
Column
Leestijd: 3 min![]()
“Dit soort dingen had ik willen weten voordat ik ging scheiden”, mompelt de moeder. Rik is werkzaam in de jeugdzorg en zit aan haar kleine keukentafeltje. Rond haar oudste zoon hangt een negatieve sfeer.
Er zijn conflicten op school, in de wijk en online. Wat er precies allemaal gebeurt, is niet duidelijk. Dat de zoon eronder lijdt wel. Grauw, lusteloos en afwezig zit hij naast ons. Zijn ogen, ogenschijnlijk ongeïnteresseerd, glijden van het raam naar zijn telefoon – en weer terug.
“We maken ons zorgen”, begin ik. Maar ik maak mijn zin niet af. Iedereen maakt zich zorgen – de moeder, de school, de ex, de talloze betrokken instanties. Ik ben bang dat het woord ‘zorgen’ een soort Pavlovreactie oproept bij deze jongen. Hij weet dat na het woord ‘zorgen’ vaak een lange monoloog volgt van een volwassene. Dus zijn gedachten dwalen af naar binnen. Binnen in zichzelf, waar heel veel lijkt te gebeuren, waar we maar geen invloed op krijgen. Binnen in zijn telefoon, waar talloze apps hem voeden met alles wat online voorhanden is.
Hij weet dat na het woord ‘zorgen’ vaak een lange monoloog volgt van een volwassene

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meerNa het zien van de Netflixserie Adolescence en de documentaire van Louis Theroux over de manosphere (Inside the Manosphere) ben ik extra alert bij dit soort casussen. In de docu van Theroux komen veel mannen naar voren met een schrikbarende visie op de samenleving, rijkdom en vrouwen. Theroux volgt verschillende influencers die het heel goed doen onder met name zeer jonge jongens. Jongens met twijfelachtige toekomstperspectieven. Als gemene deler valt het Theroux op dat er geen sterke vaderfiguur aanwezig is geweest in de opvoeding van de inmiddels grote gespierde mannen met voorliefde voor onpraktische auto’s en onderdanige partners.
De jongen aan de keukentafel heeft ook een afwezige vader. Zou hij een potentieel target zijn voor de manosphere? Heeft het algoritme hem al gevonden door zijn vaak onbewuste scrol- en zoekgedrag? Hoe ga ik hier als hulpverlener mee om?
Tekst gaat hieronder verder.

“Ik maak me zorgen”, begin ik weer, “maar ik heb er ook vertrouwen in dat jij veel in huis hebt om iets te veranderen.” De aanpassing van mijn toon komt aan bij de pre-puber. “We kennen elkaar al een tijd en ik ben onder de indruk van jouw kijk op moeilijke zaken in de samenleving. En dat jij ondanks al die negativiteit toch nog naar school gaat.”
Er volgt een mooi gesprek. We laten de rol van cliënt en hulpverlener even los en hebben een gesprek van man tot man. Wanneer de prepuber wegzoeft op zijn fatbike met een vape tussen zijn vingers, concludeer ik samen met zijn moeder dat haar zoon een positief, structureel aanwezig mannelijk rolmodel mist. “Dit soort dingen had ik willen weten voordat ik ging scheiden”, mompelt de moeder. Als ik de deur uitstap, bedenk ik me dat we nog lang niet uit de gevarenzone zijn, maar dat echt contact en oprechte aandacht het nog altijd nog winnen van online invloed.