
De Bijbel Open
Leestijd: 4 minDoor Jan Martijn Abrahamse
Wat gebeurt er met een mens wanneer woorden tegen hem worden gebruikt? Wanneer gesprekken verstommen zodra je binnenkomt, blikken elkaar vinden en lachen ineens een andere lading krijgt? Wie ooit mikpunt werd van roddel of verdraaiing, weet hoe verlammend dat is. Je voelt je een vreemde in vijandig gebied. Onveilig, alleen, machteloos.
Psalm 120 begint precies daar: niet bij triomf, maar bij benauwdheid. Het is de eerste stap in de ‘liederen van de opgang’, de zogenoemde pelgrimspsalmen. De dichter roept: “Roep ik in mijn nood tot de HEER, Hij geeft mij antwoord.” Dat is opvallend. Hij begint niet met zijn tegenstanders, maar met God. Niet de leugen krijgt het eerste woord, maar het gebed. Toch spaart de psalm zijn gevoelens niet. De dichter kent de pijn van “lippen die liegen” en een “tong die bedriegt”. Hij leeft tussen mensen die vrede haten. Zijn woorden worden verdraaid, zijn bedoelingen gewantrouwd.
Die ervaring raakt ook vandaag aan een grotere werkelijkheid. Het Joodse volk leeft al eeuwen met kwetsbaarheid en vijandschap. Antisemitisme is geen hoofdstuk uit het verleden. Juist daarom past christenen bescheidenheid. De kerk draagt een geschiedenis mee waarin Joden niet beschermd, maar vervolgd werden. Psalm 120 herinnert ons eraan hoe diep woorden kunnen verwonden en hoe snel mensen tegenover elkaar komen te staan.

Of je nu op de bank zit, onderweg bent in de trein of op vakantie in het buitenland: met één tik op je scherm duik je in hoopvolle verhalen, inspirerende interviews en alle digitale edities van Visie
Maar deze psalm gaat niet alleen over volken en conflicten ver weg. Hij legt ook ons eigen hart open. Want wie belaagd wordt, kent de verleiding van wraak. De dichter spreekt zelfs over gescherpte pijlen en gloeiende houtskool. De dichter benoemt zijn woede eerlijk voor God. Dat maakt de psalm zo menselijk. God vraagt geen vrome maskers, maar doorzichtige zielen. Ook onze donkere gedachten mogen in het gebed aan het licht komen.
Toch eindigt de psalm niet in vergelding. Het laatste woord is vrede. “Ik ben vrede”, zegt de dichter letterlijk. Niet: ik wil vrede. Niet: ik wacht op vrede. Maar: ik bén vrede. Dat is een roeping. Juist in een wereld waarin mensen elkaar vastzetten in kampen, waarin conflicten verharden en meningen steeds feller botsen, klinkt het evangelie van Christus anders. Jezus zegt: “Gelukkig de vredestichters.”
Vrede zijn betekent niet zwijgen over onrecht. Het betekent ook niet dat alles opgelost is. Het betekent dat wij weigeren mee te doen aan de logica van haat en vergelding. Op het werk, in de klas, online, in politieke discussies of gesprekken over Israël en Palestina: christenen horen herkenbaar te zijn aan hun vrede.
Dat betekent: niet wijzen of verwijten, niet gooien met harde woorden of denken in vijandsbeelden, maar God vragen of wij mensen mogen worden die de vrede meer liefhebben dan hun eigen gelijk.


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer