Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Column #25 Mama Mirjam: ‘Mijn kind! Waar moest ik beginnen met zoeken?’

Mirjam is getrouwd met Chris en heeft vier prachtige kinderen. De jongste, Livia (3), heeft het syndroom van Down, wat een verrijking is voor hun gezin. Over Livia schrijft ze voor Eva. Dit keer een jubileumeditie.

25 columns over onze Livia. Bijna zoiets als een zilveren jubileum. Tijd voor taart! Maar we gaan voor goud, want er valt nog genoeg te beleven. Het leven met Livia is zelden saai. Waar ze zichzelf het ene moment een uur vermaakt met allerlei speelgoed, heeft ze het volgende moment het hazenpad gekozen. In drie minuten tijd, tien jaar ouder. En dat laatste geldt uiteraard voor mij en niet voor haar.

Gevlogen

Weglopen hoort bij Livia en we zijn er allemaal op bedacht. Juist daarom beangstigt het me dat het soms toch ineens gebeurt. Een moment van onoplettendheid sluipt er zomaar in. En zo kwam het dat ik boven in haar commode stond te rommelen, toen het ineens tot me doordrong dat ik haar niet meer hoorde in de woonkamer. Als Livia speelt, maakt ze altijd geluidjes. Maar nu was het stil. Te stil. Ik nam haastig de trap naar beneden en een vlugge blik door de kamer bevestigde wat ik al wist: de vogel was gevlogen. De tuin was leeg. Het steegje achter het huis ook. In de speeltuin was het stil. Voor het huis was niemand te bekennen en op mijn roepen kwam geen antwoord. Ik was me akelig bewust van alle gevaren die zo dichtbij waren. Slootjes overal, een drukke weg. Ze zou toch niet? Met het hart in mijn keel rende ik terug het huis in, om me ervan te verzekeren dat ik haar daar echt niet gemist had. Ik griste de huissleutels en mijn telefoon mee toen ik opnieuw naar buiten rende. Livia! Ik dacht dat ik gek zou worden. Mijn kind! Waar moest ik beginnen met zoeken?

‘Ik dacht dat ik gek zou worden’

Ik hoefde niet lang na te denken, want met één blik richting de drukke weg, aan het eind van de straat, wist ik genoeg. Er stonden auto’s stil, er liepen mensen op de stoep. Daar gebeurde het. Ik tuurde in de verte of ik haar zag. Mijn kind. En ja; ik zag een blond meisje van een meter hoog. Een vreemde vrouw achter haar.

Livia!! Ik zag haar, zij zag mij. De vrouw riep iets over ‘moeder’ en ik knikte. Ja, ik ben haar moeder. Ja, dat turfje is mijn kind! We begonnen allebei te rennen en zodra het kon tilde ik haar op en drukte haar tegen mijn hart. Ik zou haar nooit meer loslaten.

Gered

De vrouw had daar met haar auto gereden en tot haar verbazing een klein, blond meisje op de weg zien lopen. Zonder aarzelen had ze haar auto op de weg stilgezet en was uitgestapt om Livia te redden. Ze had haar gered. Ze was op het juiste moment op de juist plaats, én deed het enige juiste! God had haar bewaard! Dankbaarheid vulde mijn hart. De vrouw moest snel verder, want er had zich al een hele file gevormd achter haar auto. Dank u wel! Dank u wel hoor!

Pas binnen kwamen de tranen. Met mijn kind tegen mijn borst, snikte ik het uit. De angst, de schrik en de ongelooflijke dankbaarheid zochten hun weg naar buiten. ‘Je mag nooit meer weglopen schat! ‘Mama is zo geschrokken!’ Dat ik haar in mijn armen kon houden was allesbehalve vanzelfsprekend. Ik knuffelde Livia extra stevig en wist dat ik genade omarmde. Zo oneindig groot!

‘Onschuldige oogjes keken me aan; ze had geen flauw idee’

‘Sohie mama,’ klonk het uit haar mondje. Onschuldige oogjes keken me aan; ze had geen flauw idee. Mijn hart vulde zich met liefde. Wat is ze me dierbaar! En juist daarom hoop ik van ganser harte dat het leven met haar langzaamaan steeds ietsje saaier zal worden.

--:--