Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Carel Stolker: ‘Geef het toeval een kans’

5 maart 2021 | Leestijd 3 min

Carel Stolker, rector magnificus, nam onlangs afscheid van de universiteit in Leiden waar hij vele jaren werkzaam is geweest. Onder zijn leiding maakte de universiteit een sterke groei door. Opmerkelijk is dat hij afscheid nam op de plek waar ook zijn wetenschappelijke loopbaan ooit begon in 1979. Carel: ‘Zo’n loopbaan zou tegenwoordig niet meer kunnen. Je moet toch op zijn minst in Amsterdam of New York hebben gewerkt. Maar ik raakte verbonden met de studenten en het onderzoek dat ik op die plek door wilde gaan.’

Het is een week na zijn pensioendatum als Elsbeth Gruteke Carel Stolker spreekt. Een levensbepalend moment. Een kantelpunt dat hem een bepaalde kant opstuurt? Carel: ‘De gedachte wat ik nu ga doen in mijn leven speelt zeker. Maar ik heb het een beetje uitgerekend: ik heb 22 jaar les gekregen via school en universiteit. Ik heb 22 jaar lesgegeven en duizenden rechtenstudenten voorbij zien komen, onderzoek gedaan en ben hoogleraar geworden. Ook heb ik zo’n 22 jaar in het bestuur gezeten. Nu hoop ik de volgende kwart in te gaan en realiseer me dat wat ik nu ga doen echt van belang moet zijn. Ik neem er de tijd voor.’

Toeval

‘Ik wil ook het toeval een beetje een kans geven. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn studenten. Die zijn vaak alleen maar bezig met het behalen van een bepaald soort baan. ‘Doe een beetje rustig’, zeg ik dan altijd. En dat is wat ik nu ook voor mijzelf wil uitproberen. Geef ruimte aan je omgeving iets met je te doen. Denk niet cognitief na over hoe je leven eruit zou moeten komen te zien, maar kijk wat de buitenwereld en de omgeving met je voorheeft. Dat is voor mij een omschrijving van die toeval.’

Carel zag het eerste levenslicht in Leiden, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Hij beschrijft het gezin waar hij uit komt als ‘uitermate prettig’, terwijl zijn jeugd niet altijd makkelijk was. ‘Als kind van een psycholoog werd ik gepest. Het beeld dat veel mensen van ons hadden was dat we thuis over de tafels renden. Psychologen werden geassocieerd met psychiaters, dus gekken. En dat moesten wij dan ook wel zijn.’

Elsbeth neemt Carel verder mee langs verschillende momenten uit zijn leven en stipt daarmee o.a. politiek, rechtstaat en zijn betrokkenheid bij het CDA aan. Ook het geloof komt ter sprake. Het katholieke geloof was onlosmakelijk verbonden met de vrienden die hij had, de school waar hij kwam, en zelfs de bakker . ‘Mijn vader geloofde op een intellectuele manier, tegen het protestantisme aan.’
Het muziekstuk dat Carel heeft uitgekozen heeft een emotionele betekenis. ‘Ik hoorde het voor het eerste keer toen mijn broer op zijn 38ste is overleden. Hij overleed plotseling en ter nagedachtenis is er een concert georganiseerd waar dit stuk werd uitgevoerd. ‘Ik wist niet wat ik hoorde.’

De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.

Toestemmingen aanpassen