
Persoonlijk verhaal
Leestijd: 5 min![]()
Hoe blijf je stevig staan in werk dat emotioneel veel van je vraagt? Wouter van Leeuwen (49) is sociotherapeut in een verslavingskliniek van Tactus. Heftig werk, maar Wouter vindt het juist leuk en kan het goed aan. Omdat hij zelf stabiel is, én omdat hij en zijn collega’s elkaar onvoorwaardelijk steunen.
“Verslaving is een heel hardnekkige ziekte, de behandeling ervan is niet heel succesvol. Vaak ben je hulpverlener nummer zeshonderd in iemands leven – denken dat jij iemand weleens even van z’n verslaving af gaat helpen, is geen realistische instelling. Maar het is nooit voor niks geweest. Als iemand na een jaar weer terugvalt, is een behandeling dan mislukt of niet? Hij of zij is dan toch een jaar clean geweest.
Ik haal mijn voldoening meer uit kleine succesjes. Als iemand zich hier drie maanden veilig en serieus genomen heeft gevoeld, is dat al heel wat. Je moet niet al te hoge verwachtingen hebben. Het mooiste is als een cliënt die eerst overal tegenaan schopte, toch sterker naar huis gaat.

Nomineer vóór 3 juli jouw favoriete professional en wie weet staat hij of zij straks in de top 5!
Ik werk op een intensieve behandelafdeling voor mensen met een licht verstandelijke beperking, die verslaafd zijn en bijkomende problematiek hebben zoals persoonlijkheidsproblemen, autisme of PTSS. Alcoholverslaving komt het meeste voor, maar ook drugs- en goksverslavingen zien we veel.
Cliënten zijn gemiddeld twaalf weken opgenomen, en er zijn zo’n tien tot twaalf cliënten tegelijk op een afdeling. Ik sta met één of twee andere sociotherapeuten op een groep en daarnaast zijn ook psychologen, psychiaters, sporttherapeuten en mensen van de dagbesteding betrokken. Als sociotherapeuten zorgen we dat het dagprogramma en de behandelmodules in goede banen lopen. We doen ook leuke dingen, zoals spelletjes en even wandelen.
Alle emoties die jarenlang zijn onderdrukt komen hier in volle hevigheid terug
Het is een groepsbehandeling, dus het is belangrijk dat de sfeer en het behandelklimaat goed zijn. Iedereen moet zich veilig voelen om te delen. Zo’n behandelafdeling is een snelkookpan: hier zijn cliënten niet in gebruik, dus alle emoties die jarenlang zijn onderdrukt komen hier in volle hevigheid terug. Wij zijn er dan om elkaars gedrag te ondertitelen.
We maken vaak verbale agressie en fysiek geweld mee. Tussen cliënten, of cliënten die zichzelf beschadigen. Gelukkig heb ik me zelf nog nooit fysiek onveilig gevoeld. Misschien is dat beroepsdeformatie, maar ik heb ook het idee dat het mij niet overkomt. Het de-escaleren begint al wanneer een cliënt binnenkomt. Als je oprecht interesse toont en contact maakt, en daarbij de mens áchter het gedrag ziet, kun je daar veel mee voorkomen.
Als je de mens áchter het gedrag ziet, kun je daar veel mee voorkomen
Het is belangrijk om zelf goed in je vel te zitten, je kunt niet op halve kracht op zo’n afdeling staan. Ik ben met liefdevolle ouders opgegroeid – nu zie je hoeveel dat waard is. Mijn sokkel is stabiel, daar kan ik altijd op terugvallen. Daarom kan ik het werk ook aan. Als je dat niet hebt, zijn cliënten een soort spiegel voor je.
De tekst gaat hieronder verder.
Ik heb natuurlijk het voordeel dat ik wat ouder ben, en een man. Vrouwelijke collega’s krijgen weleens seksueel getinte opmerkingen, en als je als jonge vrouw een boze kerel van twee meter voor je hebt, kan dat spannend zijn.
Daar hebben we het als team veel over met elkaar. We doen het samen en steunen elkaar onvoorwaardelijk. Als iemand een cliënt een beetje spannend vindt, bespreken we dat op tijd. Daar is veiligheid en vertrouwen voor nodig, de openheid om je kwetsbaar op te stellen. We hebben er niks aan als mensen zich stoerder voordoen dan ze zijn. Dat voelen cliënten ook feilloos aan. Ook humor, zowel met collega’s als cliënten, speelt wat mij betreft een belangrijke rol om de dingen die we meemaken te kunnen relativeren.”


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer