
Dominees en hun hobby
Leestijd: 3 minDoor Maarten Nota
Ken je die protestantse dominee bij die katholieke voetbalvereniging? Het klinkt bijna als het begin van een grap. Toch voetbalt ds. Jan Bos (62) fanatiek bij RKHVV, de Rooms-Katholieke Huissense Voetbalvereniging. “Het katholieke is vooral een restant uit het verleden.”
Bos studeerde theologie in Kampen, aan wat toen nog de Gereformeerde Theologische Universiteit heette. Via Almelo, Oldenzaal en Rolde belandde hij in 2023 in Huissen als predikant van de protestantse gemeente. “Een kleine, betrokken gemeenschap van zo’n vierhonderd mensen in een overwegend katholiek stadje.”
Moeiteloos verwisselt hij zijn zondagse pak voor een voetbaltenue. “Ik speel op vrijdagavond in een 35-plus-team, zeven tegen zeven. Het liefst sta ik voorin. Ik ben doelgericht en eerlijk gezegd geen geweldige verdediger.”
Scoren gaat hem iets minder makkelijk af dan vroeger. “Dan merk je dat je ouder wordt, zeker als je tegen gasten van rond de veertig speelt. In Oldenzaal had ik de bijnaam ‘de Kop van God’, omdat ik goed kan koppen. Hier wacht ik nog op een bijnaam.”
Wat hij zo waardeert aan voetbal, is de gelijkheid. “Na afloop sta je met z’n allen in de blote kont onder de douche: de schilder, de manager en de dominee. Dan doen titels er niet toe.” Juist dat maakt voetbal voor hem zo’n andere wereld dan de kerk. “Mens tot mens,” zegt Bos. “Zo eenvoudig kan het zijn.”
Op het veld is hij geen dominee, maar gewoon Jan. “Ik stel me niet voor als ‘Jan Bos, dominee’.” Zijn team weet dat inmiddels wel, wat vooral goede gesprekken en humor oplevert. “Ik ben fanatiek en soms floept er na een slechte pass iets onwelgevalligs uit. Dan slaat iemand een kruisje en zegt: ‘Rustig aan, hè Jan!’ Daar kan ik hard om lachen.”
Dat mensen het bijzonder vinden dat hij als dominee voetbalt, begrijpt Bos niet zo goed. “Alsof een dominee geen gewoon mens is met hobby’s. Ik hou er niet van als een dominee als een apart wezen wordt gezien. Dat maakt eenzaam.” Juist daarom zoekt hij bewust ook plekken buiten de kerk. “Ik zit graag in een andere bubbel. Daar word ik rustig van en dan heb ik contact met de rest van de stad.”
Die contacten verdiepen zich vooral in de ‘derde helft’. “Ik vind het heerlijk om in de kantine te staan of een feestavond te hebben met de groep.” Overigens voetbalt ds. Bos bewust zonder evangelisatiemissie. Sterker nog: hij heeft een hekel aan het woord. “Alsof wij de waarheid moeten komen brengen. Ik geloof meer in wederkerigheid; soms ontstaat er vanzelf een gesprek.”
Zoals die keer tijdens een barbecue, toen zijn teamgenoten vroegen of ze een keer bij hem in de kerk mochten kijken. “Ze wisten niks van het geloof en wilden graag weten wat ik daar allemaal doe.” Bos nodigde hen uit en vertelde over zijn werk en het geloof. “In een bijzaaltje kwamen de gesprekken pas echt los, uiteraard met een biertje in de hand. Dat vond ik prachtig.”

