuur! Als ik zo’n beest opensnijd en zie hoe kunstig die ingewanden geweven zijn, kan ik het geloof voor evolutie niet opbrengen.”

En dan schiet je zo’n kunstig geweven dier neer…

Peter van Keulen – de dominee – antwoordt: “De vraag is natuurlijk: kun je dat als christen verantwoorden? Jazeker. In de eerste tien hoofdstukken van de Bijbel lees je hoe God de dieren met aandacht en liefde schiep. Als God zo’n zorg heeft voor de dieren, heb je als jager zeker verantwoordelijkheid. Even verderop zie je dat God zelf slachtte; hij gaf mensen dierenhuiden om zich mee te kleden. Maar pas na de zondvloed zegt God heel expliciet dat al het wild gedierte is om te eten. In de Bijbel wordt ook expliciet gejaagd. Over Nimrod staat geschreven dat hij een geweldig jager voor het aangezicht van God was. Dat betekent niet dat God het fantastisch vond hoe goed hij kon jagen, maar dat Hij meekeek. Zo moet je omgaan met de schepping: of je nu een boer bent of jager, werk altijd in het besef dat je het voor het aangezicht van God doet.”

Dus jullie geloven dat God met genoegen meekijkt tijdens de jacht?

Richard: “Absoluut. Paulus zegt: ‘Doe alles wat je doet ter ere Gods.’ Dat geldt ook voor ons jagen. We zijn zorgvuldig en voorzichtig en hebben diep ontzag voor de natuur. In de jagersethiek noem je dat ‘weidelijk’: met respect voor mens, dier en veld.”

7.30 uur

Het wil niet erg opschieten met de jacht. De ganzen lijken ons te ruiken en mijden het veld. Pas nadat Richard de lokganzen en -kraaien anders heeft neergezet, komen de vogels dichterbij. Een paar keer schieten de jagers mis, maar uiteindelijk liggen er vier grauwe ganzen, een nijlgans en een eend in het veld. “We hadden wel op iets meer gehoopt,” monkelt Dirk-Jan. “Maar zo gaat dat. Wild is wild, er zijn geen garanties.”

Om acht uur besluiten de jagers dat het tijd is om op te ruimen. De lokbeesten gaan terug in de tas, de geweren in de hoezen. Over de vette klei lopen we terug. Op de rug van de jagers hangen tassen en geweren, in hun handen bungelen de slappe ganzenlijven.

8.30 uur

Opnieuw zitten we aan de koffie, dit keer bij daglicht. Op de grond liggen de dode ganzen en de eend. Terwijl we aan tafel zitten voor een laat ontbijt, leg ik een paar belangrijke bezwaren van de natuurbescherming aan de jagers voor.

De faunabescherming, een van de sterkste tegenstanders van de jacht, beweert dat jagen nergens voor nodig is.

Richard: “Dat kunnen ze roepen, maar de feiten wijzen anders uit. Nederland is te klein om wild te houden zonder het te beheren. Kijk naar de runderen in de Oostvaardersplassen of de herten in de Amsterdamse waterleidingduinen. Men zet een paar dieren neer, gooit er een hekje omheen en denkt dat het zichzelf wel reguleert. Dat is onzinnig. Na verloop van tijd is er te weinig eten en kwijnt een deel van de populatie weg. En als ze buiten de hekken komen, vreten ze de tuintjes van de mensen en het land van de boeren leeg. Wat is dan zieliger: laten wegkwijnen of neerschieten?”

Je kunt je land toch anders inrichten? Zo dat er ruimte en eten genoeg is voor wild?

Dirk-Jan: “Nee, dat kan niet. Zeker niet als je ook voldoende aardappels en uien wilt hebben. Natuurorganisaties die dat beweren, roepen maar wat. Het is mooi dat die groepen er zijn; ze brengen nuance aan in het debat. Maar ze moeten geen onzin praten.”

Ander bezwaar: jagers verstoren de natuur met hun gedrag en de knallen uit hun geweer.

Dirk-Jan: “Onder dit bezwaar zit een bepaalde visie op natuur, namelijk dat het alleen om planten en dieren draait. Maar ik geloof dat de mens ook onderdeel is van de natuur. De vraag is hoe je met respect en verstand met de andere natuur omgaat.”

En dan is jagen nog gevaarlijk ook, met die geweren…

Richard: “Met zestig kilometer op zo’n fiets met dunne bandjes van een berg racen, dat is gevaarlijk. Natuurlijk brengt een geweer risico’s mee; daarom gaan we er voorzichtig mee om. Voordat je een jachtgeweer krijgt, word je zorgvuldig gecontroleerd. En ook daarna zal een goede jager voorzichtig omgaan met zijn gereedschap.”

Dus jagers zijn geen schietgrage mannen die lol beleven aan het doden van onschuldige dieren?

Dirk-Jan: “Haha, je hebt ons bezig gezien. Serieus: de jagers die ik ken, maken er geen schiettent van. Want zo eenvoudig is jagen niet. Er vlogen vanmorgen zeshonderd ganzen over. En wat ligt hier nu?”

Dirk-Jan pakt een mes, trekt de veren van de ganzenborst en snijdt vakkundig het vlees van het borstbeen. Twaalf rode filetjes liggen op tafel naast zijn groene jagerspet. Zijn ogen glimmen: “Dit is toch wonderlijk mooi. Dichter bij de oorsprong van vlees op je bord zal je niet komen.”

Tekst: Pieter-Jan Rodenburg

Beeld: Jorik Algra

Bron: Visie 2015, nr. 37