
Achtergrondinformatie over de kruisiging
Leestijd: 12 min
In deze aflevering gaat het over het verhaal van Goede Vrijdag, het belangrijkste verhaal uit het christendom. Jezus heeft meerdere jaren rondgetrokken met zijn leerlingen door Judea en Galilea en zich in die tijd dusdanig ongeliefd gemaakt bij de heersende religieuze elite, dat die hem door de Romeinen om het leven laten brengen.
Het verhaal van de kruisiging – het cruciale onderdeel van het christendom – is allereerst een heel fysieke aangelegenheid. Jezus komt door middel van een Romeinse martelingstraf om het leven. Veel kunst is gericht op het “deelhebben aan” het lijden van Christus.
Het stuk Membra Iesu Nostri van Dieterich Buxtehude (1680) bezingt het lijdende lichaam van Jezus. De tekst stamt uit de middeleeuwen. Eerder werd de tekst toegeschreven aan de beroemde heilige Bernardus van Clairvaux, maar waarschijnlijk is hij geschreven door Arnulf van Leuven (1200 – 1250). De volledige titel was Membra Jesu nostri patientis sanctissima ("De zeer heilige delen van het lijdende (lichaam) van onze Jezus").
Het gaat van de voeten, naar de knieën, naar de handen, naar de zij, naar de borst, naar het hart en uiteindelijk naar het gezicht van Christus. Het laatste deel over Christus’ hoofd, inspireerde Paul Gerhardt om het lied O Haupt voll Blut und Wunden te schrijven, later beroemd geworden door de Matthäus Passion (zie hieronder).
Ad latus (IV.3)
Salve latus salvatoris, (Gegroet, zijde van de redder,)
in quo latet mel dulcoris, (waarin de zoete honing verborgen ligt,)
in quo patet vis amoris, (waarin de kracht van de liefde zich openbaart,)
ex quo scatet fons cruoris, (waaruit de bron van bloed opwelt,)
qui corda lavat sordida. (die het bezoedelde hart zuivert van zonde)
Ad latus (IV.5)
Hora mortis meus flatus (Moge, in het uur van de dood, mijn laatste)
intret Jesu, tuum latus, (adem in Uw zijde binnendringen, o Jezus;)
hinc expirans in te vadat, (van hier scheidend, moge ze bij U)
ne hunc leo trux invadat, (binnengaan, opdat de woeste leeuw haar niet)
sed apud te permaneat. (zal bespringen, maar mijn ziel voor altijd bij U geborgen is.)
De Jezusfilm is een zeer populair genre: sinds begin cinema zijn er honderden gemaakt. Het is in de kerkgeschiedenis altijd omstreden geweest om Jezus te verbeelden. Daarom zijn veel oude Jezusfilms vaak braaf, sloom, saai; vaak meer gefilmde preken dan dat er echt drama in zit. En als er drama in zit, blijft Jezus zelf toch vrij onbewogen en statisch.
Il vangelo secondo Matteo van Pier Paolo Pasolini (1964):
De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.