
De Bijbel Open
Leestijd: 6 minDoor Jan Martijn Abrahamse
Opwekkingslied 557 – ‘Laat uw glorie zien’ – maakt mij wat ongemakkelijk. Je kunt het zingen uit oprecht verlangen naar God. Maar daarin sluipt gemakkelijk een hunkering naar sensatie en emotionele beroering. Zoals de nieuwsgierigheid die ons doet stilstaan bij een ongeval.
Zo kan de vraag om Gods zelfonthulling trekken krijgen van voyeurisme, waarin God een object wordt om van onder de indruk te raken.
Er is in het Oude Testament nauwelijks een tekst waarin God en mens elkaar zo nabijkomen als hier. Tegelijk staat er veel op het spel. Nog maar enkele hoofdstukken eerder lezen we over de grootse overdracht van de Tien Woorden van God aan Mozes op de berg, door Gods eigen vinger beschreven (31:18). Anderzijds zien we hoe Israël, uit ongeduld, deze mysterieuze God – verhuld in een wolk – inruilt voor een meer hanteerbaar model (32:1). In dit scherpe contrast, deze bijna ondraaglijke spanning, treffen we Mozes aan: een stuurloos volk en een God zonder wie zij niet kunnen bestaan. In de verzen direct voorafgaand klinken dan ook de dreunende woorden van Gods afstand: “Maar Ik trek niet met jullie mee” (33:3). Ga maar verder zonder Mij.
In die crisis verdiept zich de vriendschap tussen God en Mozes. Er volgen verzoeningsgesprekken waarin God zich nog slechts voor Mozes laat vinden, en bovendien buiten het tentenkamp. Waar de afstand tot het volk onoverbrugbaar lijkt, lezen we juist over het meest intieme contact tussen God en deze ene mens: “zoals iemand spreekt met een vriend” (vers 11). Vanuit die vriendschap, en daarop pleitend, wijst Mozes Gods afwezigheid resoluut af als begaanbare weg: “Als U niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken” (vers 15). Het is Gods nabijheid die Israël tot Israël maakt; zonder die vriendschap is er geen toekomst.
Maar dan gaat Mozes nog een stap verder. Het is bijna grensoverschrijdend wat hier gebeurt, en toch waagt hij het: “Laat mij toch uw majesteit zien” (vers 18). En God komt hem tegemoet. Hij toont zich – maar op een wijze die Mozes beschermt tegen de overweldigende volheid van die openbaring. Er zit iets opvallend zorgzaams en teders in deze passage: God laat Mozes zo ver komen als mogelijk is en deelt zichzelf, zonder dat Mozes daaraan ten onder gaat.
Mozes’ vraag ontstaat binnen een diepe vriendschap, waarin groeiende kwetsbaarheid mogelijk wordt. Op deze zondag Trinitatis viert de kerk het geheim van Gods drievoudige zelfonthulling – Vader, Zoon en Geest – waarin wij worden ingewijd in de vriendschap met God. Tegelijk blijft het een mysterie dat ons spreken te boven gaat, waarin het ‘zien’ van Gods glorie alleen kan samengaan met aanbidding. Zoals Dante aan het einde van zijn Goddelijke komedie verzucht: “O, hoe schiet mijn spreken tekort, hoe zwak bij wat mijn geest omvatte.”


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer