Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Alles wat u altijd al wilde weten over de doop

Alles wat u altijd al wilde weten over de doop

Kinder- of volwassendoop, groot dopen, klein dopen, besprenkelen of waterbad, de meningen over de doop zijn in Nederland sterk verdeelt. Prof. dr. Willem J. Ouweneel schetst achtergronden.

1. Wat is de doop?
Het valt niet mee een antwoord op deze vraag te vinden waar alle ‘partijen’ het mee eens zullen zijn! De christelijke (water)doop is een rituele reiniging waardoor een mens op het christelijk ‘erf’ wordt gebracht. Sommigen zien in dat ‘erf’ de kerk (vergelijk Hand. 2:41), anderen het verbond (vergelijk Kol. 2:11v.), weer anderen het koninkrijk Gods (vergelijk Matt. 28:18-20).

2. Wie heeft de doop ingesteld en waarom eigenlijk?
Christus heeft de doop ingesteld in Matt. 28:18-20: ‘Discipelt alle volken, hen dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend te bewaren alles wat Ik u heb geboden,’ dat wil zeggen : ‘discipelt alle volken door hen te dopen en te leren’. Je wordt een discipel (leerling, volgeling) van Jezus door (a) de waterdoop en (b) onderwijs in de geboden van Jezus, zodat je leert hoe een volgeling van Hem behoort te leven. Omdat het onderwijs volgt op de doop, kan men mijns inziens niet vroeg genoeg dopen: elke discipel van Jezus, hoe jong ook, hoort gedoopt te zijn!
De doop heeft niet alleen te maken met een innerlijke geloofsrelatie (vergelijk Marc. 16:16), maar vooral met onze uiterlijke navolging van Jezus (discipelschap): men wordt gedoopt om ‘te wandelen in nieuwheid des levens’ (Rom. 6:3v.), en door de doop ‘doet’ men Christus ‘aan’ (Gal. 3:27), dat wil zeggen, vertoont men Zijn beeld (vergelijk Rom. 13:14; Kol. 3:12). Mooi zien we dat in de parallel met de Uittocht (1 Kor. 10:1v.): de Israëlieten werden ‘in Mozes gedoopt in de wolk(kolom) en in de (Schelf)zee’, om, verlost uit de slavernij, achter Mozes aan te gaan door de woestijn.

3. Wat is de visie achter de kinderdoop?
Ik zie o.a. de volgende kenmerken:
(a) De doop volgt niet op de vergeving, maar gaat eraan vooraf (Hand. 2:38; 22:16) (vergelijk de doop van Johannes: Marc. 1:4).
(b) De doop kan slechts verstaan worden vanuit het collectieve aspect (kerk, verbond, koninkrijk), en daar horen de kinderen ook bij (vergelijk Hand. 2:39; 1 Kor. 7:14; 10:1v. [vergelijk Ex. 10:9]; Ef. 6:4).
(c) Parallel daarmee: God schenkt het heil niet slechts aan individuen, maar aan ‘huisgezinnen’ (vergelijk Noach: Gen. 7:1; Abraham: Gen. 18:19; Israël: Ex. 10:9; 12:3; Rachab: Joz. 2:18v.); zo in Hand. 16:15,31-34; 18:8; 1 Kor. 1:16: steeds wordt het hele ‘huis(gezin)’ gedoopt.
(d) Vergelijk Rom. 4:11: de besnijdenis is het ‘zegel der gerechtigheid van het geloof’, waarbij het geloof van de ouders voldoende grond is voor de besnijdenis van de pasgeboren zoontjes.
(e) De Koning werft discipelen (onderdanen van Zijn koninkrijk) door de doop (Matt. 28:19), en Christus zegt van de kleine kinderen: ‘van hen is het koninkrijk van God’ (Luc. 18:16).
(f) De doop ziet nooit terug (is dus strikt genomen geen belijdenis van het geloof), maar altijd vooruit: het is een introductie tot het christenleven (zie boven). Welnu, kinderen in het christelijk gezin worden van jongs af opgevoed tot het christenleven (vergelijk Ef. 6:4).

4. En wat is de visie achter de volwassendoop?
De term ‘volwassendoop’ is ongelukkig, want ook gelovige kinderen kunnen gedoopt worden; beter is de term ‘gelovigendoop’.
Ik zie o.a. de volgende kenmerken:
(a) Geen doop zonder bekering (Hand. 2:38,41) – zo was het al bij de doop van Johannes (Marc. 1:4) – geen doop zonder geloof (Marc. 16:16), geen doop zonder discipelschap (Matt. 28:19).
(b) De doop kan slechts verstaan worden vanuit het individuele aspect: het gaat in het NT steeds om het persoonlijk geloof van de dopeling, niet om dat van de ouders of wie ook.
(c) In Hand. 8:12v. worden mannen en vrouwen gedoopt, geen kinderen; in vs. 36-38 is geloof de voorwaarde tot de doop; ook in 10:44,47 en 19:5 is het: eerst geloof, dan doop.
(d) ‘Laat u dopen!’ is een bevel, dat tot mensen komt die het ook kunnen gehoorzamen, dus geen zuigelingen (Hand. 22:16).
(e) Voorzover valt na te gaan, omvatten de gedoopte ‘huisgezinnen’ in het NT steeds uitsluitend gelovigen (Hand. 16:34; 18:8;
1 Kor. 1:16 vergelijk 16:15).
(f) Geen doop zonder eerst een veranderd leven: Rom. 6:3v. (nieuwheid des levens); Gal. 3:27 (Christus aangedaan); Kol. 2:12 (met Christus opgewekt); 1 Petr. 3:21 (een bede voor God van een goed geweten).

5. Kinderen die niet gedoopt worden, worden opgedragen. Waarom is dat?
Er is bij de meeste christenen behoefte aan een dubbele introductieritus: een voor zuigelingen en een voor rijpere gelovigen, die hun plaats van verantwoordelijkheid in de gemeente innemen. Bij kinderdopers is de eerste ritus de kinderdoop, de tweede de geloofsbelijdenis. Bij gelovigendopers is de eerste ritus het opdragen, de tweede de gelovigendoop. In plaats van te ruziën of de doop thuishoort bij de eerste dan wel bij de tweede stap, is het veel nuttiger in te zien dát deze twee stappen er zijn, en dat ze gepraktiseerd worden, hoe dan ook.

6. Je ziet vaak een spanning tussen christenen die anders over de doop denken, zeker als bijvoorbeeld binnen een gezin zowel voor kinder- als volwassendoop gekozen wordt. Hoe komt dat?
Het ligt in de aard van de gereformeerde theologie, vooral in de neocalvinistische variant, de doop een zeer vooraanstaande plaats te geven, die direct samenhangt met de centraal staande verbondsleer. Omgekeerd ligt het in de aard van de evangelicale theologie zich van de traditionele kerken af te zetten, en de gelovigendoop blijkt daarvoor een uitmuntend middel te zijn. Doopsgezinden en baptisten hebben er zelfs hun naam aan ontleend! Daardoor hebben én veel kinder- én veel gelovigendopers van hun doopopvatting een kenmerk van ware rechtzinnigheid gemaakt.
Dat is mijns inziens een hoogst ongelukkige situatie, die ertoe leidt dat veel christenen zich over niets zo graag lijken op te winden als over de doopopvatting van de ‘tegenpartij’.

7. Kun je zeggen dat een van de twee groepen ‘gelijk’ heeft?
Ik zie vaak ‘ongelijk’ aan beide kanten... Er is bijvoorbeeld onenigheid over de doopformule (vergelijk Matt. 28:19 met Hand. 2:38), of over de hoeveelheid water die wordt toegepast. Dopen betekent onderdompelen, en onderdompeling drukt zoveel beter uit dat de doop een ‘begrafenis’ is dan besprenging doet (Rom. 6:4; Kol. 2:12). Maar wie beweert dat een doop niet ‘geldig’ is als het niet met de juiste hoeveelheid water gebeurt, loopt gevaar in ritualisme te vervallen.
De diepste onenigheid betreft de vraag of men mag dopen voor de wedergeboorte, of alleen na de wedergeboorte. In ieder geval valt de doop nooit samen met de wedergeboorte, ondanks Joh. 3:5 en Tit. 3:5 (men moet dan maar bewijzen dat ‘water’ of ‘bad’ hier het doopwater of -bassin is, waar ik niets van geloof; het is een beeld van Gods Woord; zie Ef. 5:26).
Wat het belangrijke tijdstip van de doop betreft: dopen veel kinderdopers niet veel te lang vóórdat van discipelschap bij het kind sprake kan zijn? En omgekeerd: wachten veel gelovigendopers niet veel te lang met de doop nádat de betrokkene al lang en breed een discipel is? Ik ken volwassen gelovigen die al geruime tijd aan het Avondmaal deelnemen en actief zijn in geestelijk werk en nog steeds niet gedoopt zijn... Ik geloof dat de doop en het begin van discipelschap zo dicht mogelijk bij elkaar moeten liggen. Hoe langer iemand al christen is, hoe minder de symbolische zin van de doop nog tot uiting komt.

8. Stel dat ik als kind gedoopt ben, terwijl toch de volwassendoop de enige juiste doop blijkt te zijn. Kom ik dan wel in de hemel?
(a) Wanneer moet dat dan ‘blijken’? Hier op aarde!? Maar grote mannen Gods hebben de kinderdoop resp. de gelovigendoop op basis van de Schrift verdedigd! Hoe moet dan ‘blijken’ wie er gelijk heeft? Je kunt met hetzelfde recht vragen: Stel dat ik ‘overgedoopt’ ben, terwijl ‘overdoop’ verwerpelijk blijkt te zijn, kom ik dan wel in de hemel?
(b) De doop, laat staan een bepaalde vorm van dopen, is nooit een voorwaarde om naar de hemel te gaan. De moordenaar aan het kruis werd niet gedoopt. Zelfs van de twaalf apostelen lezen we nergens dat zij ooit gedoopt zijn.
(c) God verwacht niet méér inzicht bij ons dan waarnaar wij ons uitstrekken en wij daadwerkelijk ontvangen hebben. Wie er voor Gods aangezicht van overtuigd is dat hij zijn baby moet laten dopen, zou ongehoorzaam zijn als hij tegen zijn geweten zou ingaan. Wie voor Gods aangezicht zijn kinderdoop niet als doop kan erkennen en er dus van overtuigd is dat hij niet gedoopt is, moet zich laten dopen. ‘Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd’ (Rom. 14:5).