Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Column #14 Wilfred: Help, een vluchteling in huis?!

'Ik had geen broers, nu heb ik er twee'

26 maart 2022 · Leestijd 4 min

Wilfred Hermans is getrouwd, vader van twee kinderen en freelance journalist en tekstschrijver. Voor Eva schrijft hij over zijn wisselende successen als echtgenoot en vader. Dit keer gaat zijn column echter over vluchtelingen die hij en zijn vrouw opvingen. “God mocht ermee doen wat Hij wilde. Dat hebben we geweten.”

Toen mijn vrouw en ik een paar jaar getrouwd waren, merkten we dat we ruimte over hadden, in ons huis en in ons hart. We hadden nog geen kinderen; die krijg je nog steeds niet op bestelling, maar als dat wel zo was, was de bestelling behoorlijk vertraagd. Eenvoudige gelovigen als we zijn, legden we deze ‘lege kamer’ voor aan God – Hij mocht ermee doen wat Hij wilde.

‘Aanvankelijk zou het voor twee weken zijn’

Dat hebben we geweten. Enkele maanden later hadden we twee christelijke vluchtelingen uit Pakistan in huis. Hoe dat precies is gegaan, voert voor nu te ver, maar als mensen vragen waar we die Pakistanen hebben opgeduikeld, zeggen we weleens: via Marktplaats (de jongens zelf kunnen daar nog het hardst om lachen). Aanvankelijk zou het voor twee weken zijn. Weken werden maanden, en uiteindelijk hebben ze zo’n drie jaar bij ons in huis gewoond.

Het gevaar van zo’n verhaal is dat het borstklopperij wordt – zie ons eens goed bezig zijn. Daarom vertellen we het niet vaak. Maar nu steeds meer Nederlanders Oekraïners in huis nemen, leek dat mij een goede aanleiding. Ik wil geenszins beweren dat elke hulp voor vluchtelingen per definitie een succesverhaal zal zijn, maar ik voeg graag een positief verhaal over dit onderwerp toe; vooral om eens te laten zien hoe God een eenvoudig gebed en een open hart rijk kan zegenen.

‘Het gevaar van zo’n verhaal is dat het borstklopperij wordt’

Natuurlijk kost het je ook wat. In je blote jodokus door het huis lopen, is er even niet bij. Bepaalde intimiteiten vergen wat meer afstemming, qua timing, volumeregeling en locatie. En het is heus niet altijd sfeerverhogend om getraumatiseerde mensen langdurig in je buurt te hebben. Plus: naarmate je een vluchteling meer in je hart sluit, gaat medelijden over in mee-lijden. Je gaat een fractie meevoelen van hoe het is om werkelijk je hele leven achter te moeten laten. Overigens maakt dat mee-lijden ons (geloofs)leven alleen maar rijker.

Het is als met kinderen: soms is het pittig, maar je krijgt er zoveel voor terug. Ik noem slechts een paar zegeningen uit onze situatie:

  • deze jongens hebben hun families achtergelaten, maar ervaren mijn vrouw en mij – en onze gezinnen – als nieuwe familie. We kunnen niet meer zonder elkaar. Een schrale troost, maar toch: troost;

je leert een cultuur kennen die je anders nooit zou leren kennen;

  • ik had geen broers, nu heb ik er twee;  
  • de Pakistaanse keuken, je eet je vingers erbij op;
  • onze kinderen hebben de twee leukste ooms die ze zich kunnen wensen.
‘Ik had geen broers, nu heb ik er twee’

Nog even over die kinderen. De ‘bestelling’ was dus behoorlijk vertraagd, en al snel merkten onze Pakistaanse vrinden dat de kinderwens er wel degelijk was. Zonder overleg begonnen ze te vasten en te bidden – iets waar wij geen ervaring mee hadden. Een maand later was mijn vrouw zwanger, negen maanden later werd een meisje geboren, Jasmijn. Vonden we gewoon een mooie naam.  

Wat vertellen die dekselse Pakistanen ons later? ‘De jasmijn is de nationale bloem van Pakistan.’

Lees hier alle columns van Wilfred.

Geschreven door

Wilfred Hermans

--:--