Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Tim Keller: 'Als ik niet bid, zink ik weg in trots of wanhoop'

Tim Keller: 'Als ik niet bid, zink ik weg in trots of wanhoop'

Van een verlegen jongetje werd hij een van de beroemdste predikanten ter wereld. Tim Keller, voorganger van de Redeemer Church in hartje New York, blijft er nuchter onder. “Als ik tijd met God doorbreng, zie ik weer het juiste perspectief.”

De witte omslagen van zijn boeken sieren talloze kasten in Nederland, de kerk die hij ruim 25 jaar geleden stichtte, groeit nog steeds en in Europa, Azië en Amerika volgen kerkplanters zijn voorbeeld. Het leven van Tim Keller (64) laat zich lezen als een succesverhaal. Trots is hij niet, dankbaar wel. En hij vertelt net zo makkelijk over zijn fouten en worstelingen als over zijn successen.

Telefonisch bidden

Visie spreekt Tim Keller in Parijs, waar hij een van de sprekers is op een bijeenkomst over kerk-zijn in de stad. Het congres wordt georganiseerd door City to City, de organisatie die pioniers overal ter wereld helpt met het opstarten van nieuwe kerken in grote steden.

Keller verlaat New York niet vaak, dus áls hij een keer in Europa is, moet die tijd zo goed mogelijk benut worden. Begeleid door twee assistenten vliegt hij van hot naar her. Tussen de vele spreekbeurten door, staat hij vriendelijk de pers te woord en belt hij zo vaak mogelijk naar New York, waar zijn vrouw Cathy in het ziekenhuis ligt na een operatie – ze lijdt aan de ziekte van Crohn, een chronische darmziekte.

Het is deze ziekte die Tim Kellers gebedsleven grondig opschudt, vertelt hij in zijn nieuwste boek over gebed (simpelweg Prayer genoemd, nog niet in het Nederlands verschenen). In de nadagen van 11 september, als de gevolgen van Crohn bij Kathy opspelen en hij zelf de diagnose kanker krijgt, zegt zijn vrouw: “Als we niet bidden, gaan we het niet redden in deze omstandigheden. Ik in ieder geval niet. We moeten bidden, we mogen het absoluut niet vergeten.” Sindsdien neemt hij dagelijks uitgebreid de tijd om te bidden. Dat doet hij ’s ochtends alleen, ’s avonds met zijn vrouw – nu hij in Parijs zit – per telefoon.

Valse bescheidenheid

Hartje Parijs, aan de oevers van de Seine, vertelt hij hoe dat intensieve gebed zijn leven veranderd heeft. “In mij zit een menselijke, zondige kant die graag succes en eer wil. Gebed helpt mij de juiste motieven te hervinden. Voor mij is bidden vooral een heroriëntatie: ik herinner me opnieuw wie God is en wie ik ben. Als ik tijd doorbreng met God, zie ik het juiste perspectief. God maakt me kleiner als ik teveel van mezelf denk, maar richt me juist op als ik mezelf te min acht. Daarom móet ik veel bidden. Als ik dat niet doe, zink ik weg in trots of wanhoop.”

Dat is niet altijd zo geweest, geeft hij direct toe. “Als iemand mijn vrouw en mij zou vragen een boek te schrijven over een gezond gebedsleven en het hebben van een jong gezin, zouden we nee zeggen. Ik heb namelijk geen idee hoe je die twee zou kunnen combineren. Dat is geen valse bescheidenheid; als we terugkijken naar die tijd, zien we dat we middelmatige ouders en middelmatige christenen waren.”

Intimiderend

Keller begon in die tijd aan zijn werk in New York, waar hij voor de Presbyteriaanse kerk een gemeente stichtte. Eerder was hij dominee geweest in een provinciestadje en gaf hij les op een theologische universiteit. De stap van die veilige omgeving naar een miljoenenstad was wel even slikken, geeft hij aan. “New York is een beangstigende stad, zelfs voor mensen die gewend zijn aan grote steden. Het begint al bij de wolkenkrabbers. Die zijn gebouwd om te imponeren. De mensen die er wonen zijn sceptisch, gehard en slim en kunnen agressief overkomen. Dat zien New Yorkers als een deugd – hard zijn wordt toegejuicht. Dus niet alleen voor een jonge dominee, maar voor iedereen kan New York een buitengewoon indrukwekkende stad zijn.”

Hij vertelt het met een glimlach. Tim Keller is duidelijk dol op zijn stad. Wat anderen zou ontmoedigen, sprak hem juist aan. “Er zit zoveel energie in New York! Alles in die stad zegt: ‘Zorg maar dat je goed genoeg bent om hier te wonen!’ Ik proef die houding nergens anders, ook niet in grote steden als Parijs of Londen.”

Het ontmoedigde hem niet. “Als dominee had ik één groot voordeel: het fundament van mijn missie kwam van God. Ik was geroepen om naar New York te gaan. Ik kon de bal bij God leggen: ‘Als ik me niet vergis, roept U me hier. Dan moet U ook maar aan de slag, door mij heen.’ Dat gaf me moed.”

Aantrekkelijk

Het eerste wat Tim Keller in New York deed, was de cultuur leren kennen. Want, legt hij uit, mensen komen tot geloof als het Evangelie hun leven raakt. Dus is het ontzettend belangrijk dat kerken nadenken over wat de Bijbel te zeggen heeft over hun eigen cultuur. Contextualisatie, noemt hij dat. In zijn geval betekende dat veel lezen en goed opletten. “Vooral in het begin was het niet moeilijk om New York te leren kennen. Bijna iedere dag verbaasde ik me over de gang van zaken. Dat sloeg ik op in mijn hoofd en daarmee ging ik aan de slag.”

Contextualisatie is een must voor kerken vandaag, benadrukt Tim Keller keer op keer. “Als kerken willen overleven, moeten ze het Evangelie aantrekkelijk weten te maken voor niet-gelovigen. Dat is voor veel kerken niet vanzelfsprekend. Vooral traditionele kerken vinden het moeilijk zo te denken. In West-Europa zijn dat vaak staatskerken: generatie op generatie zit daar in de kerkbanken. Je kiest niet voor zo’n kerk, je wordt er geboren. Eigenlijk erf je de religie. Maar zo denken moderne mensen niet meer. Die dagen liggen achter ons, want de samenleving is veel individualistischer geworden – je kiest nu je eigen geloof. Traditionele kerken zullen er steeds vaker achter komen dat jonge mensen niet automatisch voor het christendom kiezen. Dus moeten ze leren hoe je het geloof aanbeveelt. Kerken in de stad snappen dat steeds vaker. Ik besef dat dit in Nederland controversieel kan zijn – daar zijn de kerken op het platteland vaak nog sterk. Zij zullen deze lessen misschien niet wíllen leren, omdat ze zich nog niet zwak genoeg voelen. Pas als de leegloop toeslaat, zijn kerken bereid harde lessen te leren. Maar die lessen zijn wel nodig. Hoe eerder, hoe beter.”

Betekent dit dat je het Evangelie moet aanpassen aan de cultuur?

“Nee, niet aanpassen. Toepassen! Iedere cultuur heeft punten waarmee het Evangelie instemt en punten die het Evangelie tegenspreekt. Als je die scherp hebt, kun je mensen overtuigen van de waarheid van het Evangelie. Anders spreek je volkomen wartaal voor de mensen die je ontmoet.

Je kunt mensen het best overtuigen door aan te sluiten bij iets wat ze al geloven, om van daaruit de stap te maken naar iets  waarmee ze moeite hebben. C.S. Lewis doet dat briljant als hij het heeft over een toornige God. Iedereen wil een liefdevolle, vergevende God, maar een boze God roept weerstand op. Lewis zegt dan: ‘Natuurlijk wil je een liefdevolle God. Dat ís God; hij houdt van ons zoals een artiest van zijn werk houdt, of een vader van zijn kind. Maar het is logisch dat God boos wordt als dat werk of dat kind geruïneerd dreigt te worden. Als ik een goede vader voor mijn kind ben, word ik ontzettend kwaad als mijn kind iets ongelooflijk doms doet dat hem of haar veel pijn zal doen. Maar op het kind van mijn buren word ik niet zo kwaad.’

Lewis laat zien dat liefde woede kan veroorzaken. Als je om iemand geeft, zul je boos worden. Zo’n redenatie werkt veel beter in het contact met anderen dan hard roepen: ‘Je hebt het fout! God kan ook boos zijn! Je bent een slap, zachtgekookt eitje.’”

Wat is voor u een moeilijk punt als het om geloven gaat?
“Het ‘Uw wil geschiede’. Ik had een dierbare vriend, die veel te jong overleed. Twee maanden nadat hij last van zijn maag kreeg, overleed hij aan kanker. Op zo’n moment vind ik het ontzettend moeilijk om Jezus na te zeggen: ‘U weet het best wat er moet gebeuren. Uw wil geschiede.’ Ik was toen net bezig met een prekenserie over het Onze Vader, en moest die zondag preken over dat gebed. Dat was een diepe worsteling, die van mijn kant veel gebed vroeg. En nog steeds vraagt! Gelukkig biedt het geloof zo veel waarheid en vreugde, dat ik de dingen die moeilijk zijn, graag accepteer.”

Hoe heeft de stad New York u gevormd?
“Ik denk dat ik grotendeels al gevormd was voordat ik naar New York kwam. Ik was klaar voor de stad. Maar op één gebied was New York niet goed voor me: het riep de workaholic in me wakker. In New York wordt productiviteit hoog gewaardeerd: hard werken is een deugd. Ik ben bang dat ik te sterk meeging in die neiging. Ik had mensen van hun werkverslaving af moeten helpen, maar raakte zelf verslaafd. Dat was niet goed; het is een groot probleem in New York. Aan de andere kant heeft God dat ook gebruikt. Als New Yorkers zien dat je hard werkt en productief bent, hechten ze eerder waarde aan wat je zegt. Ze zien je als een leider. Het gaf mij dus een bepaalde geloofwaardigheid. Nu is die verslaving wel wat gekalmeerd. Ik ben ouder geworden; dan wordt het minder belangrijk wat je bereikt.”

Professor

Werkverslaafd of niet, ook nu hij 64 is, blijft Tim Keller razend productief. Hij schrijft boek na boek en spreekt nog iedere zondag een aantal keer in New York. Het spreken geeft hem grote voldoening. “Sommige voorgangers zijn artiest, anderen meer zakenman of manager – die worden doorgaans het beroemdst – en weer anderen professor. Ik ben typisch het laatste soort; ik geef het liefst les. Als ik geen christen was, was ik professor geworden.”

Het schrijven van boeken komt voort uit die passie voor preken. Het grootste deel van zijn boeken is gebaseerd op zijn talloze toespraken. “Daarom was het ideaal dat ik pas op mijn 58e begon met schrijven – ik had het materiaal al grotendeels op de plank liggen.” Zelf hoefde hij niet zo nodig te schrijven. Het waren kerkleden die hem ertoe aanzetten. Keller: “Ze zeiden bijvoorbeeld: ‘Je moet iets doen met je materiaal over lijden.’ Die opmerkingen hebben een lijst van zo’n twintig onderwerpen opgeleverd. Ik heb geen idee of ik lang genoeg leef om die lijst helemaal af te werken, maar we zullen zien.”

Kant-en-klaar

Door de enorme groei van zijn kerk – van een handjevol mensen in 1989 naar vijfduizend vaste bezoekers vandaag – is het werkleven van Tim Keller er anders uit komen te zien. Voor pastoraat heeft hij vrijwel geen tijd meer. “Helaas,” vindt hij zelf. “Maar het kost te veel tijd. De pastorale gesprekken gaven mij veel voldoening, omdat je niet direct met antwoorden klaar hoeft te staan. Je gaat samen met de ander op zoek. Dat is het probleem met spreken in het openbaar: mensen willen kant-en- klare antwoorden. Net als bij dit interview; ik moet snel en helder zijn. Dat heb ik geleerd, maar ik zoek veel liever samen naar een antwoord.”

Als voorganger is Tim Keller ook leider van zijn kerk. Die management-kant gaat hem niet altijd goed af, geeft hij eerlijk toe. “Als ik ergens steken heb laten vallen, dan is het wel op het gebied van leiderschap. Ik kwam erachter dat het leiden van een kerk met vierhonderd mensen totaal andere koek is dan het leiden van een kerk met tweehonderd mensen. Telkens moest ik een andere stijl van leiderschap ontdekken. En daar ben ik helemaal niet goed in – ik ben een professor, geen manager. Ik denk dat ik in al die tijd wel drie of vier keer te laat veranderd ben van stijl. Daar- door raakte mijn team gefrustreerd en ik zelf gedemotiveerd.”

U bent nu 64. Hoe lang blijft u de Redeemer Church nog leiden?
“In de komende tijd splitsen we Redeemer in drie grote gemeentes, die allemaal hun eigen leiderschapsteam hebben. Als die drie gemeentes op hun eigen benen staan - laten we zeggen in de komende drie, vier jaar - zal ik een stap terugdoen. Er komt dus geen vervanger van mij, maar een team van vervangers. En we vragen iedere gemeente of ze zich willen voornemen zelf ook weer twee andere gemeentes te star- ten in Manhattan. Zo ontstaat er dus een netwerk van nieuwe gemeentes.”

Sentimenteel

Nu hij aan het einde van zijn loopbaan staat, vindt Tim Keller de tijd om terug te kijken. Hij is dankbaar, geeft hij aan. Niet zozeer voor de groei – “daar heb ik het nooit om gedaan” – maar voor de individuele levens die veranderd zijn. Als hij daarover gaat praten, buitelen de verhalen over elkaar heen. “Onlangs vierden we ons 25-jarig bestaan. Ik ben niet erg sentimenteel, het liefst sla ik dat soort feestjes over. Maar ik werd ertoe gedwongen. Gelukkig, want het was leuker dan ik vooraf had gedacht. We hadden een receptie voor mensen die zich in de eerste drie jaar bij Redeemer hadden aangesloten. Ze kwamen uit de hele wereld terug naar New York en vertelden hoe hun leven 25 jaar geleden was veranderd. Allemaal hadden ze hun eigen verhaal. Het was verbazingwekkend.”

Hij lijkt zelf verbaasd te zijn over de vrucht van zijn kerk. “Neem nu de tijd na de aanslagen op de Twin Towers, op 11 september 2001. Overal in New York zaten de kerken ineens bomvol. Mensen waren wanhopig op zoek naar gemeenschap en zingeving. Wij hadden normaal drieduizend bezoekers, na de aanslagen waren dat er 6500. Maar waar op andere plekken de kerken weer leegliepen, bleven bij ons mensen hangen. Ruim een derde van de mensen die op die zondag binnen kwamen lopen, is gebleven. Hoewel het verloop in New York groot is, zijn sommigen van hen er nog steeds – een van mijn oudsten is toen bijvoorbeeld tot geloof gekomen. Er zijn te veel van dit soort verhalen om nu te vertellen. Daar ben ik dankbaar voor.”


Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Arianne Ramaker
Bron: Visie 2014, nr. 50