Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Column: Ik zette me schrap voor hét bewijs tegen het bestaan van God

Gerrianne woont met haar gezin in Spanje, waar ze Nederlandse tienermeiden opvangt. Voor Eva filosofeert ze over wat haar bezig houdt en opvalt in het leven.

Toen ik begon aan mijn studie filosofie, zette ik me schrap voor het moment dat ik geconfronteerd zou gaan worden met hét bewijs tegen het bestaan van God. Ergens dacht ik misschien toch een beetje dat ik in Hem geloofde omdat ik me nooit had durven verdiepen in de goede redenen voor Zijn niet-bestaan. Ik vreesde de confrontatie met de ‘werkelijkheid’, maar kon tegelijk de gedachte niet verdragen dat ik beter had kunnen weten, maar als een naïef schaap stug de andere kant uit bleef kijken. Onbewust was het misschien wel één van de hoofdredenen voor de keuze van mijn studie. Ik wilde een kijkje in, zoals een brave medebroeder het noemde, ‘het hol van de leeuw’.

Geloofde ik in God omdat ik me nooit had durven verdiepen in goede redenen voor Zijn niet-bestaan?

Het moment dat ik vreesde is niet gekomen. Er bleek binnen het debat over het bestaan van God een evenredig grote batterij aan argumenten vóór Zijn bestaan als ertegen. Beide kanten maken een goed punt, maar bewijs wordt niet geleverd. Het is een kwestie van geloven. 


Eén van de argumenten die het bestaan van een God zou onderschrijven is die van 'intelligent design'. De veronderstelling dat de logica waarmee het universum functioneert onmogelijk het gevolg kan zijn van een toevallige samenloop van omstandigheden en dus het product moet zijn van een intelligente scheppende kracht.

Als ik ooit geneigd ben het argument van intelligent design een goede ondersteuning te vinden van het pleidooi voor God, dan is dat wel wanneer ik een baby zie bestaan. Niet alleen die van ons - al is zij wel uitzonderlijk slim natuurlijk. Hondjespup, mensenkind, eendenjong; alle varianten. De instinctieve logica waarmee zo'n wezentje vanaf het eerste moment 'begrijpt' wat het nodig heeft om te overleven vind ik ongelofelijk. Van het zoeken naar de borst in de eerste minuten, tot die kleine onhandige vingertjes die zichzelf deze week leerden net zo lang te frunniken tot de speen goed in haar mondje zit. Hoe weet ze dat nou?

Beide kanten maken een goed punt, maar bewijs wordt niet geleverd

Wanneer ik kijk naar die mollige handjes, die niet wetend toch weten, dan kan ik niet anders dan verwonderd zijn over de Kracht achter de dingen. Een Kracht waarover ik steeds minder met grote stelligheid durf te zeggen. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de werkelijkheid Zijn naam fluistert.

Geschreven door

Gerrianne

--:--