
‘In tien minuutjes ben ik bij de IJssel’
Leestijd: 3 minDoor Gert-Jan Schaap
Auteur en spreker Joke Verweerd (70) woont in Capelle aan den IJssel, dicht bij de plek waar ze als kind opgroeide: Krimpen aan den IJssel. Hoe ziet haar weekend eruit?
“Ik ben natuurlijk niet meer zo druk als vroeger, en geef ook minder lezingen dan voor de coronacrisis. Maar ik ontspan door veel te lopen, in het weekend en doordeweeks. Elke dag wil ik minstens zesduizend stappen zetten. Meestal zijn het er meer. In tien minuutjes ben ik bij de IJssel, waar ik als meisje al graag kwam. Heerlijk om daar te wandelen, langs het water. Lopen is voor mij denken en bidden voor mensen die ik ken en voor de hele wereld. Ik knap er altijd van op, ook als ik een keertje geen zin heb.”
“Op zaterdagavond loop ik graag met mijn vriend de Kralingse Plas rond, een wandeling van ongeveer anderhalf uur. Dan praten we over de voorbije week en over de week die komt.”
“Ik heb hier een fijne kerk gevonden, en daar ga ik altijd naartoe. Het is weliswaar een kleine gemeente – bijna allemaal ouderen, een doopdienst is bij ons echt een uitzondering –, maar zo’n ontzettend warme gemeenschap. Ik geniet ook heel erg van het zingen met elkaar.”

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer“Op het ogenblik ben ik helemaal weg van Wie zeggen de mensen dat Ik ben? van Willem Jan Otten. Prachtig! Ik heb zo’n bewondering voor die man. Hij is niet religieus opgevoed, en op latere leeftijd katholiek geworden. Hij schrijft met zoveel ontzag over Jezus. In alle mensen, in literatuur, films en wereldgebeurtenissen probeert hij een stukje van Jezus te zien. Schitterend.”
“In de auto, bijvoorbeeld als ik onderweg ben om een lezing te geven, luister ik altijd naar NPO Klassiek. Of naar de Belgische variant: Klara.”
“Mijn in 2017 overleden echtgenoot, met wie ik 42 jaar getrouwd was, had een Nederlands-Indische achtergrond. De Indische keuken heb ik dus wel geleerd: op de authentieke manier, met trassi en verse kruiden als sereh, djahé en laos. Na zijn overlijden lukte dat niet meer, het was alsof het verdriet wakker werd door die geuren. Intussen kan ik er gelukkig wel weer van genieten, het voelt als een erfenis, waardoor ik toch bij die lieve familie blijf behoren.”
“In plaats daarvan noem ik liever de skyline van Rotterdam. Als kind was ik altijd zo bang voor dat zwarte, bronzen beeld van Zadkine op Plein 1940, ‘Stad zonder hart’. Als ik nu aan de overkant van de Kralingse Plas loop en die skyline zie, denk ik: de stad heeft weer een hart.”
“Op al die mensen die deze gehavende stad na de oorlog hebben opgebouwd.”
“Oei… Nou, nooit meer lezen is natuurlijk veel erger. Want dan sluit je jezelf af voor wat er om je heen gebeurt, wat je op kan tillen en wat jou kan veranderen. En ik mag toch hopen dat ik nog wel een paar jaar iets te leren heb, hè?”
